Reiskosten voor alle praktijkleerlingen

De regering moet de reiskostenvergoeding beschikbaar stellen voor alle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs. Deze leerlingen doen net zo veel stage als leerlingen in een entreeopleiding (een specifieke praktijkopleiding). Reiskosten mogen geen belemmering zijn voor het volgen van onderwijs.

Motie van de leden Beckerman en Westerveld over de reiskostenvergoeding beschikbaar stellen voor alle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs

De kamer, constaterende dat leerlingen in het praktijkonderwijs die een entreeopleiding volgen in de toekomst een tegemoetkoming voor hun reiskosten kunnen krijgen; constaterende dat bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs die geen entreeopleiding volgen, deze tegemoetkoming niet zullen kunnen krijgen; overwegende dat deze leerlingen net zo veel stage lopen als leerlingen die een entreeopleiding volgen; overwegende dat reiskosten geen belemmering mogen zijn voor het volgen van onderwijs; verzoekt de regering de reiskostenvergoeding beschikbaar te stellen voor álle bovenbouwleerlingen in het praktijkonderwijs.
10 juni | SP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij zet in op het creëren van gelijke kansen door gericht te investeren in scholen met uitdagingen en achterstanden [4]. Daarnaast wordt gesteld dat ieder kind recht heeft op goed onderwijs en dat er gekeken moet worden naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen [2]. De partij wil het openbaar vervoer versterken, kaartjes goedkoper maken en het leerlingenvervoer structureel verbeteren [3]. Tevens is er veel aandacht voor het stimuleren van praktisch gericht onderwijs en het bieden van kwalitatieve stageplaatsen [1].

Argumenten tegen: Er zijn in de tekst geen argumenten te vinden om tegen de motie te stemmen.

Bronnen:

  1. "Of het nu in de zorg, techniek of bouw is: onze samenleving en arbeidsmarkt kan niet zonder vakmensen. We zetten in op positieve beeldvorming en stimuleren jongeren om vol vertrouwen te kiezen voor het vmbo en het mbo. Er komt gericht beleid voor meer praktisch gericht onderwijs, bijvoorbeeld de techniekhavo. Het mbo moet toegankelijk zijn voor instromers zonder startkwalificatie na beoordeling door de opleiding. De samenwerking tussen mboinstellingen en werkgevers wordt versterkt, zodat elke jongere verzekerd is van een kwalitatief goede stageplaats, inclusief stagevergoeding."
  2. "Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
  3. "Er dreigt een kaalslag in het OV: buslijnen verdwijnen, ritten worden steeds duurder. We willen dorpen, buitenwijken en voorzieningen beter bereikbaar maken met het openbaar vervoer. We draaien de bezuiniging op het openbaar vervoer terug en stellen in navolging van de Bikker-gelden 300 miljoen euro per jaar beschikbaar voor versterking van het aanbod van busvervoer en goedkopere kaartjes. Er komt een landelijk netwerk van frequente snelle busverbindingen tussen middelgrote steden. We zetten ons in voor een structurele verbetering van het doelgroepenvervoer, inclusief het leerlingenvervoer."
  4. "Voor het creëren van gelijke kansen is het belangrijk om gericht te investeren. Via de bekostiging en het onderwijsachterstandenbeleid blijven we extra middelen vrijmaken voor scholen waar veel uitdagingen en achterstanden zijn. De ouderbijdrage blijft vrijwillig en de inspectie ziet erop toe dat scholen dit respecteren, niet discrimineren, en dat het vrijwillig karakter voor iedereen duidelijk is. Komen scholen tekort, dan kunnen ze worden gecompenseerd zodat er geen onacceptabele verschillen tussen scholen ontstaan. Het is onwenselijk als er een omvangrijk buitenschools circuit van bijlesorganisaties ontstaat ('schaduwonderwijs'), mede als symptoom van een prestatiecultuur. Als een leerling bijles of extra ondersteuning nodig"