De regering moet meer waarborgen inbouwen in de nieuwe Wiv (de wet voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten). De nieuwe wet geeft deze diensten extra bevoegdheden, zoals het aftappen van gesprekken. Er moeten strengere regels komen om te zorgen dat deze bevoegdheden eerlijk en rechtvaardig worden gebruikt. ››
De regering moet de zwartgemaakte cijfers in rapport 40 van de CTIVD (de toezichthouder op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten) openbaar maken. Ook moet de AIVD (de inlichtingendienst) dergelijke cijfers in de toekomst delen. Te veel geheimhouding schaadt de reputatie van de diensten. Ook de toezichthouder en buurlanden hebben geen bezwaar tegen deze openheid. ››
De regering moet alleen voorstellen doen die buurtparticipatie niet bemoeilijken. Te veel regels en bureaucratie verstikken namelijk de betrokkenheid van buurtbewoners in de kiem. ››
De regering moet de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) evalueren voordat de nieuwe Omgevingswet ingaat. De lessen uit deze evaluatie moeten worden gebruikt om de nieuwe wet te verbeteren. Zo wordt het verlenen van vergunningen en het toezicht beter geregeld. Na 2018 moet de regering de wet elke vijf jaar evalueren. ››
De regering moet een uniform stelsel van omgevingsdiensten invoeren. De regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) werken nu nog te verschillend. Goede controle en handhaving van vergunningen is nodig om incidenten te voorkomen. ››
De regering moet duurzame landbouw opnemen in het steunpakket van de Europese Commissie. Het Nederlandse deel van dit geld moet voorrang geven aan melkvee- en varkenshouders die willen verduurzamen. Het huidige pakket stimuleert de overstap van massaproductie naar een toekomstbestendige sector namelijk nog niet genoeg. ››
De regering moet bij elke internationale aanbeveling over mensenrechten aangeven wat de huidige status is, wat de volgende stappen zijn en wanneer de aanbeveling volledig is uitgevoerd. De Kamer heeft deze informatie nodig om te controleren of Nederland zich aan deze internationale afspraken houdt. ››
De regering moet de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een grondrechtentoets laten uitvoeren. Wetgeving moet altijd voldoen aan de mensenrechten. Nu controleert het Ministerie van Justitie wetten wel op de kwaliteit van de rechtsstaat, maar kan de Minister van BZK niet controleren of nieuwe wetten de grondrechten beschermen. ››
De regering mag geen EFSI-gelden (Europees geld voor innovatie) gebruiken om landbouwbedrijven te moderniseren. Dit fonds is namelijk bedoeld voor innovatie en niet primair voor de landbouw. Alleen als het geld direct zorgt voor innovatieve verduurzaming en een toekomstbestendige sector, mag de regering hiermee instemmen. ››
De regering moet onderzoeken hoe retourpremies kunnen worden uitgebreid naar meer materialen en naar individuele burgers. Retourpremies zijn kleine bedragen die mensen terugkrijgen voor het inleveren van verpakkingen. Zo kunnen meer grondstoffen worden gerecycled en wordt afval beter hergebruikt. ››
De regering moet onderzoeken hoe de hele keten van materialen duurzamer kan worden. Dit is nodig voor een circulaire economie, een economie waarin grondstoffen steeds opnieuw worden gebruikt. Ook moet de regering onderzoeken hoe zij deze overgang naar duurzaamheid kan starten. ››
De regering moet zorgen voor een goed onderzoek naar retourpremies (geld voor het inleveren van flesjes). Eerdere onderzoeken naar klein zwerfafval mislukten omdat de eerste metingen niet werkten. Een degelijk onderzoek voorkomt dat er opnieuw jaren aan tijd verloren gaan zonder resultaat. ››
De regering moet bij de inkoop van producten en diensten door het Rijk prioriteit geven aan duurzaamheid en circulariteit (het hergebruiken van materialen). De overheid moet namelijk een goed voorbeeld geven op het gebied van duurzaamheid. ››
De regering moet in gesprek gaan met bedrijven die voorop lopen in het bedrijfsleven. Dit helpt om de kennis en professionaliteit rondom duurzaam inkopen te verbeteren. Het huidige plan van aanpak voor duurzaam inkopen is namelijk uitgesteld. ››
De regering moet elk jaar een prijs uitreiken aan de gemeente en provincie met het meest duurzame inkoopbeleid. De overheid moet namelijk het goede voorbeeld geven. Duurzaam inkopen is bij gemeenten en provincies momenteel niet langer een prioriteit. ››
De regering moet zich inzetten voor strengere Europese regels tegen hormoonverstorende stoffen. Nederland loopt achter op buurlanden die deze stoffen al verbieden. Daarom moet de regering ook in Nederland maatregelen nemen en kwetsbare groepen, zoals zwangere vrouwen, goed informeren over de risico's van deze stoffen. ››
De regering moet alle mogelijke maatregelen onderzoeken om geluid en trillingen van de trein tegen te gaan. Tienduizenden mensen ervaren namelijk veel overlast van het spoor. ››
De regering moet duidelijk maken welke stoffen er elk jaar via bepaalde routes worden vervoerd. Veel mensen weten nu niet wat er door hun gemeente rijdt. Volgens het Verdrag van Aarhus hebben inwoners het recht op informatie over hun leefomgeving. ››
De regering moet de Europese Commissie vragen om het voorstel voor betere luchtkwaliteit te behouden. Nederland is voor schone lucht en een goede gezondheid namelijk sterk afhankelijk van de uitstoot in buurlanden. Europese afspraken zijn daarom erg belangrijk voor de volksgezondheid in Nederland. ››
De regering moet bij de Europese Commissie aandringen op het behoud van het voorstel voor een circulaire economie. Nederland loopt voorop in het hergebruiken van grondstoffen. Europese afspraken zorgen voor een gelijk speelveld en minder regeldruk. Dit geeft het Nederlandse bedrijfsleven meer kansen. ››