De regering moet met de Oeigoers-Nederlandse gemeenschap bespreken welke extra maatregelen nodig zijn tegen transnationale repressie vanuit de Chinese staat. Oeigoeren in Nederland worden namelijk bedreigd door de Chinese overheid en zij moeten veilig zijn op Nederlands grondgebied.
Motie van het lid Van Baarle over in gesprek gaan met de Oeigoers-Nederlandse gemeenschap over wat de Nederlandse overheid aanvullend kan doen tegen transnationale repressie
De kamer,
constaterende dat Oeigoeren ook in Nederland te maken hebben met
transnationale repressie vanuit de Chinese staat;
overwegende dat bescherming van mensenrechten op Nederlands
grondgebied gewaarborgd moet zijn;
verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de Oeigoers-Nederlandse
gemeenschap over wat de Nederlandse overheid aanvullend kan doen
tegen transnationale repressie.
Waarom voor? De partij stelt dat zij Nederlanders actief wil beschermen tegen buitenlandse beïnvloeding en de 'lange arm' van buitenlandse mogendheden, die zich uit in intimidatie [1]. Het in gesprek gaan met de Oeigoers-Nederlandse gemeenschap over transnationale repressie sluit aan bij dit beleid om buitenlandse inmenging tegen te gaan en de veiligheid van inwoners te waarborgen [1][3].
Waarom tegen? Er zijn geen directe argumenten in het programma te vinden om specifiek tegen het in gesprek gaan met deze gemeenschap te stemmen, aangezien de partij juist een harde lijn voorstaat tegen ongewenste invloed vanuit landen als China [2][3].
Bronnen:
"Buitenlandse beïnvloeding tegengaan: We beschermen actief Nederlanders die met buitenlandse beïnvloeding te maken hebben, door beperkingen op te leggen aan de lange arm die wordt uitgestrekt naar de diaspora hier, via zaken als diasporabelasting, indoctrinatie op weekendscholen en moskeeën en andere vormen van intimidatie. Ook komt er snel een centraal meldpunt waardoor de overheid sneller kan ingrijpen op meldingen van onveiligheid na buitenlandse inmenging." (0.716)
"China behandelen als systeemrivaal: China vormt een bedreiging voor onze veiligheid en economie. We moeten daarom de afhankelijkheid van Chinese grondstoffen, technologie en infrastructuur verkleinen. Vitale aanbieders en hoogwaardige technologie worden beschermd tegen ongewenste invloed, met harde investeringsscreening. Samen met gelijkgezinde landen bouwen we aan economische weerbaarheid en zetten we stevig in op technologische soevereiniteit." (0.666)
"Spionage harder straffen: Om onze nationale veiligheid te beschermen, blijven we in kritieke sectoren digitale apparatuur weren uit landen met een offensieve cyberagenda. Kritieke sectoren zoals havens, luchthavens, telecombedrijven en bewakingssystemen mogen geen technologie uit risicolanden gebruiken. Tegelijkertijd verhogen we de straffen fors voor statelijke spionage. We verbeteren de opsporing, sluiten bedrijven en personen met banden met vijandige regimes uit van strategische sectoren, en beperken diplomatieke toegang. Spionage vanuit ambassades wordt niet getolereerd: bij aantoonbare ondermijning gaan we vaker over tot uitwijzing." (0.663)