Verbied vluchtige stoffen in bestrijdingsmiddelen

De regering moet een lijst maken van schadelijke vluchtige stoffen in bestrijdingsmiddelen en deze verbieden. Deze stoffen verdampen makkelijk en belanden daardoor in de natuur, in het water en op biologische gewassen.

Motie van het lid Bromet over schadelijke vluchtige stoffen niet meer toestaan en biologische boeren compenseren

De kamer, overwegende dat vluchtige stoffen in bestrijdingsmiddelen een vergroot risico hebben dat ze terechtkomen op natuurgebieden, in oppervlaktewater en op biologische teelten; verzoekt de regering een lijst op te stellen met schadelijke vluchtige stoffen en deze niet meer toe te staan; verzoekt de regering biologische boeren die schade wordt berokkend door vluchtige stoffen te compenseren.
11 juni | onbekend |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 85%)

Argumenten voor: De partij wil fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen [1] en wil dat de toelating van deze middelen wordt afgestemd op kwaliteitsnormen voor de natuur en het water [1]. Daarnaast pleit de partij voor een strikt voorzorgsprincipe bij nieuwe stoffen en wil zij een inventarisatie van stoffen waarvan de schadelijkheid voor mens en natuur nog onbekend is, om situaties zoals bij PFAS te voorkomen [2]. Ook wil de partij vervuilers verantwoordelijk houden voor de gevolgen van vervuiling [2] en treedt de overheid op als hoeder van de belangen van slachtoffers van milieuvervuiling [5].

Argumenten tegen: De partij streeft naar zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften, om boeren meer ruimte en vertrouwen te geven in hun vakmanschap [4][3]. Een specifiek verbod op bepaalde stoffen kan worden gezien als een middelvoorschrift.

Bronnen:

  1. "Landbouw en natuur kunnen niet zonder elkaar. Een hoge biodiversiteit is van levensbelang voor bestuiving van allerlei gewassen, goede bodemvruchtbaarheid en daarmee weerbaarheid tegen ziekten en plagen. Voldoende afwisseling tussen soorten gewassen, natuur en landschapselementen is essentieel. We zetten in op fors minder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen en stellen daarom met de sector een reductiedoel op. Groene middelen moeten sneller beschikbaar komen. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb wordt in lijn gebracht met kwaliteitsnormen voor de natuur, water en volksgezondheid. We willen een gericht verbod op het gebruik van glyfosaat voor grasland en groenbemesters. Hardnekkige uitbraken van ziekten en plagen vanwege afnemende resistentie door klimaatverandering vragen om realistisch beleid. Dat betekent enerzijds een sterke reductie van gewasbeschermingsmiddelen door bijvoorbeeld precisietechnieken. Anderzijds verdienen kleinschalige teelten en de oer-Hollandse vollegrondsgroenteteelt bescherming."
  2. "Aanstichters van milieuvervuiling, zoals Chemours en TATA Steel, worden aangesproken op en verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van de vervuiling: kosten voor reiniging en eventuele gezondheidseffecten worden op hen verhaald. Bij nieuwe stoffen wordt het voorzorgsprincipe strikt gehanteerd. Er wordt een inventarisatie uitgevoerd naar stoffen waarvan onbekend is of ze schadelijk zijn voor mens en natuur. Daarmee voorkomen we situaties zoals bij PFAS, waarbij na decennia de gevolgen bijna niet meer te overzien zijn. Bermen en struiken liggen vol met plastic verpakkingsmateriaal. Al dit plastic afval draagt bij aan de wereldwijde plasticsoep. Er wordt daarom toegewerkt naar een verbod op het gebruik van niet-afbreekbaar plastic ten behoeve van eenmalige verpakkingen."
  3. "De stikstofuitstoot wordt de komende tien jaar gehalveerd ten opzichte van 2019, zowel de uitstoot van stikstofoxiden in de mobiliteit en industrie als ammoniakuitstoot in de landbouw. Alle sectoren dragen naar rato bij. We stappen af van ingewikkelde berekeningen over waar stikstof precies terechtkomt en richten ons op het verminderen van de daadwerkelijke uitstoot. Ondernemers en dus ook boeren benaderen we vanuit vertrouwen in hun vakmanschap. Daarom stappen we zo veel mogelijk over van sturen op middelen naar sturen op doelen. Elk boerenbedrijf krijgt een bindend bedrijfsspecifiek doel dat is afgeleid van de landelijke opgave en sectorale emissieplafonds. Er komt daarmee veel minder nadruk in het beleid op opkoop van boerenbedrijven. De nadruk op emissie- en doelsturing is effectiever, zorgt ervoor dat er minder boerenbedrijven verdwijnen en vergt ook minder belastinggeld. Immers, met managementmaatregelen, slimme innovaties en een gunstige extensiveringsregeling in kwetsbare gebieden, zodat een bedrijf met minder vee uit kan, is aanzienlijke ammoniakreductie mogelijk. Er komt een agrarische hoofdstructuur, waar ruimte blijft voor hoogproductieve landbouw, en overgangszones rond natuurgebieden, waarin sprake is van extensivering van veehouderij en landgebruik. Grondgebondenheid in de melkveehouderij is een randvoorwaarde en gaan we na decennia van discussie eindelijk wettelijk vastleggen."
  4. "Boeren moeten weer kunnen ondernemen. Er komt daarom zoveel mogelijk doelsturing in plaats van middelvoorschriften. Om de boer in zijn kracht te zetten, worden abstracte, landelijke doelen bedrijfsspecifiek gemaakt. De overheid werkt vanuit vertrouwen in het vakmanschap van de boer, en ondersteunt waar nodig. In plaats van bijvoorbeeld kalenderlandbouw, waarbij boeren op zandgrond verplicht zijn hun aardappels vóór 1 oktober te oogsten terwijl die nog niet volgroeid zijn, krijgt de boer zelf de ruimte om keuzes te maken die passen binnen de gestelde emissienormen. Het huidige stikstofbeleid is te veel gericht op de neerslag (depositie) van stikstof. Dit levert schijnzekerheid en complexe techniek op zoals het Aerius-model. Daar willen we van af. Om ondernemers aan de slag te laten gaan met stikstofreductie wordt er gestuurd op emissies. Duurzaamheidsdashboards zoals de Kringloopwijzer in de melkveehouderij en benchmarkingsinitiatieven in onder andere de akkerbouwsector worden verder uitgerold. Aan dergelijke instrumenten worden eerst beloningen en op termijn heffingen of sancties verbonden. We steunen jonge boeren en zij-instromers door bedrijfsovername makkelijker te maken, bijvoorbeeld met garantieregelingen. Kortlopende, vrije pacht wordt ontmoedigd en langlopende, loopbaanbestendige pacht gestimuleerd. De overheid helpt boeren die willen extensiveren actief aan de benodigde grond via de Nationale Grondbank."
  5. "De leefomgeving van omwonenden wordt beter beschermd door de laatste inzichten over gezondheidsrisico's leidend te laten zijn in de vergunningverlening en handhaving. Gezondheid van omwonenden komt centraal te staan bij het afgeven van nieuwe vergunningen. We sturen vanuit de bescherming van de gezondheid van omwonenden, niet vanuit de maximaal toegestane emissies van bedrijven. De overheid treedt actief op als hoeder van de belangen van slachtoffers van milieuovertredingen - zoals mensen met (long)ziekten, vervuilde grond, of schade aan hun woning. Bij faillissementen worden slachtoffers als eerste vergoed; nu staan zij als schuldeisers nog achteraan in de rij."