Subsidies moeten beter voor de natuur worden

De regering moet voor negentien subsidies uitleggen hoe ze deze biodiversiteitsvriendelijk maken. Deze subsidies schaden namelijk de biodiversiteit en de voedselzekerheid. Dat gaat in tegen de natuurdoelen die in het coalitieakkoord zijn afgesproken.

Motie van het lid Kostić over subsidies met een negatief effect op de biodiversiteit biodiversiteitsvriendelijk maken

De kamer, constaterende dat een consortium van Wageningen, CE Delft en Naturalis in opdracht van het Ministerie van LVVN onderzoek heeft gedaan naar de effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit; constaterende dat uit het onderzoek blijkt dat er negentien subsidies zijn die ronduit een negatief effect hebben op de biodiversiteit en daarmee op onder andere onze voedselzekerheid; constaterende dat de Kamer meermaals via moties (29 435, nr. 275 en 21 501-08, nr. 942) de regering de opdracht heeft gegeven om aan natuurdoelen te voldoen en dat het coalitieakkoord die doelen ook omarmt, maar dat de genoemde subsidies daar aantoonbaar afbreuk aan doen; verzoekt de regering om voor elk van deze negentien genoemde subsidies te onderbouwen hoe zij deze aantoonbaar biodiversiteitsvriendelijk wil maken, zodat deze niet meer ten koste gaan van de in het coalitieakkoord afgesproken natuurdoelen, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te informeren.
16 juni | PvdD |

Stemverwachting

Verkiezingsprogramma Volt

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij wil dat subsidies uitsluitend worden ingezet voor circulaire en natuurinclusieve technieken [1]. Daarnaast streeft de partij naar een landbouwbeleid waarin subsidies voor grondgebruik worden afgebouwd en boeren juist worden beloond voor investeringen in zaken als natuurherstel en biodiversiteit [2]. Het uitgangspunt van de partij is dat publiek geld moet worden ingezet voor publieke diensten [2].

Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen de motie te stemmen; er wordt niet gesproken over het ongewenst maken van controles op de biodiversiteitsimpact van subsidies.

Bronnen:

  1. "Volt steunt alleen subsidies voor monomestvergisters, vanwege hun bewezen bijdrage aan methaanreductie en duurzame energie. Installaties die mest met andere stromen vermengen, houden het mestoverschot in stand en leveren te weinig klimaatwinst. Subsidies worden uitsluitend ingezet voor circulaire, natuurinclusieve technieken die passen binnen de landbouwtransitie."
  2. "Volt wil naar een Europees landbouwbeleid waarin we subsidies voor grondgebruik afbouwen en boeren belonen die investeren in zaken als koolstofopslag, natuurherstel, klimaatmitigatie en -adaptatie en maatregelen ter bevordering van biodiversiteit. Publiek geld wordt zo ingezet voor publieke diensten."