Minder regeldruk door nieuwe milieuregels

De regering moet de nieuwe regels voor industriële uitstoot zo uitvoeren dat bedrijven zo min mogelijk extra kosten en administratie hebben. De gevolgen van de Richtlijn industriële emissies voor de regeldruk zijn nu nog onduidelijk. De nieuwe regels mogen de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven niet onnodig schaden.

Motie van het lid Bikkers over de AMvB die voortvloeit uit het wetsvoorstel zodanig vormgeven dat de administratieve lasten en nalevingskosten voor bedrijven worden beperkt

De kamer, constaterende dat de nadere uitwerking van de Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag ter implementatie van de herziene Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening bij algemene maatregel van bestuur kan leiden tot aanvullende administratieve lasten en nalevingskosten voor bedrijven; overwegende dat de gevolgen voor de regeldruk nog onvoldoende inzichtelijk zijn, mede doordat er geen advies is gevraagd aan het Adviescollege toetsing regeldruk en er geen internetconsultatie heeft plaatsgevonden; overwegende dat het van belang is dat de implementatie van Europese regelgeving niet leidt tot onnodige regeldruk en dat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven niet onnodig wordt geschaad; verzoekt de regering om de uitwerking van de algemene maatregel van bestuur die voortvloeit uit dit wetsvoorstel zodanig vorm te geven dat de administratieve lasten en de nalevingskosten voor bedrijven zo veel mogelijk worden beperkt; verzoekt de regering voorts om bij de voorbereiding van deze algemene maatregel van bestuur het bedrijfsleven en relevante brancheorganisaties actief te betrekken en de gevolgen voor de regeldruk inzichtelijk te maken.
8 juni | VVD | Aangenomen: 124–26 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma GL-PvdA

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij wil de kosten voor bedrijven laag houden, bijvoorbeeld door de kosten van investeringen in het energienet niet meteen in rekening te brengen bij afnemers maar uit te smeren over de tijd [4]. Daarnaast wil de partij de markt beschermen tegen producten die niet voldoen aan de geldende normen, wat aansluit bij het voorkomen van onnodige schade aan de concurrentiepositie [5].

Argumenten tegen: De partij pleit voor 'stevige normering' en het gebruik van 'de stok' om bedrijven te dwingen tot verduurzaming [2]. Er is een duidelijke focus op het beperken van de impact van zware industrieën [1] en het maken van duidelijke afspraken binnen een groene industriepolitiek [3]. Het verzoeken om administratieve lasten en nalevingskosten te beperken, zou de gewenste strengheid van deze regels kunnen dwarsbomen [2].

Bronnen:

  1. "Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieuimpact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk."
  2. "Naast de wortel ook de stok. We helpen bedrijven die willen verduurzamen financieel, maar onder strenge voorwaarden. Zoals een geloofwaardig pad naar klimaatneutraliteit. We blijven niet eindeloos in gesprek met partijen die niet in de meewerkstand staan. Er komt een deadline voor het opstellen van een klimaatplan en als bedrijven zich niet houden aan afspraken wordt terugbetaling geëist. Naast financiële prikkels komt er ook stevige normering, bijvoorbeeld een uitbreiding van de energiebesparingsplicht en bindende besparingsdoelen per sector."
  3. "Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen."
  4. "Ruimte op het energienet. Met snellere uitbreiding van het elektriciteitsnet zijn we eerder onafhankelijk van fossiele subsidies. We komen met een Energieversnellingswet, die regelt dat vergunningen voor kritieke energieinfrastructuur, zoals voor verdeelstations en extra stroomkabels, eerder kunnen worden afgegeven. Ook krijgt de aanleg van deze infrastructuur voorrang als er door de beperkte stikstofruimte keuzes gemaakt moeten worden welke activiteiten mogelijk zijn. Daarnaast gaan we slimmer gebruik maken van het elektriciteitsnet. Bijvoorbeeld door bedrijven en huishoudens te stimuleren om buiten de spits stroom te gebruiken, oplossingen als batterijen en elektrolyse te ondersteunen, en de lokale energievraag beter af te stemmen met het lokale aanbod uit zon en wind. Partijen met een maatschappelijk belang krijgen voorrang op het net. We stimuleren coöperatief eigendom en beheer van nieuwe duurzame energiebronnen. De overheid stuurt actief op een eerlijk en duurzaam energiesysteem en onderzoekt waar energie in publieke handen moet komen. Kosten voor huishoudens en bedrijven houden we laag door energienetten langer te gebruiken, de kosten van investeringen in het net niet meteen in rekening te brengen bij afnemers, maar uit te smeren over de tijd, en door nettarieven te differentiëren. Nieuwe woonwijken krijgen een eigen wijk- of buurtbatterij. Die slaat stroom op als de wijk stroom over heeft en levert het terug als zon en wind het laten afweten. Dat is voordeliger en solidairder dan een batterij in elke woning. Het ontlast bovendien het elektriciteitsnet."
  5. "Een duurzaam, krachtig en innovatief Europa. Europa heeft kans om koploper te worden in een schone wereldeconomie. Dat kan met een krachtigere interne markt gecombineerd met slim industriebeleid, dat ons autonomer, productiever en duurzamer maakt. We kiezen voor kwaliteit en beschermen onze markt tegen producten die onder onze normen duiken. We maken financiering van startups eenvoudiger. Daarnaast pleiten we in de EU voor uitbreiding van CBAM, de Europese CO₂-grensheffing. Daarmee wordt de CO₂-uitstoot die gepaard gaat met de productie van geïmporteerde goederen eerlijk beprijsd en lokale alternatieven aantrekkelijker."