De regering moet de termijn voor gelijke behandeling bij uitlevering niet verkorten. Uitlevering is het overdragen van een persoon aan een ander land. Na vijf jaar rechtmatig verblijf moeten vreemdelingen dezelfde bescherming krijgen als Nederlanders. Deze termijn mag niet veranderen als de regels voor tijdelijke verblijfsvergunningen worden aangepast.
Motie van het lid Ceulemans over de termijn voor gelijke behandeling tussen Nederlanders en niet-Nederlanders bij uitlevering niet verkorten
De kamer,
constaterende dat Nederland in een interpretatieve verklaring kenbaar
gemaakt heeft dat vreemdelingen die «geheel geïntegreerd zijn in de
Nederlandse samenleving» voor uitlevering gelijk worden behandeld aan
Nederlanders;
constaterende dat het criterium hiervoor vijf jaar rechtmatig verblijf in
Nederland is;
overwegende dat deze termijn kan samenhangen met de termijn van een
tijdelijke verblijfsvergunning;
verzoekt de regering de termijn voor gelijke behandeling tussen Nederlanders en niet-Nederlanders bij uitlevering niet te verkorten, parallel aan
het verkorten van de termijn van de tijdelijke verblijfsvergunning.
Argumenten voor: De partij stelt dat een samenleving mensen moet waarderen om hun inzet en prestaties [4]. Men zou kunnen beargumenteren dat mensen die zich succesvol hebben geïntegreerd [3] op basis van die inzet recht hebben op een gelijke behandeling, ongeacht de duur van hun verblijfsvergunning.
Argumenten tegen: De partij is voorstander van het gebruik van tijdelijke asielvergunningen [1] en een tweestatusstelsel waarbij een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen permanente vluchtelingen en mensen die tijdelijke bescherming zoeken [2]. In dit stelsel worden ook extra voorwaarden gesteld aan mensen met een tijdelijke bescherming [2]. Daarnaast wil de partij meer controle over wie in Nederland mag verblijven [5].
Bronnen:
"We zijn voorstander van de maatregelen uit de Asielnoodmaatregelenwet waarin we kiezen voor tijdelijke asielvergunningen, gezinshereniging terugbrengen tot het kerngezin, de voornemenprocedure bij de IND afschaffen, uitbreiding van de ongewenstverklaring en de maatregelen die het stapelen van asielverzoeken onmogelijk maakt."
"Het Europese migratiepact dat in juni 2026 wordt ingevoerd, vormt voor het CDA de basis van de nationale aanpak rondom asiel:
* Een strenge buitengrensprocedure waarin asielaanvragen die weinig kans maken direct en in een gesloten omgeving aan de buitengrenzen van Europa worden beoordeeld. Bij afwijzing volgt direct terugkeer. De procedure zal ook in Nederland worden toegepast.
* Strengere bescherming van de Europese buitengrenzen. Frontex wordt opgeschaald.
* Invoering van het tweestatusstelsel waarin we het internationaal vastgelegde onderscheid maken tussen permanente vluchtelingen en mensen die tijdelijke bescherming zoeken.
* Daarbij kiezen we in lijn met het EU-recht en vergelijkbaar met Duitsland en België om mensen met tijdelijke bescherming pas gezinsleden te laten overkomen na een wachttijd en wanneer ze inkomsten en woonruimte hebben.
* De mogelijkheden om overlastgevende asielzoekers in bewaring te stellen of enkel te laten verblijven op een Handhavings- of Toezichtslocatie (HTL) worden uitgebreid."
"Meer eisen aan integratie - Statushouders moeten verplicht inburgeren, anders verliezen ze hun status. Kinderen van statushouders volgen verplichte voor- en vroegschoolse educatie, zodat ze snel meedoen op school. Arbeidsmigranten die hier langer blijven, volgen een taaltraject. Alleen kansrijke asielzoekers krijgen sneller toegang tot de arbeidsmarkt en we zetten stevig in op statushouders aan het werk."
"Integratie is een wederkerige opdracht. Aan nieuwkomers is het de taak - zoals aan alle inwoners van Nederland - om vorm en inhoud te geven aan het democratisch burgerschap. Om zich aan onze wetten en regels te houden, zich actief in te spannen om te integreren en Nederlands te leren. Van de samenleving mag worden verwacht dat ze nieuwkomers eerlijke kansen geeft in het onderwijs, op een baan, en dat ze waar nodig nieuwkomers een extra zetje geeft. Van instanties zoals het COA en gemeenten mag worden verwacht dat zij zich proactief inzetten, aanspreekbaar zijn op resultaten en hun processen zo organiseren dat statushouders de beste kansen krijgen. Op die manier bouwen we met elkaar aan onze samenleving. Een samenleving waar we mensen waarderen om hun inzet en prestaties, om hun meedoen. Waar we de mens zien en niet de migrant met een andere achternaam."
"Als wij niet in staat zijn om mensen fatsoenlijk op te vangen doordat we geen controle hebben over wie in Nederland mag blijven en wie niet, doen we iedereen tekort: zowel de mensen die we willen opvangen als de mensen die hier al zijn."