De regering moet in Europa plannen maken voor maatregelen als Israël hulpverleners uit Gaza uitzet. Denk aan het stopzetten van handelsafspraken (het associatieakkoord). Het uitzetten van deze organisaties heeft namelijk grote gevolgen. De regering moet ook duidelijk communiceren over deze plannen.
Motie van het lid Van der Werf c.s. over pleiten voor de voorbereiding van maatregelen indien Israël definitief overgaat tot het verbieden of uitzetten van humanitaire hulporganisaties
De kamer,
constaterende dat Nederland samen met een groot aantal Europese
partners grote zorgen heeft uitgesproken over de dreigende uitzetting van
humanitaire hulporganisaties uit Gaza;
constaterende dat de ondertekenaars van deze verklaring gezamenlijk een
gekwalificeerde meerderheid binnen de Europese Unie vertegenwoordigen;
overwegende dat het definitief uitzetten van cruciale humanitaire
hulporganisaties niet zonder gevolgen kan blijven;
verzoekt de regering in Europees verband te pleiten voor de voorbereiding van maatregelen indien Israël definitief overgaat tot het verbieden
of uitzetten van humanitaire hulporganisaties, waaronder opschorting van
het handelshoofdstuk van het associatieakkoord, en hierover openlijk te
communiceren.
Argumenten voor: De partij streeft naar onmiddellijke en veilige humanitaire hulp in Gaza [2] en de bescherming van hulpverleners [4]. De partij pleit specifiek voor het opschorten van het associatieverdrag tussen de EU en Israël [1] en het invoeren van een streng economisch sanctiepakket [5]. Bovendien vindt de partij dat landen de verantwoordelijkheid hebben om maatregelen tegen Israël te treffen wanneer collectieve EU-actie uitblijft [3].
Argumenten tegen: De verstrekte fragmenten bevatten geen argumenten om tegen de motie te stemmen.
Bronnen:
"Het opschorten van het associatieverdrag tussen de EU en Israël, op basis van de mensenrechtenclausule in artikel 2 van datzelfde associatieverdrag."
"Onmiddellijke, toereikende en veilige humanitaire hulp in Gaza en het herstellen van UNRWA als noodzakelijke hulpverlener in Gaza."
"Omdat gezamenlijke EU-actie uitblijft, zijn staten onder het Genocideverdrag verplicht om alles in het werk te stellen om een genocide te voorkomen. Het uitblijven van actie op EU-niveau ontslaat landen niet van hun verantwoordelijkheid om nationale maatregelen tegen Israël te treffen. De sterke historische en economische band tussen Nederland en Israël biedt ons meer handelingsperspectief en verantwoordelijkheid om het geweld te stoppen dan in conflicten waarbij deze band met de geweldpleger ontbreekt."
"Bescherming van hulpverleners en journalisten in overeenstemming met het humanitair oorlogsrecht en relevante VN-resoluties."
"Een streng economisch sanctiepakket tegen Israël."