De regering moet een plan maken voor de uitrol van energie uit water. Ook moet de regering kijken naar extra steun om deze projecten te vergroten. Energie uit water is voorspelbaar en verlaagt de kosten van het energiesysteem. De huidige subsidies, de DEI+ en de SDE++, bieden te weinig hulp bij de stap van kleine proeven naar grote productie.
Motie van de leden Flach en Grinwis over een strategische agenda voor uitrol van energie uit water
De kamer,
overwegende dat «energie uit water»-projecten vanwege de voorspelbare
elektriciteitsproductie op duurzame wijze kunnen bijdragen aan verlaging
van de kosten van het energiesysteem;
overwegende dat de DEI+- en de SDE++-regeling onvoldoende aansluiten
bij de ondersteuning die deze projecten in het stadium tussen demonstratie en grootschalige productie nodig hebben;
verzoekt de regering samen met betrokken partijen een strategische
agenda voor uitrol van energie uit water op te stellen, te bezien wat de
mogelijkheden zijn voor gerichte steun ten behoeve van opschaling, en de
Kamer hierover te informeren voor het begrotingsdebat in het najaar.
Argumenten voor: De partij wil projecten die de energietransitie bevorderen en het elektriciteitsnet ontlasten ondersteunen [1]. Er wordt specifiek genoemd dat de overheid projecten moet ondersteunen die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals het valmeerproject Delta21 [1]. Daarnaast pleit de partij voor actieve overheidsinterventie om duurzaam vermogen te waarborgen [2] en voor grootschalige investeringen in de energie-infrastructuur [4]. Ook is het stimuleren van innovatie om de toekomstige welvaart te verzekeren een belangrijk punt [3].
Argumenten tegen: Het programma stelt dat het fundament van de toekomstige energievoorziening bestaat uit een mix van wind- en zonne-energie, aangevuld met de inzet van grote en kleine kerncentrales [5].
Bronnen:
"De overheid zet in op flexibilisering van de elektriciteitsvraag, netbewuste verduurzaming, aanjagen van de warmtetransitie en regie voeren op energieopslag. Projecten die de energietransitie bevorderen en het elektriciteitsnet ontlasten, zoals waterstofproductie en batterijen, krijgen een lager nettarief. Voor thuisbatterijen komt een helder kader voor brandveiligheid, garanties en levensduur, normering voor het gebruik van zeldzame materialen en verplichte mogelijkheid voor de netbeheerder om aan- en af te schakelen. De netbeheerder mag zelf energieopslag inzetten en krijgt ruimte om in deze projecten financieel te participeren. Ook ondersteunt de overheid projecten die netverzwaring kunnen voorkomen, zoals het valmeerproject Delta21, slimme gebouwsturing en slimme waterboilers. Energiebedrijven krijgen ruimte om energie op wisselende piek- en daltarieven aan te bieden, maar wel per seizoen met hetzelfde patroon. Verslimmen van het net gebeurt door monitoring, aansturen van de netten, flexibiliteit in aansluitingen en gebruik, en het verplicht teruggeven van netcapaciteit die niet gebruikt wordt."
"In het toekomstig energiesysteem is het van belang dat de vraag zoveel mogelijk meebeweegt met het aanbod, maar hier zitten in de praktijk grenzen aan. Batterij-opslag is noodzakelijk voor het moment dat de wind niet waait en de zon niet schijnt. Ook moeten gascentrales die nu voor flexibiliteit zorgen in het aanbod, worden omgebouwd naar CO2-vrije centrales op waterstof of een andere regelbare brandstof. Dit vraagt om actieve interventie van de overheid om duurzaam vermogen te waarborgen. Bijvoorbeeld in de vorm van het opzetten van een capaciteitsmarkt."
"Om onze toekomstige welvaart zeker te stellen is het van belang om nu te investeren in innovatie en productiviteit. Dat vraagt om een beter samenspel van wetenschap, kennisinstituten, opleidingen en bedrijven. Er komt een nationale investeringsbank, als voortzetting van InvestNL. Op macroniveau bedragen op termijn de publieke en private uitgaven aan innovatie en onderzoek 3% van het nationaal inkomen. We verbeteren de toegang van het mkb, start-ups en scale-ups tot groeikapitaal, ook via nonbancaire financiers als Qredits. We versterken de regionale industrieclusters, bijvoorbeeld via een investeringsdeal waar huisvesting onderdeel van is. Hierbij valt te denken aan de herbestemming van ongebruikte kantoorpanden."
"Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
"Het fundament van onze toekomstige energievoorziening bestaat uit een mix van wind en zonne-energie. We faseren de gas- en kolencentrales uit, en vullen het energiesysteem aan met twee nieuwe grote kerncentrales. Daarnaast onderzoeken we de inzet van kleine modulaire kerncentrales (SMR's) van Europese producenten als alternatief voor of aanvulling op grote kerncentrales. Wind op zee vormt de basis. Daarbij passen we het voorzorgsbeginsel toe, zodat negatieve effecten op ecologie en visserij(gemeenschappen) worden geminimaliseerd. Via slimme contracten worden risico's tussen markt en overheid gespreid."