De regering moet bij de onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voorkomen dat steun voor voedselproductie verdwijnt. Het Europees landbouwbeleid moet zich richten op voedselzekerheid en een gezond inkomen voor boeren, in plaats van enkel op klimaatdoelen.
Motie van het lid Chris Jansen over bij de onderhandelingen over het GLB na 2027 elke verdere verschuiving van productieondersteuning naar klimaatideologie blokkeren
De kamer,
constaterende dat de discussie over het GLB na 2027 steeds meer
verschuift naar het belonen van «ecosysteemdiensten» en «publieke
diensten» in plaats van voedselproductie;
van mening dat het GLB primair gericht moet zijn op voedselzekerheid en
de economische levensvatbaarheid van de sector;
verzoekt de regering om bij de onderhandelingen over het GLB na 2027
elke verdere verschuiving van productieondersteuning naar klimaatideologie te blokkeren en de nationale beleidsvrijheid te waarborgen.
Argumenten voor: De partij benadrukt dat keuzes in het belang van voedselzekerheid op Europees niveau moeten worden gemaakt om ruimte te geven aan ondernemerschap [1]. Daarnaast stelt de partij dat efficiënte voedselproductie van groot geopolitiek belang is, zeker gezien de groeiende wereldbevolking en geopolitieke onrust [3]. Verder vindt de partij dat klimaatdoelen niet eenzijdig mogen zijn, maar gewogen moeten worden tegenover economische groei, betaalbaarheid en het voorkomen dat bedrijven naar het buitenland vertrekken [4].
Argumenten tegen: De partij streeft wel naar het verminderen van vervuiling en emissies [2] en wil een geborgde stikstofemissiereductie van 50% in 2035 [6]. Ook wordt er gesproken over de inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer [6] en de ambitie om te komen tot een klimaatneutrale glastuinbouw [5].
Bronnen:
"Als liberalen willen we dat boeren, tuinders en vissers de vrijheid krijgen om te ondernemen. Maar zij zien alsmaar beperkende regels op zich afkomen, terwijl juridische uitspraken en handhavingsverzoeken voor onzekerheid zorgen. De politiek moet daarom duidelijkheid geven over de toekomst, zodat (jonge) boeren weten waar ze aan toe zijn en kunnen investeren in hun bedrijf. Dat kan in samenwerking en in vertrouwen met de betrokken partijen. In het belang van voedselzekerheid op Europees niveau maken we de keuzes die weer ruimte geven voor ondernemerschap."
"Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
"Voedselproductie is geopolitiek: Vanwege onze vruchtbare grond en dankzij onze boeren, ondernemers, bedrijven en kennisinstellingen zoals de Wageningen Universiteit hebben wij een internationale voortrekkersrol als het gaat om efficiënte en technologisch geavanceerde voedselproductie. Het belang daarvan mogen we niet onderschatten, zeker niet in een tijd van inflatie en geopolitieke onrust. De kennis en innovatiekracht van onze agrarische sector kan een belangrijk exportproduct zijn, zeker met het oog op de groeiende wereldbevolking,"
"Van Klimaatwet naar Klimaat- en groeiwet: We bouwen aan een schone én weerbare economie. In onze tijd, met de enorme uitdagingen die we vandaag zien, is de Klimaatwet te eenzijdig gericht op het terugdringen van broeikasgasuitstoot. We zien dat de industrie vertrekt uit Nederland vanwege knellende nationale wet- en regelgeving. Er is geen gelijk speelveld met de rest van Europa. Daarom passen we de Klimaatwet aan naar Klimaat- en groeiwet en voegen we de pijlers energie-onafhankelijkheid en betaalbaarheid toe. We werken door aan het halen van de klimaatdoelen en wegen de andere doelen net zo zwaar. Loopt het uit de pas, komt de betaalbaarheid in het gedrang en vertrekt de industrie daardoor naar het buitenland, dan grijpen we in. We blijven voldoen aan onze Europese verplichtingen op klimaat- en energiegebied."
"Trots op onze glastuinbouw: Onze glastuinbouw loopt voorop in de wereld en is van de hoogste kwaliteit. Naast het dagelijks produceren van miljoenen kilo's groenten, zijn ze met hun warmtebronnen een belangrijke aanjager van de energietransitie. Mede dankzij hen zijn inmiddels duizenden woningen aangesloten op warmtebronnen. We onderschrijven de ambities van de sector om te komen tot een klimaatneutrale glastuinbouw."
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."