Het kabinet moet pleiten voor het opschorten van de handelsafspraken met Israël in het EU-Israël-associatieverdrag. Dit verdrag regelt de economische handel tussen de Europese Unie en Israël. Het doel van de opschorting is om druk uit te oefenen op het gebied van internationale verplichtingen en mensenrechten.
Motie van het lid Piri c.s. over pleiten voor opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieverdrag
De kamer,
verzoekt het kabinet om te pleiten voor opschorting van het handelsdeel
van het EU-Israël-associatieverdrag.
16 april | GL-PvdA, DENK, PvdD, SP, Volt | Aangenomen: 81–68 |
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat bij schending van het internationaal recht 'grotere druk op Israël' nodig is, waarbij zij specifiek noemt het 'handelsvoordelen uit het EU-Israël-associatieverdrag op te schorten' als middel [1].
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die argumenten aanvoeren tegen het opschorten van dit specifieke verdrag in het kader van mensenrechtenschendingen.
Bronnen:
"De Nederlandse regering moet zich inspannen voor de handhaving van het internationaal recht. Doelgerichte aanvallen op burgers, journalisten en hulpverlenersvormen een grove schending van dit internationaal recht. Hierbij past grotere druk op Israël bijvoorbeeld door de handelsvoordelen uit het EU-Israël-associatieverdrag op te schorten, of sancties op personen. Dit gebeurt bij voorkeur via de economische en politieke kanalen van de EU. Blijft dat zonder resultaat, dan neemt de Nederlandse regering deze maatregelen samen met gelijkgestemde landen."