De regering moet samen met bekende Nederlanders een publiekscampagne starten. Hiermee laat de overheid zien dat zij de Joodse gemeenschap steunt en antisemitisme niet tolereert. Dit is nodig omdat antisemitische uitingen in de samenleving toenemen en de overheid hiertegen duidelijk stelling moet nemen.
Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over een publiekscampagne om de Joodse gemeenschap te steunen en antisemitisme te bestrijden
De kamer,
constaterende dat antisemitische invloeden en uitingen op allerlei
manieren in de samenleving groeien en tot uitdrukking komen;
overwegende dat naast beleid en maatregelen gericht op antisemitische
incidenten ook duidelijk en aanhoudend merkbaar dient te zijn in de
breedte van de samenleving dat de rijksoverheid de Joodse gemeenschap
steunt en antisemitisme niet tolereert;
verzoekt de regering samen met vertrouwenwekkende, bekende Nederlanders in allerlei maatschappelijke sectoren een publiekscampagne te
starten om de Joodse gemeenschap te steunen en antisemitisme te
bestrijden.
Argumenten voor: De partij erkent expliciet dat Joodse Nederlanders vaker te maken hebben met antisemitisme en stelt dat zij 'in vrijheid en veiligheid' hun identiteit moeten kunnen beleven [1]. De partij benadrukt bovendien het belang van educatie en initiatieven gericht op het tegengaan van antisemitisme [4][8]. Een publiekscampagne die zich richt op de hele samenleving sluit aan bij de noodzaak om 'waakzaamheid in de samenleving' te bevorderen [3].
Argumenten tegen: De partij waarschuwt voor het 'verwaten' van het begrip antisemitisme wanneer politieke expressies worden gelabeld als zodanig [6]. Hoewel de partij zich uitspreekt tegen antisemitisme, is zij kritisch op de aanpak van de huidige overheid wat betreft de definitie van antisemitisme [5] en pleit zij ervoor dat initiatieven ook andere vormen van discriminatie, zoals moslimhaat, structureel omvatten [9][7]. De partij zou kunnen aanvoeren dat een algemene campagne onvoldoende is als deze niet de juiste beleidsmatige focus hanteert of organisaties die zij essentieel acht, zoals Een Ander Joods Geluid, uitsluit [2].
Bronnen:
"Joodse Nederlanders hebben steeds vaker te maken antisemitisme. Met verbale en fysieke agressie op school, op het werk, in de eigen buurt, in de sport en op sociale media. Joodse scholen moeten steeds strenger beveiligd worden. Joden moeten hun Joodse identiteit in vrijheid en veiligheid kunnen beleven. Daarbij is het van belang om de rol van Europa in het antisemitisme onder ogen te zien. Europa is de bakermat van antisemitisme. Eeuwenlang werden Joden in Europa vervolgd om hun Joods-zijn. Er gingen tal van afschuwelijke complottheorieën rond waarin Joden werden gedehumaniseerd. Hierdoor werden mensen tegen elkaar opgezet. Dit vormde de voedingsbodem voor de Holocaust, een van de grootste misdaden in de geschiedenis, waar ook veel gewone burgers in Europa aan meewerkten."
"Joodse organisaties zoals Een Ander Joods Geluid, Erev Rav en gate48 moeten geraadpleegd worden door de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding en betrokken worden bij nieuwe initiatieven tegen antisemitisme. Deze organisaties worden niet voldoende gehoord."
"Educatie over de holocaust legt zowel de nadruk op de gruweldaden zelf als op de signalen en omstandigheden die eraan voorafgingen, om waakzaamheid in de samenleving te bevorderen. De overheid investeert in holocausteducatie."
"Initiatieven tot dialoog en educatie gericht op het tegengaan van moslimhaat en antisemitisme, zoals Deel de Duif, worden actief en structureel ondersteund."
"De IHRA-werkdefinitie ziet kritiek op de staat Israël als een vorm van antisemitisme. De Nederlandse overheid wijst deze definitie daarom af."
"Tot op de dag van vandaag worden Palestijnen op allerlei manieren onderdrukt. In Gaza maakt de staat Israël zich schuldig aan genocide en etnische zuivering, en ook de Westelijke Jordaanoever wordt langzaam etnisch gezuiverd. Voor de meeste Palestijnen gaat de Nakba nog gewoon door. Het is zorgwekkend en gevaarlijk dat er politici zijn die legitieme kritiek op de Israëlische regering of boosheid en verdriet over de genocidale oorlog in Gaza wegzetten als antisemitisme. Ten eerste omdat iedere burger vrij moet zijn om zich uit te spreken en op te komen tegen onderdrukking en oorlogsmisdaden. Ten tweede omdat de betekenis en de gevoelswaarde van het begrip antisemitisme hiermee verwatert. Dit schaadt de strijd tegen werkelijk antisemitisme. En waar antisemitisme terecht hard wordt veroordeeld, wordt institutionele en structurele moslimhaat nog minder snel door politici, de media en de samenleving als zodanig erkend en herkend. Discriminatie raakt niet alleen moslims en joden. Dit raakt ons allemaal, want als de grondrechten van een groep worden geraakt, dan worden diezelfde rechten voor iedereen meer wankel. Het raakt kortom ons land, de basis van onze rechtsstaat en wie wij zijn."
"Er komt een onafhankelijk meldpunt voor anonieme meldingen van moslimhaat, er komt ondersteuning en registratie, en onderzoek naar drempels voor aangifte om meldingsbereidheid te vergroten."
"Herinneringscentra krijgen meer financiële ondersteuning om te ontwikkelen en de belangrijke brug te kunnen blijven slaan tussen verleden en het heden."
"Institutionele moslimdiscriminatie wordt erkend, zoals ook wordt aanbevolen in het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie. Moslimdiscriminatie wordt expliciet benoemd in landelijk beleid, zoals we dit doen voor antisemitisme."