Zerotolerancebeleid tegen wapens op scholen

De regering moet direct een zerotolerancebeleid invoeren voor leerlingen met wapens. Wie op school met een steekwapen of vuurwapen wordt betrapt, moet direct van school worden verwijderd. Er moet ook aangifte worden gedaan. Het bezit van wapens onder leerlingen neemt toe en dit vormt een directe bedreiging voor de veiligheid op scholen.

Motie van de leden Raijer en Van Houwelingen over een zerotolerancebeleid voor leerlingen met een vuur- of steekwapen

De kamer, constaterende dat het bezit van wapens onder leerlingen toeneemt; constaterende dat steekwapens en vuurwapens een directe bedreiging vormen voor de veiligheid op scholen; verzoekt de regering om per direct een zerotolerancebeleid in te voeren, waarbij iedere leerling die op school of in de schoolomgeving met een vuur- of steekwapen wordt betrapt, direct van school wordt verwijderd, en het doen van aangifte zodat vervolging mogelijk wordt.
17 juni | PVV, FVD | Verworpen: 51–99 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (vrij zeker, 70%)

Argumenten voor: De partij pleit voor een stevige strafrechtelijke aanpak om te voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit [2]. Bovendien is de partij bereid om de opsporing te intensiveren of de strafmaat te verhogen indien nodig [3]. Daarnaast wordt het belang van het onderwijs als een veilige plek benadrukt [1].

Argumenten tegen: De partij zet in op het bieden van pedagogische ondersteuning binnen de schoolomgeving om de brede persoonsontwikkeling van kinderen te ondersteunen [4]. De partij wil zorg juist in de eigen omgeving van het kind brengen [4], wat in strijd kan zijn met een beleid dat leerlingen direct van school verwijdert.

Bronnen:

  1. "Het onderwijs, van basisschool tot universiteit, moet een veilige plek zijn voor Joodse studenten en medewerkers. De taskforce in het onderwijs wordt ingezet om antisemitisme terug te dringen en te voorkomen dat steeds meer Joodse jongeren besluiten in het buitenland te studeren. De zwarte bladzijden in onze geschiedenis hoe we zijn omgegaan met Joodse medeburgers worden op elke school besproken. Iedere jongere moet een keer in zijn schooltijd het Nationaal Holocaustmuseum of één van de herdenkingscentra zoals kamp Amersfoort of Westerbork bezoeken."
  2. "Als we niet willen dat Nederland afglijdt tot een narcostaat, moeten we drugs zonder uitzondering verbieden en zorgen voor een stevige strafrechtelijke aanpak van productie en handel. Daarvoor is het ook nodig dat we adequaat kunnen inspelen op het verbieden van nieuwe vormen van (synthetische) drugs. Ondermijnende drugscriminaliteit en criminele uitbuiting zijn nauw met elkaar verweven. We willen voorkomen dat jongeren afglijden in de criminaliteit en verslaving. Bewustwordingscampagnes op scholen, persoonlijke begeleiding, een passend zorgaanbod en steun bij het vinden en behouden van opleiding en werk zijn daarbij van groot belang. Hogere (maximum)straffen"
  3. "Het actieplan Bestrijding Antisemitisme wordt doorgezet en waar nodig uitgebreid. De extra financiering voor ondersteuning van het Joodse leven wordt voortgezet. Het aangenomen initiatiefwetsvoorstel van de ChristenUnie dat een antisemitisch oogmerk bij delicten strafbaar stelt, wordt goed gemonitord. Als blijkt dat de strafmaat verhoogd of opsporing geïntensiveerd moet worden, doen we dat. Het is vreselijk dat beveiliging voor Joodse instellingen noodzakelijk is. De overheid draagt hiervoor de beveiligingskosten. Antisemitisme op scholen en onderwijsinstellingen wordt bestreden. Lees hierover meer onder het kopje 'Antisemitismebestrijding in het onderwijs' in paragraaf 3.3. Voor politieagenten die weigeren Joodse instellingen te beschermen of zich antisemitisch (of anderszins racistisch) uitlaten, is geen plaats bij het korps."
  4. "Op school ontwikkelen kinderen en jongeren zich en doen ze belangrijke vaardigheden op voor het leven. Maar niet elk maatschappelijk probleem wordt opgelost door het onderwijs. We stoppen met over-diagnostisering en geven het onderwijs ruimte voor brede persoonsontwikkeling. Gemeenten, scholen en samenwerkingsverbanden werken samen aan een goede pedagogische basis, waarin pedagogische relaties worden aangegaan en op elkaar afgestemd. De pedagogische ondersteuning is binnen de school beschikbaar en wordt op een collectieve manier aangeboden en gefinancierd. Zo halen we zorg erbij in de eigen omgeving van het kind, in plaats van dat we kinderen verwijzen naar individuele zorgtrajecten buiten de school."