De regering moet verblijfsvergunningen van vreemdelingen afwijzen of intrekken bij wangedrag, zoals criminaliteit of schulden. Deze mensen moeten Nederland worden uitgezet. Vreemdelingen die zich niet aan de regels houden, horen niet in Nederland te zijn.
Motie van het lid Vondeling over het uitzetten van vreemdelingen bij wangedrag
De kamer,
overwegende dat Zweden recent wetgeving heeft aangenomen waarmee
verblijfsvergunningen kunnen worden afgewezen of ingetrokken bij
wangedrag, zoals onbetaalde schulden, het niet betalen van belastingen,
overlast, criminaliteit, zwartwerken of het zich niet houden aan de
Zweedse regels;
overwegende dat vreemdelingen die zich niet gedragen in Nederland hier
niets te zoeken hebben;
verzoekt de regering om net als Zweden verblijfsvergunningen af te
wijzen of in te trekken bij wangedrag van vreemdelingen en ze Nederland
uit te zetten.
Argumenten voor: De partij stelt dat mensen die geen blijvende plek hebben in de Nederlandse samenleving en die ook terug kunnen, moeten terugkeren [3]. Daarnaast wil de partij dat afgewezen asielzoekers zo snel mogelijk vertrekken naar het land van herkomst [4] en dat er meer grip moet komen op migratie [2]. Ook wordt er gepleit voor het koppelen van verblijfsvergunningen aan voorwaarden zoals integratie en taalbeheersing [5], en wordt de overlast die door bepaalde groepen wordt veroorzaakt benoemd [1].
Argumenten tegen: De partij maakt een expliciete uitzondering voor kinderen die in Nederland geworteld zijn; deze willen zij niet uitzetten en zij krijgen recht op verblijf in Nederland [4].
Bronnen:
"Onze samenleving ondervindt de gevolgen van het falende (migratie)beleid: druk op sociale voorzieningen, woningtekorten en gebrekkige integratie. Arbeidsmigranten worden vaak ondergebracht in te kleine woningen. Vluchtelingen wachten te lang op een beslissing en worden met hun kinderen van de ene tijdelijke plek naar de andere verplaatst, met hoge kosten tot gevolg. Kwetsbare wijken in grote steden kampen met zware integratieproblemen en in Ter Apel en Budel is overlast van een kleine groep, vaak kansloze, asielzoekers. Ondertussen komt de regering niet met werkende en werkbare wetsvoorstellen, die recht doen aan migrant en samenleving. Terwijl deze er wel zijn."
"Het toezicht op de naleving van wetgeving (zoals de Wet goed verhuurderschap of de Arbowetgeving) wordt aangescherpt. Sommige sectoren bestaan in Nederland dankzij het grote aanbod van goedkope arbeidskrachten van andere EU-lidstaten of daarbuiten. In die sectoren is Nederland verslaafd aan goedkope arbeidsmigranten. Dit is niet houdbaar. De groei van laagbetaalde arbeid en het aanbod van arbeidsmigranten remt innovatie en robotisering en legt een te grote druk op voorzieningen die schaars zijn. Om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie moet er allereerst een einde komen aan de slechte arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zijn er aparte Schengen-afspraken en een arbeidsmigratiepact in de Europese Unie nodig. Binnen de Europese Unie pleiten we voor de invoering van tewerkstellingsvergunningen, in eerste instantie voor bepaalde sectoren zoals de bouw of uitzendsector. In Europees verband zetten we ons in om belastingvoordelen voor expats gezamenlijk af te schaffen. Werkgevers dragen bij aan integratie door te investeren in taallessen."
"De bevolkingsgroei in Nederland wordt de laatste jaren uitsluitend veroorzaakt door migratie (studie-, arbeids-, en asielmigratie). De overheid heeft hier nauwelijks sturing aan gegeven. Waar er al beleid was, betrof dat vaak stimulerende maatregelen, zoals verengelsing van het onderwijs of het aantrekken van goedkope arbeidskrachten. Het politieke debat over migratie blijft ondertussen steken in patstellingen, oneliners en verkiezingsretoriek, zonder echte oplossingen. Migranten zijn in dat debat een economische factor, een bedreiging of een object van mededogen. De ChristenUnie ziet hen als een schepsel van God. Een mens op zoek naar een betere toekomst, werk of studie willen we recht doen. Dat kan betekenen dat iemand zich hier - al dan niet tijdelijk - mag vestigen. Maar wie geen blijvende plek heeft in de Nederlandse samenleving en ook terug kan, moet terugkeren."
"We zorgen voor voldoende, kwalitatieve opvangcapaciteit die kan meebewegen met pieken en dalen in aantallen asielzoekers. Dit voorkomt geldverspilling aan dure noodlocaties, zoals in hotels of op cruiseschepen. IND en COA worden voldoende en stabiel gefinancierd voor hun taak en ondersteund bij de inrichting van een efficiëntere asielprocedure. Asielzoekers krijgen snel duidelijkheid of zij mogen blijven, zodat mensen kunnen starten met hun leven in Nederland, of terugkeren. Dit voorkomt ook dat (potentieel) afgewezenen zich hier wortelen en het daarna onmenselijk is om hen, of hun kinderen, uit te zetten. In Nederland gewortelde kinderen zetten we niet uit en krijgen recht op verblijf in Nederland. De spreidingswet blijft van kracht om te kunnen voorzien in voldoende kleinschalige opvanglocaties, passend bij de omvang van de gemeente of buurt. Ook blijven alle gemeenten verplicht om statushouders te huisvesten. Voorrang van huisvesting van statushouders kan alleen vervallen als een realistisch alternatief wordt geboden, waardoor de asielketen niet vastloopt. Overlast bij AZC's wordt bestreden, samen met gemeenten en politie. Afgewezen asielzoekers vertrekken zo snel mogelijk naar het land van herkomst. We verbeteren daarom de vertrekprocedure en de communicatie daarover met afgewezen asielzoekers. Hierover maken we afspraken met landen van herkomst. Wanneer deze landen niet in redelijkheid meewerken aan het terugnemen van hun afgewezen onderdanen, worden sancties (nationaal of in Europees verband) overwogen. We staan in voor menswaardige opvang en begeleiding van afgewezen asielmigranten, waarbij gewerkt wordt aan terugkeer. Waar dat niet mogelijk is werken we aan een duurzaam perspectief: doormigratie of legalisering van verblijf. We zijn tegen strafbaarstelling van illegaliteit en hulp aan ongedocumenteerden wordt nooit strafbaar."
"Arbeidsmigranten zijn nu niet verplicht Nederlands te leren en in te burgeren. In Europees verband gaan we hier het gesprek over aan en aan verblijfsvergunningen voor niet EU-arbeidsmigranten verbinden we voorwaarden aan integratie, zoals het leren van de Nederlandse taal. Het gevaar dreigt dat EU-arbeidsmigranten in een parallel circuit blijven leven, met kans op herhaling van de migratiegolven uit de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Via werkgevers en gemeenten zetten we in op taalonderwijs voor deze groep vanuit de overtuiging dat een goede taalbeheersing noodzakelijk is voor een succesvolle integratie."