De regering moet extra hulp bieden bij de bestrijding van ebola in de Democratische Republiek Congo en de buurlanden. In het oosten van Congo is een ernstige uitbraak met veel doden. Door oorlog en onrust verspreidt het virus zich snel. Eerdere uitbraken laten zien dat te laat ingrijpen tot tienduizenden slachtoffers leidt.
Motie van het lid Bamenga c.s. over aanvullende ondersteuning voor de bestrijding van ebola in de Democratische Republiek Congo en buurlanden
De kamer,
constaterende dat er in het oosten van Congo sprake is van een ernstige
uitbraak van een nieuwe variant van het ebolavirus, waarbij inmiddels
honderden besmettingen zijn gemeld en het sterftecijfer naar schatting
zeer hoog ligt;
overwegende dat de regio wordt gekenmerkt door langdurige instabiliteit,
conflict en grootschalige ontheemding, waardoor de verspreiding van het
virus wordt versneld en effectieve hulpverlening wordt bemoeilijkt;
overwegende dat eerdere ebola-uitbraken, zoals die in West-Afrika tussen
2014 en 2016, hebben aangetoond dat uitstel van internationale actie kan
leiden tot grootschalige verspreiding en tienduizenden slachtoffers;
overwegende dat er behoefte is aan concrete goederen als persoonlijke
beschermingsmiddelen, tenten, motorfietsen en handwasvoorzieningen,
en ook aan kennisuitwisseling, laboratoriumcapaciteit en extra ondersteuning van de WHO;
verzoekt de regering zich in te zetten voor aanvullende ondersteuning
voor de bestrijding van ebola in de Democratische Republiek Congo
alsmede relevante buurlanden, en hierover uiterlijk bij de begroting aan
de Kamer te rapporteren.
Argumenten voor: De motie vraagt om kennisuitwisseling en het versterken van de laboratoriumcapaciteit. Dit kan de lokale onafhankelijkheid vergroten, wat aansluit bij het principe dat ontwikkelingssamenwerking door middel van lokalisatie de onafhankelijkheid moet bevorderen [1].
Argumenten tegen: De motie vraagt om extra ondersteuning van de WHO. Dit zou in strijd kunnen zijn met het principe dat ontwikkelingssamenwerking moet aansluiten bij de lokale cultuur, religieuze gebruiken en bedrijvigheid om onafhankelijkheid te waarborgen [1].
Bronnen:
"Binnen ontwikkelingssamenwerking moet er aansluiting zijn op de lokale cultuur, religieuze gebruiken en bedrijvigheid (lokalisatie). Dit bevordert onafhankelijkheid en zorgt ervoor dat projecten ooit weer kunnen worden afgebouwd."