De regering moet onderzoeken waar wetten voor moeders en ongeboren kinderen verbeterd moeten worden. De huidige wetten beschermen hun basisrechten onvoldoende. Dit zorgt voor ongelijkheid en onzekerheid in het recht.
Motie van het lid Diederik van Dijk over verkennen bij welke wetgeving er een nadere weging noodzakelijk is om de fundamentele rechten van moeders en hun ongeboren kinderen te waarborgen
De kamer,
overwegende dat onderzoek naar de positie van moeders van ongeboren
kinderen in de wetgeving en de jurisprudentie wijst op wezenlijke
problemen in het strafrecht, het civiele recht en het gezondheidsrecht,
waarbij de wetgever onvoldoende oog heeft voor de fundamentele
rechten van moeders en hun ongeboren kinderen;
constaterende dat onder de huidige wetgeving rechtsongelijkheid en
rechtsonzekerheid ontstaan, die primair het gevolg zijn van het ontbreken
van een duidelijke weging van perspectieven door de wetgever en dat de
jurisprudentie hiervoor geen toereikend antwoord kan bieden;
verzoekt de regering een verkenning uit te laten voeren naar op welke
onderdelen van de wetgeving een duidelijkere, systematischere weging
door de wetgever noodzakelijk is om de fundamentele rechten van
moeders en hun ongeboren kinderen te waarborgen en rechtsongelijkheid
en rechtsonzekerheid te beperken.
Argumenten voor: De partij zet zich expliciet in voor de bescherming van het ongeboren leven [1][3] en wil dat de wetgeving dit waarborgt. Tegelijkertijd wil de partij de positie van moeders en gezinnen versterken, bijvoorbeeld door praktische belemmeringen voor het uitdragen van een zwangerschap weg te nemen [2] en de bescherming van het gezin te verankeren in de Grondwet [4]. De motie, die vraagt om een systematische weging van de rechten van zowel moeders als ongeboren kinderen om rechtsonzekerheid te beperken, sluit aan bij het streven van de partij naar duidelijke wettelijke kaders en zorgvuldigheid [1][3][2].
Argumenten tegen: Er zijn in de tekst geen argumenten te vinden die tegen een onderzoek naar de verbetering van de rechtspositie van moeders en ongeboren kinderen pleiten. De partij pleit juist voor duidelijke juridische kaders, zoals het behoud van abortus in het Wetboek van Strafrecht om zowel het ongeboren leven te beschermen als de vrouw te beschermen [3].
Bronnen:
"Niemand wil dat het besluit om een zwangerschap af te breken lichtvaardig wordt genomen. De ChristenUnie is tegen de versoepelingen van de abortuswetgeving in de afgelopen jaren en blijft pleiten voor zorgvuldigheid en bescherming van het ongeboren leven. De zorgvuldigheidseisen in de"
"Geen enkele vrouw moet zich door praktische zaken als huisvesting, inkomen, werk of studie, genoodzaakt voelen om te kiezen voor abortus. Om die reden vinden wij het gepast en getuigen van goede zorg als in de counseling van ongewenst zwangere vrouwen aandacht wordt besteed aan de overwegingen om een zwangerschap wel of niet te willen uitdragen. Praktische redenen voor een abortus moeten weggenomen worden, bijvoorbeeld via een urgentieverklaring voor een woning of hulp bij het voortzetten van een opleiding."
"De ChristenUnie blijft zich inzetten voor de bescherming van het ongeboren leven en minder abortussen. We verzetten ons tegen het verstrekken van de abortuspil in de huisartsenpraktijk: het is geen 'gewone medische zorg'. Nu de abortuspil sinds 2025 door de huisarts mag worden voorgeschreven, hecht de ChristenUnie des te meer aan gewetensvrijheid voor huisartsen. We zijn tegen brede scholing om abortus laagdempeliger aan te bieden. Wij willen juist dat huisartsen beter worden opgeleid om vrouwen goede begeleiding te bieden bij onbedoelde zwangerschappen. De zwangerschapsafbreking wordt niet uit het Wetboek van Strafrecht gehaald. Dit is een bescherming van het ongeboren leven en het beschermt de vrouw tegen een gedwongen abortus. Abortus is geen mensenrecht. De Nederlandse abortuspraktijk, bijvoorbeeld de beschikbaarheid van abortuspillen, wordt niet naar het buitenland geƫxporteerd."
"Gezinnen moeten voorop staan, maar worden te vaak vergeten in de visie en het beleid van de overheid. Terwijl het gezin en familie de plek is waar kinderen opgroeien en familieleden op elkaar terugvallen als iemand hulp nodig heeft. De overheid moet families en gezinnen waarderen in plaats van al het beleid op de mens als individu te richten. Dit begint met samenhang in de visie en beleid op wat de eerste leefomgeving is voor de meeste mensen. Er wordt beleid gemaakt om de positie van families te ondersteunen, bijvoorbeeld financieel. Ook wordt de positie en bescherming van het gezin verankerd in de Grondwet. Een minister wordt weer expliciet verantwoordelijk voor het realiseren van samenhangend gezinsbeleid. Er komt een jaarlijkse 'Staat van het gezin' waarin wordt gemonitord hoe gebruik wordt gemaakt van kind- en verlofregelingen, kinderopvang, het aanbod van GGD, Jeugdgezondheidszorg en lokale teams."