De regering moet een plan maken om hulp bij suïcidepreventie beter beschikbaar te maken voor scholen. Scholen moeten deze hulp goed kunnen vinden en effectief kunnen gebruiken. Na de uitvoering moet de regering controleren of de hulp voldoende wordt gebruikt en indien nodig extra maatregelen nemen.
Motie van de leden Ceder en Moorman over het bestaande aanbod rond suïcidepreventie goed ontsluiten voor scholen
De kamer,
overwegende dat het van belang is dat scholen de bestaande ondersteuning op het gebied van suïcidepreventie goed weten te vinden en
effectief kunnen benutten;
verzoekt de regering om uiterlijk voor het einde van het jaar een plan aan
de Kamer te sturen waarin wordt uitgewerkt hoe het bestaande aanbod
rond suïcidepreventie goed wordt ontsloten voor scholen;
verzoekt de regering tevens om na implementatie van dit plan onder
scholen te inventariseren in hoeverre het aanbod voldoende toegankelijk
en bruikbaar is en ook voldoende wordt gebruikt, en indien nodig
aanvullende maatregelen te treffen.
Argumenten voor: De partij beschouwt suïcidepreventie als een maatschappelijke opgave waarbij de landelijke en gemeentelijke overheid het voortouw moet nemen in een integraal beleid [1]. Bovendien wil de partij de jeugdhulp beter organiseren zodat jongeren met bijvoorbeeld suïcidale gedachten sneller geholpen worden [3]. Hierbij streeft de partij naar ondersteuning die beschikbaar is binnen de eigen omgeving van het kind, zoals op school, in plaats van kinderen naar individuele zorgtrajecten buiten de school te verwijzen [2].
Argumenten tegen: De partij merkt op dat niet elk maatschappelijk probleem door het onderwijs opgelost wordt [2], maar de motie vraagt niet om het oplossen van het probleem door scholen zelf, maar om het ontsluiten van bestaande ondersteuning, wat niet in strijd is met dit standpunt.
Bronnen:
"Suïcide is de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren en ook boeren en mannen zijn oververtegenwoordigd in de suïcidecijfers. In totaal verliezen we ruim 1.800 mensen per jaar aan suïcide. Dat is een diep verlies voor de naasten van deze mensen en voor de samenleving als geheel. Suïcidepreventie is een opgave voor de hele maatschappij: van de GGZ, tot onderwijs en werkgevers. De landelijke en gemeentelijke overheid nemen het voortouw in integraal beleid voor suïcidepreventie, samen met andere sectoren. Daar moeten voldoende middelen voor beschikbaar zijn. De hulplijn 113 blijft bereikbaar, ook bij een groeiende hulpvraag."
"Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."
"We organiseren de jeugdhulp beter door slimmere regionale (en waar nodig landelijke) inkoop en minder papierwerk. Daardoor wordt juist de specialistische jeugdhulp beter beschikbaar, zodat jongeren met bijvoorbeeld suïcidale gedachten, trauma of een eetstoornis sneller geholpen worden. Gemeenten krijgen structureel voldoende financiële middelen krijgen voor passende inzet van jeugdhulp. Daarbij wordt heroverwogen of de huisarts en de jeugdbescherming zonder overleg met de gemeente jeugdzorg kunnen inzetten. De ChristenUnie is tegen de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg."