De regering moet demonstraties op treinstations verbieden of hier concrete regels voor maken. Demonstraties op stations verstoren de bereikbaarheid van belangrijke infrastructuur. Hierdoor wordt de bewegingsvrijheid van mensen ernstig beperkt.
Motie van het lid Lammers over een verbod op stationsdemonstraties
De kamer,
constaterende dat demonstraties op stations een inbreuk vormen op vitale
infrastructuur en daarmee de bewegingsvrijheid van de Nederlanders
ernstig beperken;
verzoekt de regering een verbod op demonstraties op stations in te stellen
of met een voorstel hiertoe te komen.
Argumenten voor: De partij stelt dat acties die de rechten en vrijheden van mensen ernstig beperken, aangepakt moeten worden door de voorwaarden voor demonstraties aan te scherpen [1]. Aangezien de motie stelt dat demonstraties op stations de bewegingsvrijheid van mensen ernstig beperken, kan de partij voorstander zijn van strengere regels om deze overlast tegen te gaan.
Argumenten tegen: De partij benadrukt dat het demonstratierecht een groot goed is [1] en dat de vrijheid van meningsuiting en vergadering belangrijke pijlers zijn die niet mogen worden aangetast [2]. Er wordt expliciet gewaarschuwd dat het demonstratierecht onder druk staat [4] en dat de ruimte voor minderheden belangrijk is [3], wat pleit tegen een algemeen verbod op een specifieke locatie zoals stations.
Bronnen:
"Het grondrecht om te demonstreren is een groot goed. Het merendeel van de demonstraties verloopt vreedzaam, maar acties die de orde buitensporig verstoren of de rechten en vrijheden van andere mensen ernstig beperken, zijn in opkomst. Om dit gerichter aan te kunnen pakken, moeten de voorwaarden om te kunnen demonstreren waar nodig aangescherpt. Onderdeel daarvan is het verbod op gezichtsbedekkende kleding en het zo mogelijk verhalen van schade op de organisatoren. Daarnaast moet intimidatie en het op andere manier verhinderen van vreedzame bijeenkomsten worden tegengegaan door misbruik van het beginsel van zicht- en gehoorsafstand aan te pakken."
"De vrijheid van godsdienst, vereniging, onderwijs en meningsuiting zijn belangrijke pijlers van de manier waarop we samenleven. Die mogen niet worden aangetast. Deze vrijheden gelden voor iedereen, juist ook voor minderheden. De gedachte dat vrijheid alleen geldt als je dingen doet of zegt die passen bij de opvatting van de meerderheid is een bedreiging van deze grondrechten."
"Grootschalige politieke vernieuwing is geen oplossing voor het versterken van de relatie tussen burger en politiek. Referenda bieden schijninvloed en horen dus niet thuis in de grondwet. De Tweede Kamer wordt als gekozen volksvertegenwoordiging niet langer automatisch ontbonden als een regering valt. Het mandaat van de kiezers geldt voor vier jaar. We voeren geen districtenstelsel of kiesdrempel in. In een districtenstelsel gaat het meer over poppetjes en minder over inhoud. Een kiesdrempel en districtenstelsel zorgen er bovendien voor dat het moeilijker wordt voor kleinere groepen in de samenleving om een eigen politieke inbreng te hebben. Wij geloven dat je de kracht van een samenleving kunt afmeten aan de ruimte die meerderheden geven aan minderheden."
"Naast externe bedreigingen voor onze democratie zien we dat onze klassieke grondrechten dreigen af te brokkelen doordat bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs, de vrijheid van vergadering en het demonstratierecht onder druk staan. Het gezag van de rechtspraak wordt ter discussie gesteld en media gewantrouwd. Hetzelfde geldt voor het gezag van internationale instellingen en verdragen. Dit vraagt om politiek die stevig staat voor grondrechten, een weerbare samenleving, een krachtig en effectief justitieapparaat en scherpe normerende keuzes door de overheid."