De regering moet één centraal aanspreekpunt maken voor gebieden die niet onder het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) vallen. Veel gebieden hebben namelijk grote stedelijke problemen, maar kunnen nu niet makkelijk contact leggen met de landelijke overheid. Dit aanspreekpunt helpt deze gebieden om de juiste hulp te krijgen.
Motie van het lid Mooiman over één herkenbaar aanspreekpunt waar ook gebieden terechtkunnen die niet onder het NPLV vallen
De kamer,
constaterende dat er meerdere gebieden in Nederland zijn die niet onder
het NPLV vallen, maar wel te maken hebben met grootstedelijke
problematiek;
overwegende dat het van belang is dat er ook aandacht is voor gebieden
die niet onder het NPLV vallen en dat deze gebieden op laagdrempelige
wijze in contact kunnen treden met het Rijk;
verzoekt de regering om één herkenbaar aanspreekpunt binnen het Rijk te
creëren waar ook gebieden die niet onder het NPLV vallen, terechtkunnen.
Argumenten voor: De partij stelt dat alle regio's in Nederland ertoe doen en dat overheidsbeleid en investeringen gericht moeten zijn op alle regio's, niet enkel op de dichtbevolkte gebieden [1]. De motie vraagt juist om aandacht voor gebieden die buiten het NPLV vallen, wat aansluit bij deze brede regionale focus [1]. Daarnaast wil de partij dat het contact met de overheid makkelijker en sneller verloopt [3], wat aansluit bij de wens in de motie voor een laagdrempelig aanspreekpunt [motie].
Argumenten tegen: De partij stemt tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben [2]. Als dit nieuwe aanspreekpunt zou worden gezien als een overbodige bureaucratische stap zonder duidelijke extra waarde, zou de partij tegen kunnen stemmen [2].
Bronnen:
"Alle regio's in Nederland doen ertoe: Nederland bestaat uit uiteenlopende regio's, met eigen krachten en uitdagingen. Die krachten benutten we. Investeringen en beleid van de overheid richten we op alle regio's en niet alleen op dichtbevolkte regio's. Bij de totstandkoming van nieuw beleid toetsen we wat de effecten daarvan op de regio zijn. Werken voor de Rijksoverheid betekent bovendien niet automatisch werken in Den Haag, maar moet net zo goed in bijvoorbeeld Goes of Doetinchem kunnen. Dit kan door het maken van afspraken over werken op satellietlocaties of vanuit huis."
"Politiek die zichzelf serieus neemt: De Tweede Kamer is het hoogste orgaan van het land. Die taak moet dus ook serieus genomen worden. We willen dat de politiek zich richt op het oplossen van problemen van mensen thuis, niet op ophef. Volksvertegenwoordiging is meer dan moties indienen. Om de motiestroom tegen te gaan stemmen we daarom zelf tegen moties die geen overduidelijke meerwaarde hebben, bijvoorbeeld omdat de minister iets al heeft toegezegd of omdat eerder soortgelijke moties zijn aangenomen. We zorgen dat Kamerleden goede ondersteuning hebben en dat de controlerende taak van de Kamer versterkt wordt door het overnemen van de aanbevelingen uit het rapport Voor een Kamer die Werkt."
"De overheid voor werkend Nederland: De overheid moet werken voor werkenden. De wachttijd bij contact met de overheid moet flink omlaag, ongeacht of het contact per telefoon, e-mail, post gaat of fysiek is. We willen dat gemeenten vaker open zijn buiten standaard kantoortijden, in plaats van alleen tijdens kantoortijden."