Flexwoningen makkelijker verplaatsen

De regering moet onderzoeken hoe vergunningen voor flexwoningen (verplaatsbare woningen) locatie- en tijdsongebonden kunnen worden verleend. Het voordeel van deze woningen is juist dat ze verplaatsbaar zijn. Nu zijn de vergunningen nog gebonden aan een specifieke plek en tijd, wat de inzetbaarheid beperkt.

Motie van het lid Van Leijen over uitwerken hoe en of vergunningen voor flexwoningen locatie- en tijdsongebonden kunnen worden verleend

De kamer, constaterende dat het kabinet inzet op fabrieksmatige woningbouw om zo snel mogelijk te bouwen; overwegende dat fabrieksmatig gebouwde flexwoningen meerdere jaren bewoond moeten kunnen worden om de bouw van deze woningen rendabel te maken; overwegende dat de vergunningen van deze woningen locatiegebonden zijn, maar de meerwaarde van deze woningen voor woningbouw in het verplaatsbare karakter van deze woningen zit; verzoekt de regering uit te werken hoe en of vergunningen voor flexwoningen locatie- en tijdsongebonden kunnen worden verleend.
3 juni | D66 | Aangenomen: 118–32 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij stelt dat flexwoningen ingezet kunnen worden waar een nijpend tekort is, onder de voorwaarde dat ze duurzaam en volledig herbruikbaar zijn [1]. Daarnaast geeft de partij aan dat wet- en regelgeving die duurzame initiatieven belemmert, indien nodig aangepast moet worden [2]. Het versoepelen van de regels rondom de locatie- en tijdsgebondenheid van vergunningen voor flexwoningen helpt om de flexibiliteit en de verplaatsbaarheid van dergelijke woningen beter te benutten [2].

Argumenten tegen: De partij waarschuwt dat tijdelijke maatregelen, zoals versnelde bouw zonder een integrale visie of kwaliteitsborging, het woningtekort niet structureel verhelpen [3]. Daarnaast bekritiseert de partij het feit dat overheden vaak kiezen voor 'goedkoop', wat zij als 'duurkoop' bestempelen [4]. De nadruk in de motie op 'fabrieksmatige' bouw om 'zo snel mogelijk' te bouwen, zou hiermee kunnen botsen met de wens van de partij voor een kwalitatieve en duurzame benadering [3].

Bronnen:

  1. "Het tekort aan studentenwoningen wordt opgelost door snel duurzame woningen te realiseren, bij voorkeur in leegstaande (kantoor)gebouwen. Waar een nijpend tekort is, kunnen flexwoningen worden ingezet, mits ze duurzaam en volledig herbruikbaar zijn."
  2. "Zelfvoorzienende leefwijzen, gemeenschappen en 'offgrid' woontypen zoals tiny houses worden gefaciliteerd. Wet- en regelgeving die dergelijke duurzame initiatieven belemmert, wordt indien nodig aangepast."
  3. "De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."
  4. "In de bouwwereld is de afgelopen jaren hard gewerkt aan recycling, innovaties en technieken die minder energie gebruiken en aan materialen die makkelijk te hergebruiken zijn. We zetten vol in op bio-based bouwen met zo veel mogelijk natuurlijke en hernieuwbare grondstoffen, zoals hout, vlas en bamboe. Hierdoor kunnen gebouwen zelfs CO2 opslaan. Bovendien zetten we in op gebouwen die weinig extra energie nodig hebben. Dat doen we door te bouwen volgens natuurlijke bouwprincipes, met zo min mogelijk apparaten. De overheid heeft veel invloed op de bouw, want zij is vaak opdrachtgever en bepaalt de regels. Toch kiezen overheden voor goedkoop, wat uiteindelijk duurkoop is. Klassieke bouwmaterialen zoals beton en staal hebben een grote CO2-voetafdruk. Een nieuwe bouwcrisis dreigt als op de huidige manier doorgebouwd wordt. Met de gevestigde partijen rennen we naar de volgende bouwcrisis, maar het kan anders:"