Bezuinigingen op de jeugdhulp bijsturen

De regering moet onderzoeken of de bezuinigingen in de Hervormingsagenda Jeugd wel echt worden gehaald. Er is namelijk twijfel of de geplande besparingen op de jeugdhulp wel haalbaar zijn. Als de besparingen minder zijn dan gepland, moet de regering de plannen voor de bezuinigingen direct aanpassen.

Motie van de leden Dobbe en Westerveld over in kaart brengen in hoeverre de Hervormingsagenda Jeugd de beoogde besparingen heeft opgeleverd

De kamer, constaterende dat er aan de Hervormingsagenda Jeugd bezuinigingen zijn gekoppeld die oplopen tot 570 miljoen in 2027 en zelfs 1,5 miljard vanaf 2028; overwegende dat de commissie-Van Ark vorig jaar al aangaf er «er niet van overtuigd te zijn dat de Hervormingsagenda de beoogde besparingen op de jeugdhulp gaat realiseren»; verzoekt de regering om in kaart te brengen in hoeverre de Hervormingsagenda Jeugd tot nu toe de beoogde besparingen heeft opgeleverd en indien blijkt dat dit achterloopt op de planning, bij de augustusbesluitvorming de geplande bezuinigingsopgave op basis hiervan bij te stellen.
11 juni | SP | Verworpen: 65–85 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma PvdD

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar voldoende middelen voor gemeenten om goede en gelijkwaardige jeugdzorg te kunnen bieden [2][1]. Er wordt expliciet gesteld dat er extra geld beschikbaar moet komen voor ondersteuning op een eerder moment om erger te voorkomen [1]. Daarnaast wil de partij de versobering van het vangnet voor jongeren met een beperking (de Wajong) terugdraaien [3].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "Kinderen, gezinnen en scholen krijgen op een eerder moment ondersteuning om erger te voorkomen. Hiervoor komt extra geld beschikbaar. Verschillen tussen gemeenten in aanbod en kwaliteit van jeugdhulp zijn onaanvaardbaar. We zorgen dat elke gemeente voldoende middelen heeft voor een goed en gelijkwaardig georganiseerde lokale en bovenregionale jeugdzorg. De leeftijdsgrens gaat naar 21 jaar en de jeugdhulp wordt vanaf 18 jaar geleidelijk afgebouwd. Zorg wordt lokaal aangeboden waar dat kan en (boven)regionaal waar dat moet."
  2. "De jeugdzorg is na de decentralisatie naar gemeentes achteruitgegaan. De kosten voor jeugdzorg zijn sterk gestegen omdat er meer en meer complexe zorg wordt ingezet en het aantal jeugdigen in de zorg toeneemt. Gemeenten krijgen daarom voldoende geld om goede jeugdzorg aan te bieden. Tegelijk is het nodig om meer in te zetten op preventie en ondersteuning van het gezin en op school. Voor kinderen in de pleegzorg is een stabiele en liefdevolle omgeving van essentieel belang om goed op te groeien, liefst bij pleegouders en anders in een gezinshuis. Helaas staat de pleegzorg onder grote druk: de werkdruk voor medewerkers is heel hoog en daardoor is het verloop groot."
  3. "De versobering van het vangnet voor jongeren met een beperking (de Wajong) draaien we terug. Voor jongeren met een beperking wordt, waar nodig, zinvolle dagbesteding geregeld met mogelijkheden om door te groeien naar betaald werk, als zij dat willen."