Onderzoek naar veiligheid Syrische christenen

De regering moet de situatie van Syrische christenen onderzoeken. De veiligheid voor deze groep is de laatste tijd namelijk flink verslechterd. Als het onderzoek laat zien dat dit zo is, moet de regering het landenbeleid aanpassen. Er moet dan een officieel risicoprofiel voor christenen worden toegevoegd aan het beleid voor Syrië.

Motie van het lid Diederik van Dijk c.s. over het onderzoeken van de situatie van Syrische christenen

De kamer, constaterende dat in het landenbeleid voor Syrië christenen en andere minderheden niet worden geïdentificeerd als risicogroep; overwegende dat de situatie voor Syrische christenen in de achterliggende maanden aanzienlijk is verslechterd; verzoekt de regering de situatie van Syrische christenen op korte termijn aan nader onderzoek te onderwerpen en, indien daaruit blijkt dat de situatie daar aanleiding toe geeft, het landenbeleid ten aanzien van religieuze minderheden te herzien en een risicoprofiel voor christenen op te nemen.
17 juni | SGP, BBB, CU | Aangenomen: 79–70 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma CU

Stemverwachting: voor (erg zeker, 95%)

Argumenten voor: De partij benadrukt dat de situatie in Syrië voor veel minderheden extreem onveilig en onrustig is en pleit voor de bescherming van deze groepen, waarbij zij zich specifiek inzetten voor de positie van christenen in Syrië en de regio [1]. Daarnaast stelt de partij dat christenvervolging op alle mogelijke manieren moet worden bestreden en dat dit een speciaal aandachtsveld moet zijn in de Nederlandse diplomatie [2]. Bovendien geeft de partij aan in het bijzonder aandacht te hebben voor vervolgde christenen [3].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "De situatie in Syrië is voor veel minderheden extreem onveilig en onrustig. Wij pleiten voor bescherming van alle minderheden, waaronder Alawieten, Druzen, Assyriërs en Koerden. Normalisatie van de betrekking met de huidige machthebbers kan alleen onder veiligheidsgaranties voor minderheden plaatsvinden. In Syrië en de hele regio spannen wij ons bijzonder in voor de positie van christenen."
  2. "Christenen zijn wereldwijd de meest vervolgde religieuze groep. 380 miljoen gelovigen worden vervolgd omdat zij Jezus Christus volgen. Christenvervolging moet op alle mogelijke manieren aan de kaak worden gesteld en bestreden. Bij diplomatieke missies in landen met hevige christenvervolging is dit een vast onderwerp van gesprek. Christenvervolging wordt een speciaal aandachtsveld in de Nederlandse diplomatie. We doen niet mee aan en vaardigen geen kabinetsleden af naar sport- en cultuurevenementen in landen waar vrijheid van religie en levensovertuiging ernstig onder druk staat. Er vinden in beginsel geen staatsbezoeken plaats aan landen met christenvervolging. Er komt een permanent mandaat voor de speciaal gezant voor godsdienstvrijheid in Nederland en de EU. Nederland zet zich actief in via diplomatieke kanalen om de doodstraf op blasfemie en afvalligheid te veroordelen en af te schaffen."
  3. "Asielmigratie confronteert ons met de gebrokenheid in de wereld. Zolang oorlog, geweld of vervolging zich voordoen, en in ons land en in Europa vrede en veiligheid te vinden zijn, komen mensen naar ons continent en land op zoek naar bescherming en toekomst. Nederland neemt in Europa haar verantwoordelijkheid om een blijvend veilig heenkomen te bieden voor hen die vluchten voor vervolging, oorlog of geweld. De ChristenUnie heeft in het bijzonder aandacht voor vervolgde christenen. We willen een einde aan de levensgevaarlijke oversteek over de Middellandse zee, die mensensmokkel in de hand werkt. We pleiten voor een systeem waarbij asielzoekers zich buiten Europa kunnen aanmelden. We committeren ons aan snelle en rechtvaardige invoering van het EU migratiepact. Het pact biedt de mogelijkheid tot snelle procedures en een strikter toezicht op mensen die elders in de EU zijn aangekomen. We zien tegelijkertijd ook dat in de uitvoering het pact de kans op mensenrechtenschendingen vergroot, vooral in landen aan de Europese buitengrenzen. Er moet op worden toegezien dat lidstaten hun verantwoordelijkheid nemen, detentie alleen beperkt wordt toegepast en kinderen nooit in detentie terechtkomen."