De regering moet onderzoeken waarom signalen over kindermishandeling niet goed worden opgevolgd. Ook moet de regering plannen maken om de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen scholen en zorgverleners te verbeteren. Signalen over onveiligheid worden nu te traag opgepakt, waardoor kinderen tussen wal en schip raken.
Motie van het lid El Abassi over onderzoeken waar de opvolging van signalen van scholen, zorgverleners en andere professionals tekortschiet
De kamer,
constaterende dat in meerdere ernstige zaken rondom kindermishandeling al vroeg signalen werden afgegeven door scholen, zorgverleners
en andere professionals;
overwegende dat signalen van ernstige onveiligheid sneller, beter en
eenduidiger moeten worden opgepakt om te voorkomen dat kinderen
tussen wal en schip raken;
verzoekt de regering te onderzoeken waar de opvolging van signalen van
scholen, zorgverleners en andere professionals tekortschiet en met
concrete voorstellen te komen om de samenwerking, informatieuitwisseling en opvolging van dergelijke signalen te verbeteren.
Argumenten voor: De partij wil het voor instanties eenvoudiger maken om gegevens uit te wisselen ter bevordering van de veiligheid [1]. Daarnaast wordt gestreefd naar nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en de zorg [3], en wordt er ingezet op betere samenwerking tussen professionals in de keten bij kind- en gezinsbescherming [2]. Ook de samenwerking tussen gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden [4] en tussen onder andere scholen en buurtorganisaties [5] wordt als essentieel gezien voor een goede pedagogische basis en de veiligheid van kinderen.
Argumenten tegen: De partij geeft in het programma geen argumenten tegen het verbeteren van de samenwerking of de informatieuitwisseling tussen instanties om de veiligheid van kinderen te vergroten.
Bronnen:
"Teveel volwassenen en kinderen zijn jaarlijks slachtoffer van ernstig geweld in huiselijke kring, straatintimidatie, seksueel geweld, femicide of van eerwraak. Ook worden in Nederland veel vrouwen vermoord door vaak - hun (ex-)partner. Dit is onverteerbaar. Om het tij te keren, verlagen we drempels om geweld of stalking te melden, zorgen we voor gezinsgerichte ondersteuning en opvangplaatsen voor slachtoffers, maken het voor instanties eenvoudiger om gegevens uit te wisselen ter bevordering van de veiligheid en versterken we de Centra voor Seksueel Geweld. We leren van de aanpak uit andere landen om femicide te voorkomen. Daders van huiselijk geweld en eerwraak worden streng gestraft en met begeleiding en therapie willen we spiralen en patronen van geweld, die soms van generatie op generatie worden doorgegeven, doorbreken."
"Uithuisplaatsing is een buitengewoon ingrijpende gebeurtenis, juist omdat die de bloedband en het diepe emotionele verbond tussen ouder en kind verbreekt. Niet voor niets is het recht op gezinsleven verankerd in mensenrechtenverdragen. Uithuisplaatsing is een allerlaatste optie wanneer de veiligheid van een kind op het spel staat. Samen met de jongere en de ouder(s) moet eerst alles op alles worden gezet om te voorkomen dat dit nodig is. Jeugdzorgorganisaties die hier succesvol werk van maken, worden beloond. Als uithuisplaatsing onvermijdelijk is, zijn pleeggezinnen en gezinshuizen te prefereren boven opvang in een instelling. Er wordt zo snel als mogelijk gewerkt aan wat er nodig is om een kind weer bij de eigen ouders op te laten groeien. De rechtsbescherming van kinderen en ouders wordt fors verbeterd. Gesloten jeugdzorg wordt zorgvuldig afgebouwd. Er komt passende aanvullende financiering voor het toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming, waarbij professionals in de keten veel beter samenwerken rond een gezin. Een stelselwijziging is geen doel op zich."
"Ieder kind, ongeacht thuissituatie, achtergrond of leerproblemen, heeft recht op goed onderwijs dat bijdraagt aan een brede ontwikkeling, met ondersteuning die aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. De behoefte van het kind staat centraal. We blijven stappen zetten richting inclusiever onderwijs, waarbij alle kinderen zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Voorwaarde is dat de scholen dit kunnen doen zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Er wordt gekeken naar wat een kind nodig heeft om tot leren te komen en niet naar labels en indicaties. Dit vraagt nauwe samenwerking tussen onderwijs, ouders, jeugdhulpverlening en zorg, met bijbehorende gecombineerde financieringsstromen. Schoolgebouwen dienen beter te worden ingericht op inclusief onderwijs. De overheid zorgt voor voldoende speciaal onderwijs (primair en voortgezet) in elke regio, inclusief volwaardig voortgezet speciaal onderwijs op havo- en vwo-niveau. In het primair onderwijs komt een landsdekkend passend onderwijsaanbod voor (hoog)begaafden met een extra ondersteuningsbehoefte om schooluitval in deze groep terug te dringen. Er wordt aandacht besteed aan soepele terugkeer en doorstroming naar regulier onderwijs, waarbij het leerrecht van kinderen even centraal staat als de leerplicht. Door in te zetten op later selecteren zal de overgang van PO naar VO soepeler verlopen en worden de kansen voor ieder kind eerlijker. Daarvoor kan nu al ingezet worden op brede en verlengde brugklassen."
"Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
"We investeren in nabije zorg die pedagogische relaties rond jeugd versterkt. Geen losse programma's, maar samenwerking tussen ouders, scholen, kerken en buurtorganisaties. Denk aan gezamenlijke opvoedgesprekken over thema's als social media en prestatiedruk en ondersteuning bij kinderen met onbegrepen gedrag. Kerken, scholen, lokale teams, opbouwwerkers en jongerenwerkers spelen daarin een belangrijke rol."