Controle op regels voor industriële uitstoot

De regering moet het ontwerp van de nieuwe regels voor industriële uitstoot (de PIE-verordening) eerst aan de Kamer laten zien voordat deze definitief worden. Deze regels kunnen namelijk zorgen voor meer administratie en hogere kosten voor bedrijven.

Motie van het lid Bikkers over de AMvB die voortvloeit uit het wetsvoorstel aan de Kamer voorleggen voordat deze wordt vastgesteld

De kamer, constaterende dat een belangrijk deel van de nadere uitwerking van de Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag ter implementatie van de herziene Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening zal plaatsvinden bij algemene maatregel van bestuur; overwegende dat deze algemene maatregel van bestuur gevolgen kan hebben voor de uitvoerbaarheid, de administratieve lasten en de nalevingskosten voor bedrijven; overwegende dat het wenselijk is dat de Kamer zich over deze uitwerking kan uitspreken voordat de algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld; verzoekt de regering het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur die voortvloeit uit dit wetsvoorstel aan de Kamer voor te leggen alvorens deze wordt vastgesteld.
8 juni | VVD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil voorkomen dat het bedrijfsleven wordt 'overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid' [2]. Daarnaast streeft de partij naar 'duidelijke wetgeving' [4] en wil zij dat regels in de praktijk 'werkbaar' zijn om zo 'handelingsperspectief' te creëren [1]. Door de Kamer de kans te geven zich uit te spreken over de specifieke uitwerking in een algemene maatregel van bestuur, kan er beter worden toegezien op deze doelen.

Argumenten tegen: De partij hamert op de noodzaak van 'doortastend beleid' [4] en het 'voortvarend' aanpakken van problemen [3]. Er is een algemeen streven om processen te versnellen en 'eindeloze vertraging' te voorkomen [5], wat zou kunnen botsen met het toevoegen van extra parlementaire stappen in het besluitvormingsproces.

Bronnen:

  1. "Stikstofwetgeving moet in de praktijk werkbaar zijn. Sturen op neerslag van stikstof in de natuur (depositie) is onwerkbaar gebleken. Het herleiden van depositiewaardes naar bedrijven is immers uiterst ingewikkeld en onzeker. Daarom moeten er landelijke, sectorale en uiteindelijk bedrijfsspecifieke emissienormen worden vastgelegd. Natuurlijk geldt de kritische depositiewaarde nog als indicator van de staat van de natuur, maar als wettelijk doel om op te sturen is de KDW onverstandig gebleken. Op deze manier creëren we handelingsperspectief. Om de bouw van woningen en wegen los te trekken voeren we een houdbare NOx-bouwvrijstelling in. Dit alles gaat samen met ambitieus emissiereductiebeleid."
  2. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
  3. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."
  4. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  5. "Rijk, provincie, gemeente en waterschap samenwerken. Alle provincies moeten meer plancapaciteit gaan programmeren, om het aantal gebouwde woningen te vergroten. Er worden steeds meer woningen in de fabriek gebouwd. Dit moedigen we aan en vereenvoudigen we door een landelijke goedkeuring, zodat niet elk project apart beoordeeld hoeft te worden. We maken het mogelijk om sneller belangrijke infrastructuur aan te leggen, zoals elektriciteitsvoorzieningen of bescherming tegen overstromingen. Hiervoor komt een wet of tijdelijke regeling. Provincies krijgen de taak om snel plannen op te stellen voor bescherming van diersoorten, zodat bouwen en natuur beter samengaan. Bezwaarprocedures worden korter: mensen of groepen zonder direct belang kunnen geen eindeloze vertraging meer veroorzaken. De Raad van State gaat werken met een snelle toets vooraf (zoals in Duitsland), om onnodige rechtszaken eruit te filteren."