De regering moet signalen onderzoeken als Nederlandse wapens in verkeerde handen vallen of verkeerd worden gebruikt. Deze signalen moeten worden gebruikt om de regels voor de verkoop van wapens naar het buitenland (wapenexport) te verscherpen. Zo wordt de nationale en internationale veiligheid beschermd.
Motie van het lid Dobbe over het in het licht van de criteria voor wapenexport onderzoeken en meewegen van eventuele signalen dat Nederlandse wapens in verkeerde handen vallen
De kamer,
constaterende dat in het belang van nationale en internationale veiligheid
wapens niet in verkeerde handen mogen vallen;
verzoekt de regering om, als er serieuze signalen zijn dat Nederlandse
wapens in verkeerde handen vallen of niet worden gebruikt waarvoor ze
bedoeld zijn, deze signalen te onderzoeken en mee te wegen in
aanscherping van toetsingscriteria voor de wapenexport.
Argumenten voor: De partij stelt dat de inzet van wapens een ultiem machtsmiddel is, wat betekent dat het belangrijk is dat defensie deel uitmaakt van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle [4]. Daarnaast is het buitenlands beleid van de partij gestoeld op recht en rechtvaardigheid, waarbij de bescherming van de internationale rechtsorde en het bestrijden van mensenrechtenschendingen centraal staan [3][5]. Het onderzoeken van signalen over wapenmisbruik en het aanscherpen van exportcriteria sluit aan bij de wens voor politieke controle en het handhaven van internationale rechtsbeginselen [4][3]. Ook de morele vragen die gepaard gaan met nieuwe wapentechnologieën [1] en het sanctiebeleid tegen landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren [2] ondersteunen een zorgvuldige omgang met middelen die de veiligheid kunnen ondermijnen.
Argumenten tegen:
Bronnen:
"Veiligheid wordt niet slechts bereikt met militaire middelen. Internationale inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in nauwe samenwerking met de inzet van diplomatie, ontwikkelingssamenwerking en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht op een lange termijn commitment, (weder) opbouw, conflictpreventie en civiel-militaire samenwerking. Dit is een extra reden voor ontwikkelingssamenwerking en daarom keren we terug naar de internationale norm om hier 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan uit te geven. We zien in gewapende conflicten steeds vaker inzet van (deels) autonome wapensystemen. Dat stelt ons voor grote morele vragen. We willen internationale regulering met betrekking tot de vraag of en onder welke voorwaarden autonome wapensystemen kunnen worden ontwikkeld en ingezet."
"De Parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) heeft verontrustende conclusies gepresenteerd. Uit het onderzoek blijkt dat bepaalde islamitische landen met geldstromen invloed uitoefenen in onder meer moskeeën en informeel islamonderwijs. Om dit tegen te gaan leggen we geldstromen uit onvrije landen aan banden. We streven er naar organisaties die dergelijke invloed uitoefenen te verbieden. Vaak zijn deze organisaties in andere landen om deze reden al verboden. Landen die onvrijheid of terrorisme subsidiëren worden gesanctioneerd. Hierin telt de dreigingsappreciatie van de NCTV zwaar mee. De Nederlandse regering stuurt geen afvaardiging naar sportevenementen in dergelijke landen."
"Niet macht en eigenbelang, maar recht en rechtvaardigheid vormen de kern van ons buitenlands beleid. Internationale rechtsbeginselen, zoals nakoming van verdragen en bescherming van burgers conform het humanitair oorlogsrecht, staan daarbij voorop. Nederland is en blijft een actieve en betrouwbare partner in de internationale gemeenschap en van internationale gerechtshoven. Onze inzet is dan ook gericht op versterking en bescherming van de multilaterale rechtsorde, waaronder de VN, die onder grote druk staat. Nederland neemt - idealiter in Europees verband - een leidende rol in het aankaarten van mensenrechtenschendingen en het tegengaan van straffeloosheid. We bestrijden autocratische regimes met sancties. Mensenrechtenschendingen worden bestreden en daders berecht."
"De Russische inval in de Oekraïne heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is. Vrijheid kan niet zonder bescherming. De krijgsmacht heeft een duidelijke taak bij het bewaken van die vrijheid, door het grondgebied van Nederland en onze bondgenoten te beschermen en door het bevorderen van de internationale rechtsorde. De nieuwe NAVO-norm vraagt veel van de Nederlandse schatkist, defensieorganisatie en defensie-industrie, maar is noodzakelijk om onze vrijheden te kunnen verdedigen. Onze inzet van de krijgsmacht is onderdeel van een doordachte integrale benadering, in afstemming met de inzet van diplomatie, internationale- en ontwikkelingssamenwerking. Juist omdat het bij defensie om een ultiem machtsmiddel gaat, namelijk de inzet van wapens en militairen, is het belangrijk dat defensie onderdeel is van een integraal veiligheidsbeleid met voldoende politieke controle."
"De manier waarop China haar macht wereldwijd zichtbaar en onzichtbaar vergroot is zorgelijk. Op economisch vlak zijn we nu te veel afhankelijk van China. Daarom moet Nederland in Europa afspraken maken om zeggenschap of eigendom te behouden van cruciale bedrijven, kennis, of infrastructuur. Nederland blijft zich inzetten tegen de onderdrukking van Oeigoeren en christenen en voor het beëindigen van de bezetting van Tibet. Ook de schending van vrijheid en rechtsstaat in Hongkong, de dreiging richting Taiwan en de spanningen in de Zuid-Chinese Zee baren ons grote zorgen. Nederland steunt Taiwan."