Het kabinet moet in Europa zorgen dat de regels voor groene waterstof (RFNBO) hetzelfde blijven. De huidige regels zorgen voor minder CO2-uitstoot en lagere kosten voor Nederlandse huishoudens. Ook worden bedrijven die al hebben geïnvesteerd niet gestraft door nieuwe regels.
Motie van het lid Van Oosterhout over zich in Europa inzetten voor het behoud van de bestaande CO2-reductie-eisen voor hernieuwbare waterstof
De kamer,
overwegende dat de Europese Commissie in juni zal voorstellen om de
RFNBO-productieregels aan te passen;
constaterende dat uurlijkse temporele correlatie bij waterstofproductie
bijdraagt aan betere systeemintegratie van hernieuwbare energie,
CO2-reductie en kostenbesparing voor Nederlandse huishoudens;
constaterende dat koplopers geïnvesteerd hebben aan de hand van de
huidige regelgeving en dat aanpassingen dat bestraffen;
verzoekt het kabinet zich in Europa in te zetten voor het behoud van
bestaande CO2-reductie-eisen voor hernieuwbare waterstof en uurlijkse
temporele correlatie als leidend principe.
Argumenten voor: De partij wil dat CO2-reductie wordt versneld door het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau [1]. Er wordt gestreefd naar dezelfde regels voor iedereen binnen Europa, waarbij geen extra nationale regels bovenop de Europese afspraken moeten komen [2]. Daarnaast wil de partij het nationale klimaatbeleid uitfaseren zodra het gezamenlijk is besloten om de Europese CO2-beprijzing op te schalen [3].
Argumenten tegen: De partij is kritisch op de wens om voorop te lopen, omdat dit volgens hen vaak symboolpolitiek is die vraagt om een correctie van bestaande maatregelen [4]. Ook wil de partij stoppen met actieve industriepolitiek op zowel nationaal als Europees niveau [5].
Bronnen:
"Het optimaal beprijzen van CO2 op Europees niveau, zodat CO2-reductie wordt versneld zonder de concurrentiepositie van Nederland aan te tasten."
"Dezelfde regels voor iedereen binnen Europa. Dus geen nationale CO2-heffingen en geen extra regels bovenop de Europese afspraken."
"Uitfasering van het nationale klimaatbeleid, nadat gezamenlijk is besloten om het Europese beprijzen van CO2 op te schalen."
"De wens om voorop te lopen, vaak met symboolpolitiek, was sterker dan een werkelijke toewijding aan vermindering van de CO2-uitstoot of aan het beschermen van de Nederlandse welvaart. Dat vraagt om nieuwe maatregelen en correctie van al bestaande maatregelen."
"Stoppen met actieve industriepolitiek op nationaal en op Europees niveau, omdat dit beleid altijd eindigt in tranen. Hierbij kunnen tijdelijk uitzonderingen gelden voor kritieke militair-industriële doelen."