Meer kleine bouwlocaties bij dorpen

De regering moet meer inzetten op kleine bouwlocaties bij dorpen, ook wel een «wijkje erbij» genoemd. Dit zorgt namelijk snel voor extra woningen en houdt dorpen levendig. De regering moet provincies en gemeenten daarom stimuleren om deze mogelijkheden vaker te gebruiken.

Motie van de leden Flach en Grinwis over meer ambitie tonen als het gaat om kleinschalige woningbouwlocaties

De kamer, constaterende dat het kabinet inzet op grootschalige bouwlocaties, zoals het aanwijzen van in totaal 30 locaties; overwegende dat juist ook kleinschalige bouwlocaties aan de randen van dorpen en kernen snel meer woningen kunnen toevoegen aan de voorraad en daarnaast voordelen hebben voor de leefbaarheid en vitaliteit van dorpen en kernen; overwegende dat als gevolg van een aangenomen motie (29 435, nr. 273) de mogelijkheden hiervoor zijn verruimd; verzoekt de regering de ruimere mogelijkheden voor het creëren van een «wijkje erbij» actief onder de aandacht te brengen van provincies en gemeenten en hen aan te sporen om hiervan gebruik te maken; verzoekt de regering, naast de inzet op grootschalige woningbouwlocaties, meer ambitie te tonen als het gaat om kleinschalige woningbouwlocaties, en de Kamer over deze ambities voor Prinsjesdag 2026 te informeren.
28 mei | SGP, CU | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij stelt dat bebouwing aan de rand van bestaande woonkernen een onderdeel is van de strategie om woonruimte te creëren [1]. Er wordt specifiek genoemd dat er ruimte moet worden gecreëerd voor woningen aan de rand van bestaande woonkernen zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid, het landschap of de natuur [3]. Daarnaast steunt de partij kleinschalige mengvormen [2] en het experimenteren met nieuwe woonvormen op voormalige boerderijen [4].

Argumenten tegen: De tekst biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "De minister voor Volkshuisvesting maakt een Deltaplan wonen: zowel nieuwe woonruimte creëren, als bestaande woningen energiezuinig of energieneutraal maken. Om het creëren van woonruimte in goede banen te leiden, wordt een woonladder gebruikt. Allereerst wordt bestaande bebouwing slimmer benut. Denk aan het transformeren van kantoorpanden, het aanpakken van leegstand, het optoppen en splitsen van bestaande woningen en het stimuleren van doorstroming. Hiermee kunnen vooral veel éénpersoonswoningen gecreëerd worden. Vervolgens wordt er waar dat kan - zonder de leefbaarheid aan te tasten - binnenstedelijk gebouwd. Tot slot zal bebouwing aan de rand van bestaande woonkernen plaatsvinden."
  2. "De huisvesting van statushouders en vluchtelingen vindt zorgvuldig plaats: we zorgen voor evenredige en rechtvaardige verdeling over gemeenten, waar het kan op wijkniveau. Dat betekent dat ook rijkere gemeenten hun eerlijke aandeel leveren. Daarnaast zetten we in op kleinschalige mengvormen waarbij bijvoorbeeld studenten en nieuwkomers een wooncomplex delen, en projecten waarbij vluchtelingen met een bepaalde beroepsachtergrond worden gekoppeld aan potentiële lokale werkgevers. Hier zorgen we voor voldoende begeleiding, zodat dit leidt tot betere integratie en wederzijds begrip in de wijk. Gemeenten moeten (financieel) in staat gesteld worden hier zo veel mogelijk het voortouw in te nemen."
  3. "Slechts 7% van het Nederlandse grondoppervlak wordt ingenomen door woningen, bijna de helft door de veehouderij. Dat is onhoudbaar. Door boeren te helpen overschakelen naar plantaardige landbouw komt er veel grond vrij die we veel beter kunnen verdelen. Verreweg het grootste deel daarvan zetten we om naar natuur zodat de biodiversiteit kan herstellen. Zo ontstaat ruimte voor woningen aan de rand van bestaande woonkernen, zonder dat dit ten koste gaat van leefbaarheid, landschaps- en cultuurhistorie en de natuur. Op die manier kunnen meer mensen wonen in een groene omgeving en lossen we het woningtekort op. De bebouwde omgeving moet daarnaast slimmer, duurzamer en eerlijker worden benut."
  4. "Lege bedrijfspanden worden herontwikkeld en krijgen een andere functie, zoals wonen. Nieuwbouw van kantoren en bedrijventerreinen wordt ontmoedigd. Op voormalige boerderijen kan worden geëxperimenteerd met woonvormen en -gemeenschappen, waarbij jong en oud samenleven en elkaar kunnen ondersteunen. Het moet makkelijker worden een hypotheek af te sluiten met meer dan twee mensen, en dit moet bij alle hypotheekverstrekkers kunnen. Op die manier wordt 'cohousing' mogelijk gemaakt en kunnen verschillende gezinsconstructies gefaciliteerd worden."