Meer locaties voor grote woningbouwprojecten

De regering moet nieuwe locaties aanwijzen voor grote woningbouwprojecten, zoals Veenendaal-De Klomp, het IJmeer en gebieden langs de Nedersaksenlijn of de Lelylijn. Dit is nodig om het woningtekort op de lange termijn aan te pakken. Meer bouwlocaties zorgen voor meer woningen.

Motie van het lid Van Asten c.s. over bij het aanwijzen van grootschalige woningbouwlocaties ook nieuwe locaties meenemen

De kamer, overwegende dat de bouw in nieuwe grootschalige woningbouwlocaties een enorme bijdrage zal leveren aan het terugdringen van het woningtekort; overwegende dat naast de eerder aangewezen nationale en regionale grootschalige woningbouwlocaties extra woningen moeten worden gerealiseerd om het woningtekort ook op lange termijn terug te dringen; constaterende dat circa vijf nieuwe grootschalige woningbouwlocaties nog deze zomer worden aangewezen op grond van het Afweegkader nationaal grootschalige woningbouwlocaties; overwegende dat bij de aanwijzing van de daaropvolgende locaties breder gezocht kan worden naar kansrijke locaties volgens het Afweegkader nationaal grootschalige woningbouwlocaties; verzoekt de regering bij het aanwijzen van de overige grootschalige woningbouwlocaties na de zomer ook nieuwe locaties zoals Veenendaal-De Klomp, het IJmeer en locaties langs de Nedersaksenlijn of de Lelylijn mee te nemen.
28 mei | D66, CDA, CU |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij noemt de Lelylijn en de Nedersaksenlijn expliciet als onderdeel van de grote structuurkeuzes die nodig zijn voor de toekomst van Nederland [1]. Daarnaast steunt de partij een landelijke aanpak voor grote woningbouwopgaven om te zorgen dat bouwen sneller en beter gebeurt [1].

Argumenten tegen: De partij stelt dat grotere nieuwbouwlocaties buiten de dorpen en steden alleen gebouwd mogen worden op plekken die verantwoord zijn wat betreft de water- en bodemgesteldheid en die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer [2]. Daarnaast moet bouwen in risicovolle gebieden, zoals bij een kwetsbare bodem, worden vermeden [3].

Bronnen:

  1. "Het is hard nodig om grote keuzes voor de toekomst van Nederland te durven nemen. Het Rijk komt daarom eindelijk met de langverwachte 'Nota Ruimte'. Daarin worden grote structuurkeuzes gemaakt, zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, het aanwijzen van grootschalige nieuwbouwlocaties, Deltawind21 in combinatie met een derde Maasvlakte en natuurontwikkeling. Tegelijk stimuleren we de leefbaarheid in álle delen van het land van stad tot platteland - en bevorderen we ruimtelijke solidariteit tussen regio's. Voor grote woningbouwopgaven komt een landelijke aanpak, zoals eerder bij de VINEX-wijken. Zo zorgen we dat bouwen sneller en beter gebeurt, op plekken die toekomstbestendig en bereikbaar zijn. Ook komt er een nieuwe ruilverkaveling om boeren toekomstperspectief te geven en landbouwgronden logischer en duurzamer in te richten."
  2. "We bouwen waar dat kan eerst binnen de dorpen en steden. Vooral in dorpen stimuleren we uitbreidingen met 'een buurtje erbij', zodat jongeren en starters in hun eigen dorp kunnen blijven wonen. Dit is hard nodig om voorzieningen zoals kerken, scholen, winkels en sportverenigingen in de toekomst te behouden. Grotere nieuwbouwlocaties buiten de dorpen en steden, die nodig zijn om de woningnood op te lossen, worden gebouwd op plekken die verantwoord zijn qua gesteldheid van water en bodem én goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Zo houden we Nederland leefbaar én bereikbaar."
  3. "Bouwen in risicovolle gebieden wordt vermeden, bijvoorbeeld bij een kwetsbare bodem, overstromingsgevaar of ongezond leefklimaat. Rijk en gemeenten kijken minimaal 50 jaar vooruit in de keuzes waar wel en niet wordt gebouwd. Er wordt rekening gehouden met zaken zoals lokaal klimaat, voldoende schaduw door bomen, tegengaan van verstening en stedelijke oververhitting. Inpassen van verkoelende maatregelen wordt de standaard werkwijze. We willen dat nieuwbouwwoningen niet alleen energiezuinig zijn, maar ook duurzaam gebouwd worden. Daarom werken we mee aan een nieuwe Europese rekenmethode die kijkt naar de totale impact van een woning: van de CO2 uitstoot van de gebruikte bouwmaterialen tot het energieverbruik en de energieopwekking per uur. Wie kiest voor herbruikbare (circulaire) of biobased materialen, zoals duurzaam hout of hennep, wordt daarvoor beloond. Zo stimuleren we innovatief bouwen: klimaatbestendig, natuurinclusief en kostenefficiënt. We werken samen met de bouwsector en kennisinstellingen om dit verder te ontwikkelen. Zo verlagen we de woonlasten én versterken we de positie van Nederland als koploper in duurzame bouw."