De regering moet zorgen dat Europese subsidies voor het fokken van vechtstieren stoppen. Deze subsidies komen uit het GLB (het landbouwbeleid van de EU). Nederlandse belastingbetalers betalen nu mee aan ernstig dierenleed.
Motie van het lid Kostić over een einde aan Europese subsidies voor de stierenvechtsector
De kamer,
constaterende dat de Kamer zich in 2021 bijna unaniem heeft uitgesproken voor een einde aan Europese subsidies voor fokkers van stieren
voor stierengevechten (Kamerstuk 21501–32, nr. 1292);
constaterende dat het primaire doel van het fokken van dieren van het ras
«toro de lidia» het stierenvechten is;
constaterende dat er naar schatting nog altijd circa 200 miljoen euro per
jaar aan EU-subsidies uit het GLB terechtkomt bij fokkers van deze dieren
voor stierenvechten en stierenfeesten;
van mening dat het onacceptabel is dat Europese subsidies, mede
gefinancierd door de Nederlandse belastingbetaler, bijdragen aan dit
ernstige dierenleed;
verzoekt de regering zich actief in te zetten voor een einde aan Europese
subsidies voor de stierenvechtsector;
verzoekt de regering zich bij de onderhandelingen over het GLB in te
zetten voor het expliciet uitsluiten van het fokken van «toro de lidia» van
directe GLB-betalingen en plattelandsontwikkelingsfondsen.
Argumenten voor: De partij stelt expliciet dat zij het dierenwelzijn wil verbeteren [1]. Daarnaast geeft de partij aan dat industriële landbouw slecht is voor het dierenwelzijn [3] en strijdt zij in Europa voor landbouwsubsidies die een goede omgang met de natuur belonen [2]. Het stopzetten van subsidies voor een sector die zorgt voor ernstig dierenleed sluit aan bij deze doelstellingen.
Argumenten tegen: Er zijn geen fragmenten in het verkiezingsprogramma die redenen geven om tegen deze motie te stemmen.
Bronnen:
"Dierenwelzijn. We verbeteren dierenwelzijn. Alle huisvesting voor landbouwdieren moet voldoen aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en volksgezondheid. Melkveehouderijen krijgen alleen een vergunning als koeien een deel van het jaar naar buiten mogen, en uiteindelijk moeten alle dieren naar buiten kunnen. Er worden geen nieuwe stallen gebouwd waarin dieren permanent binnen worden opgesloten. We stimuleren het 'kalf bij de koe' principe. In slachthuizen komt verplicht cameratoezicht en de maximale slachtsnelheid wordt verlaagd, net als de maximale duur en temperatuur bij veetransporten. Producten die in Nederland worden verkocht of verwerkt moeten een Beter Leven-keurmerk halen van minimaal 2 sterren, en vanaf 2040 zijn dat er 3. Dierenbeulen worden hard aangepakt en mogen geen dieren meer houden."
"Ondernemen met natuur. De boer is behalve voedselproducent ook beheerder van ons landschap. Boeren krijgen een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om meer nadruk te leggen op natuurbeheer in de bedrijfsvoering. Overheden gaan daarom langjarige contracten aan met boeren en in Europa strijden we voor hoge milieunormen en voor Europese landbouwsubsidies die goede omgang met de natuur belonen."
"Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt."