Toezicht op asbestverwijdering moet blijven

De regering moet voorkomen dat het toezicht op asbestverwijdering verslechtert bij de overgang naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De Arbeidsinspectie vreest dat risicogericht toezicht minder goed wordt als het oude Landelijk Asbestvolgsysteem verdwijnt.

Motie van de leden Van Ark en Patijn over borgen dat risicogericht toezicht en ketenvolging niet verslechteren door de overgang naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet

De kamer, constaterende dat het Landelijk Asbestvolgsysteem wordt beƫindigd en asbestmeldingen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet zullen gaan lopen; overwegende dat het Landelijk Asbestvolgsysteem nu wordt gebruikt voor risicogericht toezicht en het volgen van het ketenproces van asbestverwijdering; overwegende dat de Arbeidsinspectie heeft aangegeven dat het onzeker is of risicogericht toezicht na het vervallen van het Landelijk Asbestvolgsysteem op hetzelfde niveau mogelijk blijft; verzoekt de regering te borgen dat risicogericht toezicht en ketenvolging niet verslechteren door de overgang naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet; verzoekt de regering, binnen de bestaande middelen, te voorkomen dat er een gat ontstaat in risicogericht toezicht en ketenvolging, zolang deze functies nog niet aantoonbaar zijn geborgd.
27 mei | CDA, GL-PvdA |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat de overheid sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garandeert door zelf normen te stellen en deze te handhaven [1]. Omgevingsdiensten moeten volgens de partij beter toegerust worden om handhavend op te treden [1]. Daarnaast moet de gezondheid van omwonenden centraal staan bij handhaving en moet de overheid optreden als hoeder van de belangen van slachtoffers van milieuovertredingen, zoals mensen met longziekten [2]. Tot slot wil de partij het toezicht op de naleving van wetgeving, waaronder de Arbowetgeving, aanscherpen [3].

Argumenten tegen: Het verkiezingsprogramma bevat geen informatie die erop wijst dat de partij het toezicht op milieu, gezondheid of arbeidsomstandigheden wil versoepelen of dat zij minder middelen voor handhaving zou willen inzetten.

Bronnen:

  1. "De laatste jaren zijn er te veel incidenten met bedrijven geweest waarbij uitstoot van stoffen werd geconstateerd die schadelijk zijn voor het milieu, zoals PFAS, (ultra)fijnstof of staalslakken. De overheid moet de sociale grondrechten op het gebied van leefmilieu en volksgezondheid garanderen door zelf normen te stellen en deze te handhaven. Omgevingsdiensten en de GGD zijn onvoldoende in staat gebleken snel en adequaat te handelen. Zij moeten beter toegerust worden om schadelijke uitstoot te voorkomen, handhavend op te treden en vergunningen in te kunnen trekken. Bedrijven houden zich helaas niet vanzelf aan de regels, we gaan minder uit van zelfregulering. Leefomgeving en ruimte gaan hand in hand. Daarom voegen we milieu weer toe aan het ministerie van VRO en herstellen we het succesvolle model van het voormalige ministerie van VROM."
  2. "De leefomgeving van omwonenden wordt beter beschermd door de laatste inzichten over gezondheidsrisico's leidend te laten zijn in de vergunningverlening en handhaving. Gezondheid van omwonenden komt centraal te staan bij het afgeven van nieuwe vergunningen. We sturen vanuit de bescherming van de gezondheid van omwonenden, niet vanuit de maximaal toegestane emissies van bedrijven. De overheid treedt actief op als hoeder van de belangen van slachtoffers van milieuovertredingen - zoals mensen met (long)ziekten, vervuilde grond, of schade aan hun woning. Bij faillissementen worden slachtoffers als eerste vergoed; nu staan zij als schuldeisers nog achteraan in de rij."
  3. "Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."