De regering moet één centraal aanspreekpunt maken voor gebieden die niet onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) vallen. Veel gebieden hebben namelijk grote stedelijke problemen, maar kunnen nu niet makkelijk contact leggen met de landelijke overheid. Dit aanspreekpunt helpt deze gebieden om de juiste hulp te krijgen.
Motie van het lid Mooiman over één herkenbaar aanspreekpunt waar ook gebieden terechtkunnen die niet onder het NPLV vallen
De kamer,
constaterende dat er meerdere gebieden in Nederland zijn die niet onder
het NPLV vallen, maar wel te maken hebben met grootstedelijke
problematiek;
overwegende dat het van belang is dat er ook aandacht is voor gebieden
die niet onder het NPLV vallen en dat deze gebieden op laagdrempelige
wijze in contact kunnen treden met het Rijk;
verzoekt de regering om één herkenbaar aanspreekpunt binnen het Rijk te
creëren waar ook gebieden die niet onder het NPLV vallen, terechtkunnen.
Argumenten voor: De partij streeft naar overheidsefficiëntie [1]. Het creëren van één herkenbaar aanspreekpunt zou de communicatie met het Rijk kunnen vereenvoudigen, wat kan bijdragen aan deze efficiëntie [1].
Argumenten tegen: De partij wil dat de nationale overheid zich minder bezighoudt met zaken op detailniveau en streeft naar meer autonomie [1]. Daarnaast wordt in het programma benadrukt dat regie zo lokaal mogelijk moet worden ingericht [2]. Een nieuw aanspreekpunt binnen het Rijk voor specifieke gebieden kan daarom worden gezien als een toename van de centrale bemoeienis bij lokale problematiek [1][2].
Bronnen:
"Overheidsefficiëntie en Autonomie dient hier actief op toe te zien. Dit levert niet alleen meer betrokkenheid en zeggenschap van burgers op, maar zorgt er ook voor dat de nationale overheid zich minder op detailniveau met de levens van mensen bezig zal houden."
"Volle aandacht verdient ook de wijze waarop de jeugdzorg functioneert. De beoogde transformatie van de jeugdzorg stagneert door een aantal knelpunten zoals het ontbreken van deskundigheid bij gemeenten, gebrek aan samenwer -king, geldtekort, administratieve rompslomp en aanbie -ders van zorg die in zwaar weer verkeren. Wat JA21 betreft wordt de samenwerking in de jeugdzorgregio's steviger aangezet en dienen de regie en dus het budget zo lokaal mogelijk te worden ingericht. Op die manier kan de lokale democratie scherper toezien op een kwalitatief goede uitvoering van de jeugdzorg."