De regering moet zich binnen de EU blijven inzetten voor een handelsakkoord met de Verenigde Arabische Emiraten en een bredere overeenkomst met de Gulf Cooperation Council verkennen. Betere afspraken met de Golfregio versterken de economische positie en strategische veiligheid van Nederland en Europa in een veranderende wereld.
Motie van de leden Hoogeveen en Maes over blijvende inzet op voortgang in de onderhandelingen met de Emiraten
De kamer,
constaterende dat de EU en de Golfregio in het licht van verschuivende
handelsstromen en toenemende geopolitieke spanningen werken aan
versterking van hun handelsrelaties;
overwegende dat naast de lopende onderhandelingen met de Verenigde
Arabische Emiraten ook een bredere handelsovereenkomst met de Gulf
Cooperation Council (GCC) kansen kan bieden voor Nederlandse en
Europese economische en strategische belangen;
verzoekt de regering om zich binnen de Europese Unie blijvend in te
zetten voor voortgang in de onderhandelingen met de Emiraten en voor
het verkennen van een bredere handelsovereenkomst met de GCC.
Waarom voor? De partij stelt dat internationale handel in toenemende mate wordt ingezet als een geopolitiek instrument en dat Nederland hierin niet naïef moet zijn [1]. Het inzetten op handelsrelaties met de Golfregio en de GCC kan worden gezien als een manier om strategische belangen te behartigen en de geopolitieke positie te versterken. Daarnaast stelt de partij dat voor grote uitdagingen Europese samenwerking noodzakelijk is [2], wat aansluit bij het verzoek in de motie om gezamenlijk binnen de EU op te trekken.
Waarom tegen? De partij benadrukt dat internationale handel moet voldoen aan (internationale) gedragsregels zoals de Wvedio [1]. Bij het verkennen van handelsrelaties met landen in de Golfregio zou getoetst moeten worden of deze samenwerking strookt met de hoge standaarden die de partij verlangt voor mensrechten en rechtsstaat, vergelijkbaar met hun beleid bij EU-toetreding en handelssamenwerking [3]. Als een brede handelsovereenkomst niet voldoet aan deze waarden, kan dit een reden zijn voor terughoudendheid.
Bronnen:
"We willen dat iedereen beter wordt van internationale handel. Internationale handel wordt in toenemende mate ingezet als een geopolitiek instrument. Nederland moet daarin niet naïef zijn en bij (dreigende) importheffingen met gelijke munt terugslaan middels gerichte, proportionele en effectieve tegenmaatregelen zonder verdere escalatie uit te lokken. Diplomatieke kanalen moeten hierbij zoveel mogelijk worden opengehouden. Ongewenste strategische afhankelijkheden worden in kaart gebracht en zo snel mogelijk afgebouwd. Alle internationale handel moet voldoen aan (internationale) gedragsregels, zoals de Wvedio (Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen). Voor deze wet blijven we strijden omdat we willen dat iedereen beter wordt van internationale handel." (0.714)
"Voor grote grensoverschrijdende uitdagingen is Europese samenwerking noodzakelijk: (arbeids)migratiebeleid, klimaatverandering, belastingontwijking en een eerlijke (digitale) economie. In deze tijd met geopolitiek schuivende panelen is strategische autonomie op Europees niveau cruciaal. We willen dat Nederland (en Europa) minder afhankelijk wordt van anderen waar het gaat om essentiële producten zoals grondstoffen, basisproducten, digitale diensten (incl. onafhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen), voedsel en energie. Het Europees Parlement vergadert voortaan alleen nog in Brussel. Reizen tussen Brussel en Straatsburg is kostbaar en inefficiënt." (0.689)
"Nieuwe landen die toetreden tot de Europese Unie voldoen aan de eisen die bij onze waardengemeenschap horen. Daarbij heeft de ChristenUnie in het bijzonder oog voor de criteria voor de rechtsstaat, democratie en het borgen van mensenrechten. Ook moet een land op economisch niveau geloofwaardig kunnen aansluiten. Als op basis van die criteria toetreding in de nabije toekomst niet in de rede ligt, is de Europese Unie daar helder over en zoekt ze naar andere betekenisvolle vormen van samenwerking. De toetredingsonderhandelingen met Turkije worden gestaakt. Nederland en de EU blijven werk maken van goede relaties met het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, IJsland en Zwitserland, bijvoorbeeld op het gebied van defensie en energie. Voor toegang tot de EU-markt moeten deze landen blijven voldoen aan de hoge standaarden die ook gelden voor de lidstaten van de EU. De EU kan meer doen om kandidaat-lidstaten te helpen bij de versterking van hun democratie en bestrijding van corruptie. Steun (al dan niet financieel) kan de Westelijke Balkan minder vatbaar maken voor invloeden van bijvoorbeeld China en Rusland." (0.675)