De regering moet rekening houden met de druk op Nederland als er nieuwe landen bij de Europese Unie (EU) komen. De komst van meer migranten zorgt voor extra problemen op de woningmarkt, het stroomnet en de beperkte ruimte in het land.
Motie van het lid Diederik van Dijk over de effecten van EU-uitbreiding op de binnenlandse draagkracht expliciet meewegen inzake toetreding van nieuwe lidstaten
De kamer,
constaterende dat het Centraal Planbureau de toename van het aantal
migranten naar Nederland op 3.600 per jaar schat bij EU-toetreding van
Albanië, Montenegro en Servië;
overwegende dat dit aantal ten opzichte van het jaarlijkse migratiesaldo
en eerdere uitbreidingsrondes weliswaar beperkt is, maar toch extra druk
geeft op de binnenlandse draagkracht, onder meer op de oververhitte
woningmarkt, een overbelast stroomnet en de schaarse ruimte;
verzoekt de regering de effecten van EU-uitbreiding op de binnenlandse
draagkracht expliciet mee te laten wegen bij de Nederlandse positie ten
aanzien van toekomstige toetreding van nieuwe lidstaten, en de Kamer
hierover op gezette tijden te informeren.
Argumenten voor: Volt wil dat de Tweede Kamer tijdig en volledig geïnformeerd wordt over Europese besluitvorming [4] en actiever betrokken wordt bij het maken van Europees beleid [5]. Daarnaast pleit de partij voor een heldere uitbreidingsstrategie voor de EU [1]. Ten aanzien van de genoemde druk op de binnenlandse draagkracht stelt Volt voor om ruimte in Nederland vrij te maken en wachtrijen voor het stroomnet te voorkomen door bepaalde industrieën te verplaatsen naar andere delen van de EU [3].
Argumenten tegen: Volt pleit voor een snelle uitbreiding van de EU vanwege strategische redenen en veiligheid [2]. De focus van de motie op de beperkingen van de binnenlandse draagkracht zou kunnen worden geïnterpreteerd als een rem op deze gewenste snelheid van uitbreiding.
Bronnen:
"De EU moet zich voorbereiden op een nieuwe uitbreidingsronde. Nederland en de EU moeten nú werk maken van de hervormingen die nodig zijn om vóór 2035 maximaal tien nieuwe lidstaten te kunnen verwelkomen. Dat vraagt om een toekomstbestendig budget, tijdige institutionele aanpassingen en een zachte landing voor zowel bestaande als nieuwe lidstaten. Op die manier kan uitbreiding juist zorgen voor een sterkere rechtsstaat, democratie en economie. Volt pleit daarom voor een heldere uitbreidingsstrategie inclusief duidelijke doelstellingen en tijdslijnen, met daarin in ieder geval: een Transitiefonds van 75 miljard euro, stapsgewijze toetreding, versterkte rechtsstaatswaarborgen en vroegtijdige betrokkenheid van kandidaat-lidstaten bij EU-instellingen."
"Volt wil dat Nederland zich inzet voor de hernieuwde toetreding van het Verenigd Koninkrijk. Ook dient Nederland zich actief in te zetten voor een snelle uitbreiding van de EU. Dit uit oogpunt van veiligheid en om strategische redenen. Het toetredingsproces moet sneller, maar zonder de eisen te verlagen. Daarom pleit Volt voor een stapsgewijs lidmaatschap: landen krijgen geleidelijk meer rechten naarmate ze meer voldoen aan de EU-regels. Alleen landen die de waarden van de EU steunen, kunnen kandidaat worden."
"We staken alle overheidssteun aan de oude industrie en besteden onze tijd, aandacht en ons geld nog uitsluitend aan sectoren met groeiperspectief. Dat betekent dat sommige grote bedrijven uit de oude industrie beter kunnen verhuizen naar andere delen van de EU waar ze van waarde zijn. Daar is bijvoorbeeld meer groene energie of meer technisch personeel. Die verdeling van industrie zal geregeld worden door een Europese minister van Industrie, die zo efficiënt en groen mogelijk in onze gezamenlijke industriebehoeften zal voorzien. Zo spelen we ruimte vrij in ons eigen land. Geen wachtrijen meer voor aansluiting op het stroomnet, geen prangende personeelstekorten en minder problemen met stikstof. Dat zorgt voor ademruimte in Nederland en groei in heel de EU."
"We leggen wettelijk vast dat de Tweede Kamer tijdig en volledig geïnformeerd wordt over alles wat op het gebied van Europese besluitvorming speelt (de Europawet)."
"We betrekken de Tweede Kamer meer bij het maken van het Europese beleid, in plaats van alleen de koers achteraf te controleren. We houden vaker gesprekken in de Tweede Kamer met Eurocommissarissen over wat er gaande is op hun beleidsterrein en voeren jaarlijkse beleidsdebatten over de koers van de EU."