De regering moet voorkomen dat het toezicht op asbestverwijdering verslechtert bij de overgang naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De Arbeidsinspectie vreest dat risicogericht toezicht minder goed wordt als het oude Landelijk Asbestvolgsysteem verdwijnt.
Motie van de leden Van Ark en Patijn over borgen dat risicogericht toezicht en ketenvolging niet verslechteren door de overgang naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet
De kamer,
constaterende dat het Landelijk Asbestvolgsysteem wordt beƫindigd en
asbestmeldingen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet zullen gaan
lopen;
overwegende dat het Landelijk Asbestvolgsysteem nu wordt gebruikt voor
risicogericht toezicht en het volgen van het ketenproces van asbestverwijdering;
overwegende dat de Arbeidsinspectie heeft aangegeven dat het onzeker is
of risicogericht toezicht na het vervallen van het Landelijk Asbestvolgsysteem op hetzelfde niveau mogelijk blijft;
verzoekt de regering te borgen dat risicogericht toezicht en ketenvolging
niet verslechteren door de overgang naar het Digitaal Stelsel
Omgevingswet;
verzoekt de regering, binnen de bestaande middelen, te voorkomen dat er
een gat ontstaat in risicogericht toezicht en ketenvolging, zolang deze
functies nog niet aantoonbaar zijn geborgd.
Argumenten voor: De partij pleit voor het verzamelen van adviezen van uitvoeringsorganisaties om de Tweede Kamer te informeren bij de behandeling van wetgeving [1]. De motie gebruikt de signalen van de Arbeidsinspectie, een uitvoeringsorganisatie, om een verzoek aan de regering te onderbouwen, wat aansluit bij de wens van de partij om dergelijke informatie mee te nemen in de politieke besluitvorming [1].
Argumenten tegen: Er is onvoldoende informatie beschikbaar in het verkiezingsprogramma om een argument tegen de motie te formuleren.
Bronnen:
"Wij pleiten voor het invoeren van een parlementaire wetsverkenning. Hiermee krijgt de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer."