Aanbevelingen EEB over industriële uitstoot

De regering moet de aanbevelingen van het European Environmental Bureau (EEB) beantwoorden in de brief over de nieuwe regels voor industriële uitstoot (RIE). Dit is nodig voor een ambitieuze uitvoering van de herziene regels in Nederland.

Motie van het lid Kostić over het overwegen van de aanbevelingen van het EEB voor een ambitieuze nationale implementatie van de herziene RIE

De kamer, constaterende dat het European Environmental Bureau (EEB) in zijn rapport «Revised Industrial Emissions Directive: outcomes and opportunities» concrete aanbevelingen heeft gedaan voor een ambitieuze, nationale implementatie van de herziene RIE; verzoekt de regering de aanbevelingen te overwegen en in de reeds toegezegde brief over het proces en de keuzes die het kabinet maakt in de RIE-implementatie per aanbeveling te reageren.
8 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 80%)

Argumenten voor: De partij ziet aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming als een kans en vindt het belangrijk om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren [1]. Daarnaast streeft de partij naar doortastend beleid en duidelijke wetgeving om bedrijven perspectief te bieden [2] en wil de partij de uitstoot van schadelijke stoffen door de industrie aanpakken [5]. Het overwegen en transparant reageren op specifieke aanbevelingen sluit aan bij de wens voor een proactieve aanpak en duidelijke kaders.

Argumenten tegen: De partij waarschuwt ervoor dat het bedrijfsleven niet overladen mag worden met onnodige regeldruk en onduidelijkheid [1]. Bovendien geeft de partij de voorkeur aan het maken van maatwerkafspraken met grote bedrijven en sectoren [3][4], wat mogelijk schuurt met een strikte of generieke implementatie van aanbevelingen.

Bronnen:

  1. "We zien aanvullende Europese regelgeving voor verduurzaming en maatschappelijk verantwoord ondernemen niet als bedreiging, maar als een kans. Het is zaak om dergelijke regelingen proactief en verstandig te implementeren, om niet de boot te missen, en te voorkomen dat het bedrijfsleven wordt overladen met onnodige regeldruk en onduidelijkheid. De opbrengsten van beprijzingsmechanismen als ETS-2 komen ten goede aan de vergroening van de economie en financiële compensatie van bedrijven en burgers. Nationale heffingen bovenop Europese maatregelen zijn niet altijd effectief, omdat vervuiling in sommige gevallen niet minder wordt, maar simpelweg verplaatst. Dergelijke effecten moeten worden meegewogen bij beleidsvorming."
  2. "Het kabinet dat na de verkiezingen aantreedt, moet Nederland van het slot halen. Met dappere keuzes, doortastend beleid, grootschalige investeringen in onderhoud, uitvoering, (energie)infrastructuur en duidelijke wetgeving, komt Nederland uit het stikstofmoeras en krijgen bedrijven perspectief op een duurzame toekomst."
  3. "Om grote uitstoters te verduurzamen, steunen we het Europese plan om versneld de uitstootrechten voor broeikasgassen in het emissiehandelssysteem in 2040 naar nul af te bouwen. We blijven werk maken van maatwerkafspraken met grote, strategische bedrijven en sectoren. Bedrijven die een plan hebben om volledig te verduurzamen, krijgen steun. De nationale CO2-heffing blijft als instrument bestaan, maar zetten we voor bedrijven waar de overheid in gebreke blijft op nul. Het doel van de heffing is niet om geld op te halen. Mochten er opbrengsten zijn, dan komen die ten goede aan de industrie om de overstap van fossiele naar duurzame productiemethoden te realiseren. We maken in Europees verband werk van het normeren van de vraag, zodat er ook Europese markten zijn voor de duurzaam (en circulair) geproduceerde producten. We stimuleren waterstofinnovatie, om duurzaam opgewekte energie ook te kunnen gebruiken. Naast eigen productie en opslag in Nederland richten we ons op de import van groene waterstof uit landen waar meer ruimte is voor duurzame energieopwekking."
  4. "De stikstofproblematiek vraagt om duurzame mobiliteitsvormen. Het aantal vliegbewegingen in Nederland gaat naar beneden, ook de automobiliteit draagt bij. Industrieën met een hoge stikstofuitstoot krijgen, naast klimaatdoelen, bindende stikstofdoelen opgelegd. De regering maakt maatwerkafspraken met industriële piekbelasters. Ook worden er regionale stikstofbalansen opgesteld, zoals in Rijnmond en Chemelot, waar gebiedsspecifieke emissieplafonds gaan gelden. Industriële processen worden waar mogelijk verder geëlektrificeerd. In alle sectoren geldt dat aantoonbare stikstofreductie moet leiden tot vergunningverlening. In het stikstofbeleid gaan we daarom onderscheid maken tussen stikstofoxiden uit de pijp of uitlaat (NOx) en ammoniak uit dieren (NH3). Op die manier kan vergunningverlening voor bijvoorbeeld woningbouw en de aanleg van elektriciteitsnetten versneld worden. De relatief snelle daling van"
  5. "De Nederlandse lucht is veel te vies. We pakken de uitstoot van schadelijke stoffen in de lucht van de industrie, mobiliteit en luchtvaart aan. Gemeenten moeten voortvarend aan de slag met het Schone Lucht Akkoord."