Regie op winning van bouwgrondstoffen

De regering moet meer landelijke regie voeren op de vergunningverlening voor bouwgrondstoffen. Er is te weinig zand, grind en klei beschikbaar omdat de vergunningen vastlopen. Dit belemmert de bouw van nieuwe woningen. De regering moet daarom een plan maken voor landelijke controle op de winning van deze stoffen. De adviesgroep STOER adviseert hiervoor actieve rijksregie.

Motie van het lid Mooiman c.s. over werk maken van het advies van de werkgroep STOER ten aanzien van bouwstoffenwinning

De kamer, constaterende dat de adviesgroep STOER stelt dat de beschikbaarheid van primaire bouwgrondstoffen onder druk staat; constaterende dat de vergunningverlening voor bouwgrondstoffen stokt en dat dit problemen oplevert voor de realisatie van nieuwe woningen; overwegende dat voldoende beschikbaarheid van zand, grind en klei een belangrijke randvoorwaarde is voor de realisatie van de woningbouwopgave; overwegende dat STOER adviseert om actieve rijksregie te voeren op provinciale vergunningverlening voor bouwgrondstoffen; verzoekt de regering werk te maken van het advies van de werkgroep STOER ten aanzien van bouwstoffenwinning en een concreet en tijdig plan op te stellen voor meer landelijke regie, teneinde de continuïteit van de winning te kunnen waarborgen; verzoekt de regering tevens het grote belang van de woningbouwopgave mee te nemen in de integrale afweging van de oppervlaktedelfstoffenwinning, en deze spoedig aan de Kamer aan te bieden.
28 mei | PVV, CDA, CU, D66, Markusz, VVD | Aangenomen |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil dat de overheid ingrijpt om ervoor te zorgen dat er gebouwd wordt waar echt behoefte aan is [3]. Het is volgens de partij noodzakelijk dat het huidige visieloze grondbeleid plaatsmaakt voor volkshuisvesting om de woningnood aan te pakken [1]. Daarnaast vindt de partij dat de overheid haar grondwettelijke taak om te zorgen voor woongelegenheid moet waarmaken door commerciële belangen opzij te zetten [7].

Argumenten tegen: De partij streeft naar een Grondstoffenwet met bindende verplichtingen om het grondstoffengebruik juist te verminderen [2]. In plaats van te leunen op klassieke bouwmaterialen, zet de partij vol in op bio-based bouwen met hernieuwbare grondstoffen zoals hout, vlas en bamboe [4]. Daarnaast is het beschermen van het bodemleven bij bouwprojecten een belangrijk uitgangspunt [5] en wordt er gepleit voor een kwalitatieve benadering van de gebouwde omgeving in plaats van enkel te focussen op 'sneller, meer, goedkoper' [6].

Bronnen:

  1. "De vraag naar woningen is groter dan het aanbod. Vooral het aantal éénpersoonshuishoudens zal sterk toenemen. Veel mensen kunnen geen betaalbare woning meer vinden. De afgelopen jaren zijn er pleisters geplakt op de wonden die het woonbeleid van de afgelopen decennia heeft achtergelaten. Jongeren kunnen amper aan een betaalbaar dak boven hun hoofd komen en de (ver)bouw zit klem in de stikstofcrisis. Daarom is het noodzakelijk dat het visieloze grondbeleid plaatsmaakt voor volkshuisvesting."
  2. "Er komt een Grondstoffenwet met bindende verplichtingen voor het terugdringen van grondstoffengebruik."
  3. "De Partij voor de Dieren wil het woningtekort op een duurzame manier oplossen. Investeerders bouwen nu vooral graag grote dure woningen, omdat daar het meeste geld aan te verdienen valt. De overheid moet ingrijpen en ervoor zorgen dat er gebouwd wordt waar echt behoefte aan is. We willen dat studenten betaalbaar op kamers kunnen en dat jonge gezinnen een huur- of koopwoning vinden die bij hun gezinssituatie past."
  4. "In de bouwwereld is de afgelopen jaren hard gewerkt aan recycling, innovaties en technieken die minder energie gebruiken en aan materialen die makkelijk te hergebruiken zijn. We zetten vol in op bio-based bouwen met zo veel mogelijk natuurlijke en hernieuwbare grondstoffen, zoals hout, vlas en bamboe. Hierdoor kunnen gebouwen zelfs CO2 opslaan. Bovendien zetten we in op gebouwen die weinig extra energie nodig hebben. Dat doen we door te bouwen volgens natuurlijke bouwprincipes, met zo min mogelijk apparaten. De overheid heeft veel invloed op de bouw, want zij is vaak opdrachtgever en bepaalt de regels. Toch kiezen overheden voor goedkoop, wat uiteindelijk duurkoop is. Klassieke bouwmaterialen zoals beton en staal hebben een grote CO2-voetafdruk. Een nieuwe bouwcrisis dreigt als op de huidige manier doorgebouwd wordt. Met de gevestigde partijen rennen we naar de volgende bouwcrisis, maar het kan anders:"
  5. "Bij bouwprojecten wordt het bodemleven standaard in kaart gebracht, beschermd en waar mogelijk versterkt. Nieuwe inzichten over het belang van een gezonde bodem worden opgenomen in het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen en verwerkt in relevante wet- en regelgeving. Een levende bodem is de basis voor natuur, klimaat en gezondheid."
  6. "De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."
  7. "De wooncrisis kan alleen worden opgelost als gevestigde financiële belangen plaatsmaken voor de belangen van mensen die een woning nodig hebben, van woningmarkt naar volkshuisvesting. De agro-industrie en particuliere investeerders zullen pas op de plaats moeten maken, zodat de overheid de grondwettelijke taak om te zorgen voor woongelegenheid ook echt kan gaan waarmaken."