Verlenging nieuwbouwopslag middenhuurwoningen

De regering moet de nieuwbouwopslag voor middenhuurwoningen met acht jaar verlengen in plaats van vier. Het bouwen van een woning duurt gemiddeld tien jaar. Meer zekerheid over deze regeling zorgt voor meer investeringen en meer woningen voor de middenklasse. Zo geldt de regeling voor woningen waarvan de bouw vóór 1 januari 2036 start.

Motie van het lid Flach over de nieuwbouwopslag met acht jaar verlengen

De kamer, constaterende dat de nieuwbouwopslag voor nieuwe middenhuurwoningen verlengd wordt, waardoor deze opslag gaat gelden voor woningen waarvan de bouw vóór 1 januari 2032 is gestart; overwegende dat het bouwen van een woning gemiddeld tien jaar duurt, van plan tot sleuteloverdracht, en dat de verlengde termijn van de nieuwbouwopslag hier niet helemaal bij aansluit; overwegende dat juist langjarige zekerheid over deze opslag investeringen stimuleert en de voorraad middenhuurwoningen kan verhogen; verzoekt de regering de nieuwbouwopslag niet met vier maar met acht jaar te verlengen, waardoor deze geldt voor woningen waarvan de bouw voor 1 januari 2036 is gestart.
10 juni | SGP |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: tegen (vrij zeker, 75%)

Argumenten voor: De partij wil het woningtekort aanpakken [5] en de wachtlijsten voor woningen verkorten [4]. Ook vindt de partij dat de overheid moet ingrijpen om ervoor te zorgen dat er gebouwd wordt waar echt behoefte aan is, zoals voor jonge gezinnen [6]. Het bieden van langjarige zekerheid voor de middenhuur zou gezien kunnen worden als een manier om de bouw van woningen te stimuleren die aan die behoefte voldoen [6].

Argumenten tegen: De partij is kritisch op een beleid dat gericht is op 'sneller, meer, goedkoper' [2] en waarschuwt dat tijdelijke maatregelen de woningtekorten niet structureel verhelpen [2]. Daarnaast merkt de partij op dat investeerders momenteel vooral bouwen waar de meeste winst te behalen valt [6]. Een motie die specifiek gericht is op het stimuleren van investeringen kan daarom door de partij worden gezien als het faciliteren van de winstgedreven aanpak die zij juist willen tegengaan [6]. Bovendien ligt de nadruk van de partij sterk op het creëren van sociale huurwoningen [1] en kwalitatieve, duurzame bouw [2][3].

Bronnen:

  1. "Er komen meer betaalbare woningen: minimaal 40% van de nieuwbouwwoningen is sociale huur."
  2. "De geschiedenis laat zien dat tijdelijke maatregelen - zoals versnelde bouw zonder kwaliteitsborging of integrale visie - woningtekorten niet structureel verhelpen. Een gedegen en goed functionerende volkshuisvesting is essentieel bij het streven naar brede welvaart voor Nederland. De woningnood vraagt niet alleen een kwantitatieve, maar vooral een kwalitatieve benadering. Terecht pleit het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs voor 'duurzamer, mooier en gezonder', in plaats van 'sneller, meer, goedkoper.' De gebouwde omgeving is nu verantwoordelijk voor 15% van de landelijke CO2-uitstoot. Het verduurzamen van de woningvoorraad verloopt nu onrechtvaardig en leidt tot energiearmoede. Mensen in sociale huurwoningen worden opgezadeld met hoge energierekeningen doordat woningcorporaties te weinig vaart maken met isoleren. Bovendien kan niet elke huiseigenaar investeren in zonnepanelen en zijn huurders voor een duurzaam en comfortabel huis afhankelijk van de wil en mogelijkheden van hun huisbazen. Het is dus vooral een kwestie van politieke wil om deze ontwikkeling te versnellen."
  3. "Alle nieuwbouw wordt circulair gebouwd, gasvrij, natuurinclusief, minstens energieneutraal, en zo mogelijk energiepositief. Zo compenseren we oude woningen die niet (voor 2030) energieneutraal gemaakt kunnen worden. Om te borgen dat bouwprojecten ook waterbestendig zijn, wordt de deskundigheid van waterschappen ingezet en is hun advies niet langer vrijblijvend."
  4. "Dat mensen nu soms vijftien jaar moeten wachten op een sociale huurwoning is onacceptabel. Door meer woonruimte te creëren en doorstroming te bevorderen, verkorten we de wachtlijsten. Jongeren kunnen in hun geboorteplaats blijven wonen en ouderen kunnen wonen dicht bij hun naasten."
  5. "De vraag naar woningen is groter dan het aanbod. Vooral het aantal éénpersoonshuishoudens zal sterk toenemen. Veel mensen kunnen geen betaalbare woning meer vinden. De afgelopen jaren zijn er pleisters geplakt op de wonden die het woonbeleid van de afgelopen decennia heeft achtergelaten. Jongeren kunnen amper aan een betaalbaar dak boven hun hoofd komen en de (ver)bouw zit klem in de stikstofcrisis. Daarom is het noodzakelijk dat het visieloze grondbeleid plaatsmaakt voor volkshuisvesting."
  6. "De Partij voor de Dieren wil het woningtekort op een duurzame manier oplossen. Investeerders bouwen nu vooral graag grote dure woningen, omdat daar het meeste geld aan te verdienen valt. De overheid moet ingrijpen en ervoor zorgen dat er gebouwd wordt waar echt behoefte aan is. We willen dat studenten betaalbaar op kamers kunnen en dat jonge gezinnen een huur- of koopwoning vinden die bij hun gezinssituatie past."