Meer ruimte voor onbewerkte dierlijke mest

De regering moet meer ruimte bieden voor het gebruik van onbewerkte dierlijke mest en de Nitraatrichtlijn (Europese regels voor stikstof) snel aanpassen. Melkveehouders betalen nu te veel voor het afvoeren van mest en de aankoop van kunstmest. Ook het bewerken van mest is te duur.

Motie van de leden Flach en Van der Plas over bij de behandeling van het Actieplan Meststoffen inzetten op meer ruimte voor aanwending van onbewerkte dierlijke mest

De kamer, overwegende dat veel melkveehouders dierlijke mest moeten afvoeren en dure kunstmest moeten aankopen; overwegende dat het Actieplan Meststoffen weliswaar meer ruimte wil bieden voor aanwending van bewerkte dierlijke mest, maar dat deze bewerkingsstap ook hoge kosten met zich meebrengt; verzoekt de regering bij de behandeling van het Actieplan Meststoffen in te zetten op meer ruimte voor aanwending van onbewerkte dierlijke mest, zeker in gebieden waar de waterkwaliteit op orde is, en op snelle herziening van de Nitraatrichtlijn.
21 mei | SGP, BBB | Verworpen: 49–101 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma VVD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil af van middelvoorschriften en wil in plaats daarvan overgaan op doelsturing, waarbij metingen op bedrijfsniveau en doelen voor waterkwaliteit het uitgangspunt worden van het bemestingsbeleid [4]. Dit sluit aan bij het verzoek in de motie om meer ruimte te bieden voor onbewerkte dierlijke mest in gebieden waar de waterkwaliteit op orde is. Daarnaast wil de partij de wet- en regelgeving werkbaar maken [2], de regelzucht verminderen [6] en agrariërs de ruimte geven om op een manier die bij hun bedrijf past aan doelstellingen te voldoen [5]. Ook wordt gestreefd naar een melkveehouderij waarbij boeren hun mest kunnen afzetten [3].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een forse vermindering van de stikstofuitstoot door concrete, generieke stikstofreductie [1].

Bronnen:

  1. "Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
  2. "Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
  3. "Grondgebonden melkveehouderij: We gaan binnen een werkbare periode toewerken naar een balans met voldoende grasland. Waarbij bedrijven op eigen grond of in samenwerkingsverband met akkerbouwers hun ruwvoer telen en mest afzetten, met ruimte voor kunstmestvervangers. De omvang van de melkveehouderij wordt de maatstaf voor de kalverhouderij."
  4. "Ondernemerschap op basis van doelsturing: We willen een agrarische sector die past bij de draagkracht van de omgeving. Vervuiling en emissies willen we waar nodig dus verminderen. Daarvoor zijn middelvoorschriften, zoals verplichte oogstdata, makkelijk voor de overheid, maar die beperken ondernemerschap. We gaan de handen ineenslaan met het bedrijfsleven om over te gaan op afrekenbare doelen en metingen op bedrijfsniveau. Doelen op het gebied van bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit worden het uitgangspunt van ons bemestingsbeleid. Op het moment dat doelsturing aantoonbaar tot resultaat leidt, schaffen we middelvoorschriften af."
  5. "De boer aan het roer: Op basis van een nationaal stikstofemissieplafond krijgen landbouwbedrijven een reductiedoelstelling met afrekenbare normen per hectare of per dier. Agrarische ondernemers worden dan niet meer afgerekend op modelmatig berekende neerslag, maar kunnen hun emissies monitoren en krijgen de ruimte om te voldoen aan een heldere doelstelling op een manier die past bij hun bedrijf. Bijvoorbeeld met extensivering, managementmaatregelen of stikstofreducerende innovaties."
  6. "Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."