De regering moet de nieuwbouwopslag voor middenhuurwoningen met acht jaar verlengen in plaats van vier. Het bouwen van een woning duurt gemiddeld tien jaar. Meer zekerheid over deze regeling zorgt voor meer investeringen en meer woningen voor de middenklasse. Zo geldt de regeling voor woningen waarvan de bouw vóór 1 januari 2036 start.
Motie van het lid Flach over de nieuwbouwopslag met acht jaar verlengen
De kamer,
constaterende dat de nieuwbouwopslag voor nieuwe middenhuurwoningen verlengd wordt, waardoor deze opslag gaat gelden voor woningen
waarvan de bouw vóór 1 januari 2032 is gestart;
overwegende dat het bouwen van een woning gemiddeld tien jaar duurt,
van plan tot sleuteloverdracht, en dat de verlengde termijn van de
nieuwbouwopslag hier niet helemaal bij aansluit;
overwegende dat juist langjarige zekerheid over deze opslag investeringen stimuleert en de voorraad middenhuurwoningen kan verhogen;
verzoekt de regering de nieuwbouwopslag niet met vier maar met acht
jaar te verlengen, waardoor deze geldt voor woningen waarvan de bouw
voor 1 januari 2036 is gestart.
Argumenten voor: De partij wil het woningaanbod laten groeien en wil specifiek voor mensen met een middeninkomen zorgen [10855, 10845]. Om de bouw van middenwoningen aan te pakken, wil de partij het voor investeerders zoals pensioenfondsen en verzekeraars aantrekkelijker maken om in de woningbouw te blijven investeren [1]. Daarnaast streeft de partij naar het wegnemen van belemmeringen om de bouw te stimuleren [9550, 9571].
Argumenten tegen: De teksten bieden geen directe argumenten om tegen de motie te stemmen. De partij stelt wel dat bij overheidsfinanciering duidelijke afspraken moeten worden gemaakt dat woningen voor onbepaalde tijd betaalbaar blijven [2], maar de motie is juist gericht op het verhogen van de voorraad middenhuurwoningen.
Bronnen:
"De Rijksoverheid treedt vaker op als medefinancier van bouwprojecten voor betaalbare woningen, bijvoorbeeld door leningen of garanties te verstrekken. Voor het aanpakken van de grote tekorten aan middenwoningen, onderzoekt de Rijksoverheid of de WSW-garantstelling kan worden uitgebreid naar het middensegment. We onderzoeken ook of deze garantstelling toegankelijk kan worden gemaakt voor andere marktpartijen, zodat het bijvoorbeeld ook voor pensioenfondsen en verzekeraars aantrekkelijker wordt om te blijven investeren in woningbouw- en beheer. Om meer overheidsfinanciering bij woonprojecten mogelijk te maken, dringt Nederland er bij de Europese Commissie op aan dat de staatssteunregels voor huisvesting worden versoepeld."
"De overheid financiert onder de voorwaarde dat gerealiseerde betaalbare (midden)woningen voor onbepaalde tijd ook echt betaalbaar blijven. De Rijksoverheid en gemeenten moeten hiervoor duidelijke, afdwingbare afspraken vastleggen in contracten met projectontwikkelaars."