De regering moet laten onderzoeken hoe scholen lesgeven over de Holocaust en tegen welke problemen docenten hierbij aanlopen. Veel leraren krijgen te maken met antisemitisme of ontkenning van de Holocaust in de klas. Hierdoor vermijden sommige docenten het onderwerp. Beter onderwijs over dit thema is essentieel voor historisch besef en het tegengaan van antisemitisme.
Motie van de leden Struijs en Bromet over onafhankelijk onderzoek naar de wijze waarop de Holocaust in het onderwijs aan bod komt
De kamer,
constaterende dat uit onderzoek van de Anne Frank Stichting blijkt dat in
2022 14% van de docenten in het voortgezet onderwijs werd geconfronteerd met ontkenning of bagatellisering van de Holocaust en dat 42% van
de docenten te maken kreeg met antisemitische incidenten in de klas;
constaterende dat uit hetzelfde onderzoek naar voren komt dat een kwart
van de docenten zich voorzichtiger opstelt en 3% het onderwerp volledig
mijdt;
overwegende dat goed onderwijs over de Holocaust van groot belang is
voor historisch besef, burgerschap en de bestrijding van antisemitisme;
verzoekt de regering om onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar
de wijze waarop de Holocaust in het onderwijs aan bod komt en de
knelpunten die docenten en scholen daarbij ervaren;
verzoekt de regering om op basis van de uitkomsten van dit onderzoek
met aanbevelingen te komen om het onderwijs over de Holocaust te
versterken, en de Kamer hierover te informeren.
Argumenten voor: De partij stelt dat het onderwijs een veilige plek moet zijn voor Joodse studenten en medewerkers en dat antisemitisme op scholen moet worden bestreden [1][2]. Daarnaast vindt de partij het essentieel dat de 'zwarte bladzijden' uit de geschiedenis, waaronder de behandeling van Joodse medeburgers, op elke school worden besproken [1]. Om deze doelen te bereiken en de bestrijding van antisemitisme vorm te geven, sluit een onafhankelijk onderzoek naar onderwijskwaliteit en knelpunten in de praktijk aan bij de proactieve houding van de partij tegen antisemitisme [2].
Argumenten tegen: De partij waarschuwt dat het onderwijs onder druk staat door politieke eisen die bij scholen worden neergelegd, waardoor scholen te veel controle ervaren en te weinig rust en ruimte krijgen om hun werk te doen [3]. Bovendien benadrukt de partij de vrijheid van onderwijs als een grondrecht [4], waardoor extra bemoeienis vanuit de overheid in de vorm van onderzoek als inbreuk op deze autonomie kan worden gezien.
Bronnen:
"Het onderwijs, van basisschool tot universiteit, moet een veilige plek zijn voor Joodse studenten en medewerkers. De taskforce in het onderwijs wordt ingezet om antisemitisme terug te dringen en te voorkomen dat steeds meer Joodse jongeren besluiten in het buitenland te studeren. De zwarte bladzijden in onze geschiedenis hoe we zijn omgegaan met Joodse medeburgers worden op elke school besproken. Iedere jongere moet een keer in zijn schooltijd het Nationaal Holocaustmuseum of één van de herdenkingscentra zoals kamp Amersfoort of Westerbork bezoeken."
"Het actieplan Bestrijding Antisemitisme wordt doorgezet en waar nodig uitgebreid. De extra financiering voor ondersteuning van het Joodse leven wordt voortgezet. Het aangenomen initiatiefwetsvoorstel van de ChristenUnie dat een antisemitisch oogmerk bij delicten strafbaar stelt, wordt goed gemonitord. Als blijkt dat de strafmaat verhoogd of opsporing geïntensiveerd moet worden, doen we dat. Het is vreselijk dat beveiliging voor Joodse instellingen noodzakelijk is. De overheid draagt hiervoor de beveiligingskosten. Antisemitisme op scholen en onderwijsinstellingen wordt bestreden. Lees hierover meer onder het kopje 'Antisemitismebestrijding in het onderwijs' in paragraaf 3.3. Voor politieagenten die weigeren Joodse instellingen te beschermen of zich antisemitisch (of anderszins racistisch) uitlaten, is geen plaats bij het korps."
"Het onderwijs staat onder druk door lerarentekorten en doordat de politiek te veel van haar eigen wensen en eisen bij de scholen neerlegt. Scholen en hoger onderwijsinstellingen ervaren te veel controle, waar juist vertrouwen gevraagd wordt. Het is van belang dat scholen rust en ruimte krijgen om hun werk te doen. Daar wordt onderwijs beter van."
"Onderwijs is meer dan het overdragen van kennis. Het vormt kinderen en jongeren tot wie ze zijn, hoe ze in het leven staan en hoe ze bijdragen aan de maatschappij. De verantwoordelijkheid voor die vorming ligt in de eerste plaats bij de ouders. Ouders hebben het recht hun kinderen qua normen, waarden en (geloofs)overtuiging op te voeden zoals zij dat willen. Dat recht werkt door in het onderwijs. Het grondwettelijke recht op onderwijsvrijheid maakt het mogelijk dat verschillende levensbeschouwelijke en pedagogische visies naast elkaar bestaan en versterkt de diversiteit en keuzevrijheid in het onderwijs. Het biedt een sterke garantie voor vormend onderwijs en betrokkenheid van ouders."