De regering moet het transitieplan voor onafhankelijke controle van de overheidsfinanciën starten. Er is unanieme steun voor een onafhankelijke controle van de manier waarop de overheid met geld omgaat. De nieuwe werkwijze moet in 2028 klaar zijn.
Motie van de leden Stultiens en Oosterhuis over het transitieplan richting meer onafhankelijke controle van de overheidsfinanciën in gang zetten
De kamer,
overwegende dat er unanieme steun was voor een transitieplan richting
meer onafhankelijke controle van de overheidsfinanciën;
verzoekt de regering dit plan daadwerkelijk in gang te zetten zodat de
nieuwe werkwijze kan worden toegepast bij het controlejaar 2028.
Argumenten voor: De partij vindt het essentieel dat kiezers een duidelijk beeld krijgen van de financiële implicaties van politiek beleid, zodat zij een weloverwogen keuze kunnen maken [4]. Zij stellen expliciet dat de financiële gevolgen van grote plannen aan de kiezer voorgelegd moeten worden [2]. Daarnaast ondersteunt de partij het gebruik van planbureaus om de effecten van beleid op de welvaart te berekenen [1]. Het versterken van de controle op de financiën sluit bovendien aan bij de wens om de Rijksoverheidsuitgaven jaarlijks te laten krimpen [3].
Argumenten tegen: Er is in de verstrekte fragmenten geen informatie te vinden die tegen een onafhankelijke controle van de overheidsfinanciën pleit.
Bronnen:
"Een nieuwe regering kan immers wel degelijk stárten met zulk beleid. Een andere richting inslaan. De koers verleggen. Omdat de stip aan de horizon helder is. En een grosso modo berekening van een daartoe uitgerust planbureau heeft laten zien dat dit op termijn onnoemelijk veel welvaart zou opleveren."
"Want hoewel het op zichzelf natuurlijk klopt, dat je het gehele klimaatbeleid - dat in vele jaren is opgebouwd, dat ten uitvoer wordt gebracht door vele bestuurslagen en verdeeld wordt over vele instanties die daarbij gebruik maken van talloze (inter)nationale subsidies en publiek-private 'investeringsfondsen' - niet zomaar in één regeerperiode, met een enkele pennenstreek, kunt afschaffen (en je in onze parlementaire democratie überhaupt slechts langzaam grote veranderingen kunt doorvoeren), vinden wij dat de financiële implicaties van dergelijke 'grote plannen' juist wél aan de kiezer zouden moeten worden voorgelegd."
"Kleinere overheid De Rijksoverheidsuitgaven moeten verplicht ieder jaar 3% krimpen, zodat de overheid niet groter maar kleiner wordt."
"In Nederland bestaat de traditie dat partijen hun verkiezingsprogramma laten 'doorrekenen' door het Centraal Planbureau (CPB). De bedoeling hiervan is dat kiezers een beeld krijgen bij de (financiële) implicaties van het voorgestelde beleid van politieke partijen en daar hun stem weloverwogen op kunnen baseren. Geen luchtfietserij, geen loze beloftes: maar serieus onderbouwde voorstellen."