De regering moet onderzoeken hoe kinderopvang, onderwijs en zorg beter kunnen samenwerken. De harde grenzen tussen deze sectoren zorgen er nu voor dat kinderen niet de juiste ondersteuning krijgen tijdens hun belangrijkste jaren.
Motie van het lid Moorman over onderzoeken hoe de samenwerking tussen kinderopvang, onderwijs en zorg makkelijker en beter gemaakt kan worden
De kamer,
constaterende dat de harde schotten tussen onderwijs, kinderopvang en
zorg maken dat kinderen niet optimaal in hun ontwikkeling kunnen
worden ondersteund en dat de jonge jaren van een kind een cruciale
periode zijn voor de ontwikkeling van kinderen;
constaterende dat de ministeries van SZW, OCW, VWS, BZK, VRO en JenV
samenwerken aan een Sociale Agenda voor Nederland, waarbij vraagstukken worden aangepakt die op het snijvlak liggen van verschillende
domeinen, waaronder jeugdhulp en -zorg, kinderopvang en onderwijs;
overwegende dat professionals vanuit het onderwijs, de kinderopvang, de
zorg en het welzijnswerk moeten kunnen samenwerken aan een sterke
pedagogische basis voor elk kind;
verzoekt de regering om te onderzoeken hoe de samenwerking tussen
kinderopvang, onderwijs en zorg makkelijker en beter gemaakt kan
worden, en hierover de Kamer te informeren.
Argumenten voor: De partij streeft naar beleid voor jeugd en gezinnen dat verschillende domeinen overstijgt en bij alle ministeries wordt gevoerd [1]. Zij willen de verschillen tussen kinderopvang, peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie verkleinen door te bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen [2]. Daarnaast wil de partij zorg en financiering organiseren rondom het gezin in plaats van het aanbod [3] en pleit zij voor een brede aanpak die niet alleen naar het kind kijkt, maar ook naar de omgeving, zoals de thuissituatie en de buurt [4]. Dit wordt ondersteund door het versterken van de sociale basis in wijken via initiatieven zoals ouder-kindcentra [5] en het verbeteren van de samenwerking door landelijke spelregels [6].
Argumenten tegen: Het programma biedt geen argumenten om tegen een betere samenwerking tussen de genoemde domeinen te zijn.
Bronnen:
"We werken aan beleid voor jeugd en gezinnen dat domeinen overstijgt, bij alle ministeries en bestuurslagen: van wonen tot onderwijs, van sociale zekerheid tot jeugdcriminaliteit."
"Te veel kinderen beginnen met een achterstand op de basisschool. Daarom investeren we vanaf het allereerste begin in een stevige basis en in sociale ontwikkeling. Want juist jonge kinderen hebben structuur nodig, een rijke plek om te leren en contact met leeftijdsgenoten. We bouwen aan één publieke voorziening voor alle kinderen van 1 tot 15 jaar. Daarin kan ieder kind, in eigen tempo en vanuit de eigen achtergrond, groeien. Zo verdwijnt ook het verschil tussen kinderopvang en peuteropvang of voor- en vroegschoolse educatie."
"We organiseren zorg en financiering rondom het gezin, in plaats van uit te gaan van het aanbod. Professionals krijgen meer ruimte voor hun werk en minder registratiedruk. We gaan uit van vertrouwen."
"De problemen in de jeugdzorg zijn ernstig en hardnekkig. Kinderen en jongeren krijgen te snel een stempel of een label. Daardoor groeit de vraag naar hulp. Er zijn te weinig professionals en er is te weinig geld om de wachtlijsten weg te werken. Ondertussen staan gezinnen onder steeds hogere druk door problemen rondom bestaanszekerheid, wonen en onderwijs. D66 kiest voor een andere koers: weg van de bestrijding van symptomen, naar een brede aanpak voor het hele, diepere probleem. Want niet het kind, maar het systeem moet veranderen. Daarom willen we niet alleen aandacht voor de problemen van het kind zelf, maar ook voor de omgeving van het kind, zoals de thuissituatie en de buurt. En we willen jeugdzorg die zo licht mogelijk is, en die alleen zwaar is als dat echt nodig is."
"We versterken de sociale basis in wijken en dorpen door te investeren in toegankelijke opvoedondersteuning, ouder-kindcentra en andere buurtinitiatieven."
"Gemeenten krijgen de ruimte én de middelen om preventie lokaal te regelen, met landelijke spelregels die kwaliteit, transparantie en samenwerking verbeteren."