Sancties tegen Israëlische bewindslieden

De regering moet binnen de Europese Unie een groep lidstaten vormen die pleit voor sancties tegen de Israëlische bewindspersonen Ben-Gvir en Smotrich. Deze personen hebben veel opruiende en onwettige uitspraken en daden op hun naam staan.

Motie van het lid Van Baarle over het vormen van een kopgroep van lidstaten die pleit voor het plaatsen van Ben-Gvir en Smotrich op de EU-sanctielijst

De kamer, constaterende dat de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid in 2025 heeft voorgesteld om de Israëlische bewindspersonen Ben-Gvir en Smotrich te plaatsen op de EU-sanctielijst; overwegende dat Nederland vanwege het uitblijven van een meerderheid nationale maatregelen tegen deze personen heeft getroffen door een inreisverbod; constaterende dat de betreffende bewindspersonen een veelheid van opruiende en onrechtstatelijke opmerkingen en daden zijn aan te rekenen; verzoekt de regering om zich binnen de Europese Unie actief in te zetten voor het vormen van een kopgroep van lidstaten die pleit voor het plaatsen van Ben-Gvir en Smotrich op de EU-sanctielijst.
16 april | DENK |

Partijstandpunten

Verkiezingsprogramma CDA over dit onderwerp

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Waarom voor? De partij stelt dat Nederland moet streven naar handhaving van het internationaal recht waarbij sancties op personen tot de mogelijkheden behoren [1]. Aangezien er expliciet wordt genoemd dat men bij uitblijven van resultaat binnen EU-verband maatregelen neemt met gelijkgestemde landen [1], en men tevens sancties tegen verantwoordelijken voor het ondermijnen van de tweestatenoplossing ondersteunt [2], sluit de motie aan bij de verkiezingsbelofte om een actieve diplomatieke en politieke inzet te tonen voor mensenrechten en de rechtsstaat [3].

Waarom tegen? Er zijn geen directe argumenten in het verkiezingsprogramma die het opleggen van sancties aan Israëlische bewindspersonen tegenspreken. Het programma benadrukt juist het belang van het internationaal recht voor zowel Israëli's als Palestijnen [4].

Bronnen:

  1. "De Nederlandse regering moet zich inspannen voor de handhaving van het internationaal recht. Doelgerichte aanvallen op burgers, journalisten en hulpverlenersvormen een grove schending van dit internationaal recht. Hierbij past grotere druk op Israël bijvoorbeeld door de handelsvoordelen uit het EU-Israël-associatieverdrag op te schorten, of sancties op personen. Dit gebeurt bij voorkeur via de economische en politieke kanalen van de EU. Blijft dat zonder resultaat, dan neemt de Nederlandse regering deze maatregelen samen met gelijkgestemde landen." (0.749)
  2. "Het illegale Israëlische nederzettingenbeleid ondermijnt de tweestatenoplossing en brengt vrede verder weg. Het kabinet moet verder gaan dan ontmoedigen en effectieve maatregelen nemen, zoals sancties tegen verantwoordelijken en een verbod op producten uit de illegale nederzettingen." (0.746)
  3. "We willen dat Europa ook buiten haar grenzen veiligheid, mensenrechten, democratie, solidariteit en de rechtsstaat bevordert. Daarom versterken we de diplomatieke aanwezigheid van de EU buiten Europa, vooral in nabuurschapslanden. Om het Nederlands belang in Europa zo goed mogelijk te kunnen behartigen, investeren we diplomatiek en politiek in onze Europese relaties. De geopolitieke situatie vraagt van Nederland een grote inzet." (0.685)
  4. "De bescherming en waardigheid door het recht geldt voor zowel Israëli's als Palestijnen. Op 7 oktober 2023 pleegde Hamas een weerzinwekkende terreuraanslag. Israël heeft bestaansrecht, en het volste recht zich te verdedigen binnen internationaal erkende normen. De invulling van dat recht is echter verworden tot een offensief dat het internationale recht schendt en onvoorstelbaar leed veroorzaakt onder de Palestijnse burgerbevolking. Handhaving van het internationaal recht geldt ook hier. Het is juist in Israëls belang dat de staat niet verder afglijdt van waarden van democratie, rechtsorde en respect voor mensenrechten." (0.682)