De regering moet in Europa zorgen voor nieuwe regels voor ijzerpoeder. Zo kan deze duurzame energiedrager subsidie krijgen via de SDE++ (een regeling voor duurzame energie). IJzerpoeder is namelijk CO2-vrij, maar Europese regels blokkeren nu het gebruik van ijzerpoeder met waterstof als brandstof.
Motie van het lid Flach bezien wat de knelpunten zijn bij inzet van ijzerpoeder als duurzame brandstof
De kamer,
overwegende dat ijzerpoeder een innovatieve, duurzame energiedrager is,
omdat verbranding CO2-vrij is en het restproduct na reductie middels
inzet van hernieuwbare waterstof opnieuw gebruikt kan worden;
overwegende dat Europese richtlijnen en eisen de inzet van ijzerpoeder in
combinatie met hernieuwbare waterstof als duurzame brandstof
belemmeren, waardoor dit niet in aanmerking komt voor de SDE++;
verzoekt de regering in overleg met betrokken partijen te bezien wat de
knelpunten zijn bij inzet van ijzerpoeder als duurzame brandstof, en op
Europees niveau in te zetten op wijziging van betrokken richtlijnen en
eisen, met het oog op eventuele ondersteuning van genoemde inzet van
ijzerpoeder via de SDE++.
Argumenten voor: De partij wil dat grote uitstoters verduurzamen en steunt bedrijven die een plan hebben om volledig over te stappen op duurzame productiemethoden [1]. Daarnaast is het een doel van de partij om in Europees verband te werken aan het normeren van de vraag, zodat er Europese markten ontstaan voor duurzaam en circulair geproduceerde producten [1]. De partij pleit ook voor het aanjagen van innovatie [3] en het gebruik van CO2-vrije brandstoffen of andere regelbare brandstoffen in het energiesysteem [2]. Bovendien geeft de partij aan dat regels en beprijzing idealiter op Europees niveau moeten plaatsvinden om weglekeffecten te voorkomen [4].
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
"In het toekomstig energiesysteem is het van belang dat de vraag zoveel mogelijk meebeweegt met het aanbod, maar hier zitten in de praktijk grenzen aan. Batterij-opslag is noodzakelijk voor het moment dat de wind niet waait en de zon niet schijnt. Ook moeten gascentrales die nu voor flexibiliteit zorgen in het aanbod, worden omgebouwd naar CO2-vrije centrales op waterstof of een andere regelbare brandstof. Dit vraagt om actieve interventie van de overheid om duurzaam vermogen te waarborgen. Bijvoorbeeld in de vorm van het opzetten van een capaciteitsmarkt."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
"Duurzame producten die voldoen aan milieu- en productiestandaarden zijn doorgaans duurder dan vervuilende alternatieven of producten waarbij arbeiders worden uitgebuit. We willen dat die kosten worden meegerekend, zodat de werkelijke prijs ('true price') van producten wordt betaald. Dat stimuleert bedrijven om duurzame en eerlijk geproduceerde producten aan te bieden. Bovendien sturen we zo met een simpele maatregel, in plaats van met een web aan rapportageregels en afspraken. Deze vorm van beprijzing vindt idealiter plaats op Europees niveau, om weglekeffecten te voorkomen."