Taskforce tegen leegstand van gebouwen

De regering moet een taskforce (een speciale werkgroep) oprichten om leegstaande gebouwen sneller om te bouwen tot woningen. Het ombouwen van leegstaand vastgoed gaat sneller en kost minder geld dan het bouwen van nieuwe huizen. In Nederland staat momenteel 17,8 miljoen vierkante meter aan panden leeg.

Motie van het lid Beckerman over een taskforce in het leven roepen om structurele leegstand van vastgoed terug te dringen en transformatie hiervan naar woningen te versnellen

De kamer, constaterende dat dit kabinet zegt het woningtekort met spoed aan te willen pakken en dat de Minister van VRO het terugdringen van de woningnood een topprioriteit noemt; constaterende dat er in Nederland structureel 17,8 miljoen vierkante meter aan panden leegstaat, wat gelijk staat aan 200.000 standaardnieuwbouwappartementen; overwegende dat het transformeren van leegstaand vastgoed naar woningen een snellere en kostenefficiëntere bijdrage kan leveren aan het terugdringen van het woningtekort dan nieuwbouw; verzoekt de regering een taskforce in het leven te roepen die direct aan de slag gaat om de structurele leegstand van vastgoed terug te dringen en de transformatie naar woningen te versnellen.
28 mei | SP | Verworpen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil in haar 'Deltaplan wonen' bestaande bebouwing slimmer benutten, waarbij het transformeren van kantoorpanden en het aanpakken van leegstand als eerste prioriteit worden genoemd [2]. Specifiek wordt voorgesteld om leegstaande kantoorgebouwen te gebruiken voor het realiseren van studentenwoningen [1] en om lege bedrijfspanden te herontwikkelen tot woningen [3]. Daarnaast wil de partij een heffing op leegstand invoeren om te voorkomen dat panden onnodig leeg blijven staan [4].

Argumenten tegen: De partij waarschuwt dat het streven naar 'sneller, meer, goedkoper' niet moet gaan ten koste van een kwalitatieve benadering die gericht is op 'duurzamer, mooier en gezonder' [5]. Een taskforce die uitsluitend gericht is op het versnellen van transformaties zou hiermee in strijd kunnen zijn.

Bronnen:

  1. "Het tekort aan studentenwoningen wordt opgelost door snel duurzame woningen te realiseren, bij voorkeur in leegstaande (kantoor)gebouwen. Waar een nijpend tekort is, kunnen flexwoningen worden ingezet, mits ze duurzaam en volledig herbruikbaar zijn."
  2. "De minister voor Volkshuisvesting maakt een Deltaplan wonen: zowel nieuwe woonruimte creëren, als bestaande woningen energiezuinig of energieneutraal maken. Om het creëren van woonruimte in goede banen te leiden, wordt een woonladder gebruikt. Allereerst wordt bestaande bebouwing slimmer benut. Denk aan het transformeren van kantoorpanden, het aanpakken van leegstand, het optoppen en splitsen van bestaande woningen en het stimuleren van doorstroming. Hiermee kunnen vooral veel éénpersoonswoningen gecreëerd worden. Vervolgens wordt er waar dat kan - zonder de leefbaarheid aan te tasten - binnenstedelijk gebouwd. Tot slot zal bebouwing aan de rand van bestaande woonkernen plaatsvinden."
  3. "Lege bedrijfspanden worden herontwikkeld en krijgen een andere functie, zoals wonen. Nieuwbouw van kantoren en bedrijventerreinen wordt ontmoedigd. Op voormalige boerderijen kan worden geëxperimenteerd met woonvormen en -gemeenschappen, waarbij jong en oud samenleven en elkaar kunnen ondersteunen. Het moet makkelijker worden een hypotheek af te sluiten met meer dan twee mensen, en dit moet bij alle hypotheekverstrekkers kunnen. Op die manier wordt 'cohousing' mogelijk gemaakt en kunnen verschillende gezinsconstructies gefaciliteerd worden."
  4. "Een heffing op leegstand en braakliggende grond bij (woning)bouwprojecten maakt het onaantrekkelijk om panden leeg te laten staan en te speculeren met bouwgrond."
  5. "De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."