Stimuleren groene energie door vraagcreatie

De regering moet groene vraagcreatie inzetten om de vraag naar hernieuwbare energie, zoals waterstof, te stimuleren. Dit geeft bedrijven zekerheid om te investeren. De regering moet dit onderzoeken voor het klimaatpakket van 2027. Ook moet de regering in Brussel eisen dat groene regels, zoals de verplichting om groene producten te gebruiken, onderdeel worden van nieuwe Europese wetten.

Motie van het lid Van Oosterhout over vormen van groene vraagcreatie onderdeel maken van de Nederlandse inzet in Brussel

De kamer, overwegende dat groene vraagcreatie de investeringszekerheid voor bedrijven vergroot en de vraag naar hernieuwbare energie, waaronder waterstof, stimuleert; constaterende dat de Europese Commissie werkt aan een herziening van de Richtlijn hernieuwbare energie en onderhandelt over de Industrial Accelerator Act, en dat Nederland energie-intensieve sectoren kent met een grote binnenlandse afzetmarkt en een belangrijke rol van de overheid als afnemer; verzoekt de regering te onderzoeken welke rol groene vraagcreatie in de desbetreffende sectoren kan spelen en de uitwerking te betrekken bij het klimaatpakket van het voorjaar van 2027; verzoekt de regering vormen van groene vraagcreatie, zoals ketenverplichtingen en productmandaten, onderdeel te maken van de Nederlandse inzet in Brussel bij de genoemde wetgeving.
3 juni | GL-PvdA | Aangenomen: 87–63 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil op Europees niveau werken aan het normeren van de vraag om markten te creëren voor duurzaam en circulair geproduceerde producten [1]. Daarnaast vindt de partij dat ketenafspraken dwingender opgelegd moeten worden wanneer deze onvoldoende resultaat bieden [2]. Ook wil de partij dat de overheid een actievere rol pakt in de vraagzijde door lokaal, duurzaam en biologisch inkopen de norm te maken bij aanbestedingen [3]. Tot slot steunt de partij het stimuleren van waterstof, zowel voor innovatie als voor het vrachtvervoer [4323, 4028], wat aansluit bij de wens in de motie om de vraag naar hernieuwbare energie te stimuleren.

Argumenten tegen: Bij het stimuleren van nieuwe regels en afspraken waarschuwt de partij wel voor het creëren van een onnodig zware administratieve last en het belang van een eerlijk speelveld [2].

Bronnen:

  1. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  2. "Circulaire bedrijven hebben het zwaar terwijl de circulaire economie de toekomst is. Circulaire producten zijn duurder dan wegwerpproducten en de vraag blijft achter. Normering van de vraag op Europees niveau is noodzakelijk om het circulair maken van de economie te laten slagen. We stimuleren de circulaire capaciteit van de industrie, bijvoorbeeld met ketenafspraken. Ketenafspraken met onvoldoende resultaat, zoals statiegeld op blikjes, worden dwingender opgelegd. Producenten worden waar mogelijk verantwoordelijk voor identificeerbare stromen, zoals luiers of plastics. Bij dit alles is van belang dat een eerlijk speelveld ontstaat en dat geen onnodig zware administratieve verplichtingen worden opgetuigd. Bestaande, soms prille hergebruikketens worden indien nodig financieel ondersteund. Met verplichte bronscheiding of nasortering en een verbrandingsverbod op recyclebare materialen, blijven deze langer beschikbaar voor de economie. Er komt een heffing op het gebruik van nieuw plastic (virgin plastic), zodat hergebruik van plastic lonend wordt."
  3. "Het Rijk moet haar rol beter pakken om bij te dragen aan verduurzaming en om het mkb en sociale ondernemingen te betrekken bij aanbestedingen. We maken lokaal, duurzaam en biologisch inkopen de norm, ook bij aanbestedingen. Aanbesteden moet anders: de grens voor directe gunning aan het mkb wordt verhoogd, teksten bij aanbestedingen worden leesbaar en we stellen praktijkvoorbeelden van eenvoudiger inkopen ter beschikking. In het kader van strategische autonomie geven we de voorkeur aan de inkoop van Europese goederen en diensten, om de afhankelijkheid van China en de VS te verminderen."