De regering moet voor negentien subsidies uitleggen hoe ze deze biodiversiteitsvriendelijk maken. Deze subsidies schaden namelijk de biodiversiteit en de voedselzekerheid. Dat gaat in tegen de natuurdoelen die in het coalitieakkoord zijn afgesproken.
Motie van het lid Kostić over subsidies met een negatief effect op de biodiversiteit biodiversiteitsvriendelijk maken
De kamer,
constaterende dat een consortium van Wageningen, CE Delft en Naturalis
in opdracht van het Ministerie van LVVN onderzoek heeft gedaan naar de
effecten van financiële en fiscale rijksmiddelen op biodiversiteit;
constaterende dat uit het onderzoek blijkt dat er negentien subsidies zijn
die ronduit een negatief effect hebben op de biodiversiteit en daarmee op
onder andere onze voedselzekerheid;
constaterende dat de Kamer meermaals via moties (29 435, nr. 275 en
21 501-08, nr. 942) de regering de opdracht heeft gegeven om aan
natuurdoelen te voldoen en dat het coalitieakkoord die doelen ook
omarmt, maar dat de genoemde subsidies daar aantoonbaar afbreuk aan
doen;
verzoekt de regering om voor elk van deze negentien genoemde subsidies
te onderbouwen hoe zij deze aantoonbaar biodiversiteitsvriendelijk wil
maken, zodat deze niet meer ten koste gaan van de in het coalitieakkoord
afgesproken natuurdoelen, en de Kamer hierover zo snel mogelijk te
informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar een sterke natuur en gelooft dat natuur en economie elkaar kunnen versterken [3]. Daarnaast is er een wens om de stikstofuitstoot te verminderen om zo de natuur meer ruimte te geven [1] en wil de partij dat de feitelijke staat van de natuur leidend is bij vergunningverlening [2]. Het controleren of subsidies bijdragen aan deze natuurdoelen past binnen deze doelstellingen.
Argumenten tegen: De partij uit felle kritiek op de praktijk waarbij de Tweede Kamer steeds nieuwe regels stapelt en voortdurend om extra onderzoek vraagt [5]. Er is een sterke behoefte aan werkbare wet- en regelgeving [2] en aan het bieden van duidelijkheid en ruimte aan ondernemers en boeren om de stikstofproblematiek aan te pakken [4]. Het verzoek om voor negentien specifieke subsidies extra onderbouwingen te leveren, kan worden gezien als een vorm van extra regelzucht en het vragen om extra onderzoek [5].
Bronnen:
"Fors verminderen van de stikstofuitstoot: We gaan zorgen voor concrete, generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen. Zo komt er weer ruimte voor vergunningverlening. De huidige wetgeving kent reductiedoelen voor de berekende hoeveelheid neerslag op natuurgebieden. We gaan deze KDW-doelen vervangen door sectorgebonden emissieplafonds, inclusief wettelijke tussendoelen, die optellen tot 50% geborgde emissiereductie in 2035. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak nodig voor de gebieden waar de problematiek het zwaarst speelt, zoals bij De Peel en De Veluwe, met regionale betrokkenheid noodzakelijke keuzes over aanvullende emissiereductie en extensivering. Rijk, provincies en gemeenten moeten samenwerken om te komen tot een effectieve uitvoering, onder meer met ruimtelijke ordeningsinstrumentarium, ondersteuning van nieuwe verdienmodellen, vrijwillige regelingen en gerichte inzet van middelen voor agrarisch natuurbeheer."
"Wet- en regelgeving werkbaar maken: Op het moment dat een structurele emissiereductie wettelijk is geborgd, zorgt de overheid voor de noodzakelijke randvoorwaarden. Zo worden PAS-melders, ondernemers die te goeder trouw hebben gehandeld maar nu zonder vergunning zitten, gelegaliseerd met bijvoorbeeld een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens. We willen per sector bekijken of een drempelwaarde mogelijk is - om te beginnen voor de bouw, die slechts tijdelijk een geringe uitstoot veroorzaakt. Er moeten weer vergunningen komen voor agrariërs om aan de slag te gaan met stikstofreducerende innovaties, waarvan het grote potentieel recent is aangetoond door onderzoek van de Wageningen Universiteit. En uiteindelijk moeten we waar mogelijk af van de eenzijdige focus op stikstof door op basis van onafhankelijke en langdurige monitoring de feitelijke staat van de natuur leidend te maken bij vergunningverlening."
"Een sterke natuur zorgt voor balans: We vergroenen onze leefomgeving, zonder er één groot nationaal park van te maken. Natuur en economie kunnen elkaar juist versterken. Daarom geven we ondernemers en bedrijven de ruimte om bij te dragen aan een gezonde leefomgeving en aan een sterke natuur. Ook zorgen we voor effectief fauna-, natuur- en landschapsbeheer, samen met boeren, jagers en natuurbeheerders. Invasieve exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft moeten effectief bestreden worden."
"Nederland zit bovendien op een stikstofslot. Ondernemers snakken naar ruimte en duidelijkheid. Boeren zitten al te lang in onzekerheid. Recent onderzoek toont aan dat de stikstofproblematiek tot tientallen miljarden euro's aan economische schade leidt. We moeten daarom op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt en dat boeren in nog meer onzekerheid komen. Keuzes die leiden tot forse vermindering van de stikstofuitstoot en het werkbaar maken van de complexe wet- en regelgeving zijn noodzakelijk, zodat Nederland van het slot gaat. Alleen dan krijgen onze ondernemers de broodnodige ruimte om te groeien."
"Minder regelzucht, betere wetgeving: We zien nu te vaak dat de Tweede Kamer regel op regel stapelt, steeds om extra onderzoek vraagt en te vaak wetgeving ondoordacht verandert. Bij alle wetsbehandelingen kijken we hoe wetten efficiënter, simpeler en goedkoper kunnen worden. We maken meer tijd voor de behandeling van wetten en willen dat amendementen zoveel mogelijk voor aanvang van een debat worden ingediend en dat in het geval van ingrijpende amendementen er een week zit tussen het moment van indienen en de stemming over de amendementen. Bij ingrijpende amendementen moet het de standaard worden dat er een uitvoeringstoets wordt gedaan. Indien partijen de belastingen willen verhogen per amendement, moet altijd eerst in kaart worden gebracht wat het effect is voor het vestigingsklimaat en voor de koopkracht van werkende Nederlanders."