Meer kleine bouwlocaties bij dorpen

De regering moet meer inzetten op kleine bouwlocaties bij dorpen, ook wel een «wijkje erbij» genoemd. Dit zorgt namelijk snel voor extra woningen en houdt dorpen levendig. De regering moet provincies en gemeenten daarom stimuleren om deze mogelijkheden vaker te gebruiken.

Motie van de leden Flach en Grinwis over meer ambitie tonen als het gaat om kleinschalige woningbouwlocaties

De kamer, constaterende dat het kabinet inzet op grootschalige bouwlocaties, zoals het aanwijzen van in totaal 30 locaties; overwegende dat juist ook kleinschalige bouwlocaties aan de randen van dorpen en kernen snel meer woningen kunnen toevoegen aan de voorraad en daarnaast voordelen hebben voor de leefbaarheid en vitaliteit van dorpen en kernen; overwegende dat als gevolg van een aangenomen motie (29 435, nr. 273) de mogelijkheden hiervoor zijn verruimd; verzoekt de regering de ruimere mogelijkheden voor het creëren van een «wijkje erbij» actief onder de aandacht te brengen van provincies en gemeenten en hen aan te sporen om hiervan gebruik te maken; verzoekt de regering, naast de inzet op grootschalige woningbouwlocaties, meer ambitie te tonen als het gaat om kleinschalige woningbouwlocaties, en de Kamer over deze ambities voor Prinsjesdag 2026 te informeren.
28 mei | SGP, CU | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij streeft naar het bouwen van leefbare wijken waarin wonen, natuur en voorzieningen zoals scholen en gezondheidscentra hand in hand gaan [2]. Daarnaast wil de partij voorkomen dat er enkel uniforme wijken worden gebouwd, maar kiest zij voor het herhalen van duurzame concepten op verschillende locaties door het land [3]. Ook het benutten van bestaande bouw door middel van transformatie en splitsing ondersteunt de mogelijkheid tot kleinschalige ontwikkeling [1].

Argumenten tegen: De partij zet in op een landelijk stelsel van uniforme spelregels om transities te versnellen en geeft aan dat innovatieve bouwmethoden hierdoor sneller en vaker grootschalig ingezet kunnen worden [4].

Bronnen:

  1. "Door het beter benutten van bestaande bouw kan de woningvoorraad verder worden vergroot. De Rijksoverheid ontwikkelt in samenspraak met regionale overheden en partners in de huisvesting een landelijke stimuleringsmaatregel voor het splitsen, optoppen, aanplinten, bijplaatsen en transformeren van bestaande bebouwingen. Ook het wegnemen van bestaande belemmeringen in de fiscale, milieu- en sociale wetgevingen worden hierin meegenomen."
  2. "Daarom bouwen we meer woningen. Sneller, slimmer én duurzamer. We zorgen dat in 2030 alle nieuwbouw klimaatneutraal is en we maken het verduurzamen van bestaande gebouwen makkelijker. We bouwen leefbare wijken met groen, contact en gemak. Bewoners krijgen meer inspraak en verantwoordelijkheid over hun wijk. Zo bouwen we aan wijken waarin wonen, natuur en voorzieningen, zoals scholen en gezondheidscentra, hand in hand gaan."
  3. "Volt wil herhaling van duurzame woningbouwconcepten die ook in 2050 nog klimaatbestendig zijn. Niet door wijken met uniforme bouw maar door herhaling op verschillende locaties door het land. Het ministerie moet de markt uitdagen om verantwoorde en economische woonconcepten te ontwikkelen die vervolgens landelijk uitgerold kunnen worden. We vragen van gemeenten en welstandscommissies om flexibel te zijn, zodat bouwkosten en duurzaamheid niet onder druk komen te staan."
  4. "Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening harmoniseert waar mogelijk gemeentelijke bouw- en omgevingsregels om transities te versnellen, of stelt samen met gemeenten kaders daarvoor op. Zo creëren we één landelijk stelsel van uniforme spelregels voor de (ver-) bouw van nieuwe en bestaande woningen, waarop maar heel beperkt uitzonderingen mogelijk zijn. Daarmee maken we het woningbouwbeleid eenvoudiger toe te passen en beter uitlegbaar. Ook innovatieve bouwmethoden kunnen op deze wijze sneller en vaker grootschalig worden ingezet."