De regering moet meer niet-commerciële kringloopwinkels vrijstellen van de registratieplicht. Dit geldt voor winkels met het Keurmerk Kringloop Nederland of een sbbi-status (een instelling die een sociaal belang behartigt). Het keurmerk garandeert een professionele bedrijfsvoering. Deze winkels zijn bovendien belangrijk voor hergebruik van spullen en lokale sociale werkgelegenheid.
Motie van de leden Mutluer en Straatman over ook niet-commerciële kringloopwinkels met het Keurmerk Kringloop Nederland of een sbbi-status uitzonderen van de registratieplicht
De kamer,
constaterende dat in de beraadslaging is gebleken dat een Kamermeerderheid voorstelt om een uitzondering te maken op de registratieplicht ten
behoeve van niet-commerciële kringloopwinkels met een anbistatus;
overwegende dat niet alle niet-commerciële kringloopwinkels een
anbistatus hebben, maar vaak wel het Keurmerk Kringloop Nederland
hebben en bijdragen aan de lokale (sociale) werkgelegenheid en
hergebruik;
constaterende dat het Keurmerk Kringloop Nederland voorziet in een
onafhankelijke audit die een professionele en integere bedrijfsvoering
garandeert en ook in de nota naar aanleiding van het verslag wordt gezien
als een duidelijke en werkbare afbakening;
verzoekt de regering om naast niet-commerciële kringloopwinkels met
een anbistatus ook bij algemene maatregel van bestuur andere
niet-commerciële kringloopwinkels met het Keurmerk Kringloop
Nederland of een sbbi-status – «sbbi» staat voor een «sociaal belang
behartigende instelling» – uit te zonderen van de registratieplicht wanneer
zij goederen om niet hebben verworven of voorhanden hebben.
Argumenten voor: De partij wil de regeldruk verminderen [3] en streeft ernaar om vrijwilligersorganisaties te ondersteunen in plaats van te overladen met regels, formulieren en controles [1]. Daarnaast geeft de partij aan dat er bij het stimuleren van de circulaire economie en hergebruikketens geen onnodig zware administratieve verplichtingen moeten worden opgetuigd [4]. Bovendien wil de partij onbedoelde effecten van strenge regelgeving voor maatschappelijke organisaties voorkomen [2].
Argumenten tegen: Er zijn in de verstrekte teksten geen argumenten te vinden die tegen het uitzonderen van deze winkels van de registratieplicht pleiten.
Bronnen:
"Vrijwilligersorganisaties en (sport)verenigingen zijn de bouwstenen van de samenleving voor een bloeiend sociaal en cultureel leven. We willen meer ruimte geven aan mensen die de handen ineenslaan en samen zorg dragen voor elkaar en hun leefomgeving. Deze organisaties ondersteunen we in plaats van te overladen met regels, formulieren en controles. Wetgeving moet minder en niet meer lastendruk opleveren. Daarom willen we regels zoals de AVG zo wijzigen dat deze niet meer tot onnodige regeldruk bij kleinere vrijwilligersorganisaties leidt. De giftenaftrek houden we in stand om doneren aan goede doelen en vrijwilligersorganisaties aan te moedigen."
"Banken voeren de afgelopen jaren een stringent beleid tegen witwassen. Dit maakt het in veel gevallen heel lastig voor kerken en andere maatschappelijke organisaties om een bankrekening te openen. Streng optreden tegen witwassen en ondermijning is essentieel. Maar onbedoelde effecten, zoals het niet kunnen openen van een bankrekening, willen we voorkomen. Bij de herziening van de witwasregels passen we dit aan."
"We koesteren de rol van familiebedrijven, die vaak geworteld zijn in lokale gemeenschappen. Deze focus op welvaart in de brede zin van het woord draagt bij aan het bloeien van maatschappij, mens en milieu, ook op de lange termijn. Een Rentmeesterseconomie van genoeg, waarin vakmanschap en mooie, duurzame, repareerbare producten centraal staan. We zetten in op de nieuwe economie via innovatie en nemen afscheid van het consumentisme dat de grenzen van de schepping niet respecteert. We willen een einde aan de overconsumptie van goedkope prullaria die horen bij een wegwerpeconomie. De overheid reduceert de regeldruk en wordt een stabiele en betrouwbare partner voor bedrijven. Het uitblijven van (snelle) vergunningverlening, een gebrek aan netcapaciteit en veel regeldruk staan een goed ondernemersklimaat in de weg. Deze obstakels worden met vaart aangepakt, zie hiervoor hoofdstuk 2 'Nederland van het slot'."
"Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."