Meer eigen rekenkracht voor AI

De regering moet onderzoeken hoeveel rekenkracht zij de komende tien jaar nodig heeft voor kunstmatige intelligentie (AI). De regering moet ook kijken hoe zij als grote klant kan helpen bij de bouw van nieuwe digitale voorzieningen, zoals een AI-gigafabriek in Nederland. Dit zorgt voor meer digitale onafhankelijkheid van het buitenland.

Motie van het lid El Boujdaini c.s. over inventariseren hoeveel rekenkracht de overheid de komende tien jaar nodig heeft en hoe de overheid als launching customer optreedt inzake de ontwikkeling van Al-infrastructuur

De kamer, constaterende dat de overheid in toenemende mate gebruik zal maken van kunstmatige intelligentie (Al) en dat dit gepaard gaat met een groeiende behoefte aan rekenkracht; overwegende dat deze rekenkracht ingekocht wordt bij externe aanbieders en dat het afnemen van rekenkracht van Nederlandse en Europese leveranciers bijdraagt aan meer digitale soevereiniteit; overwegende dat het optreden van de overheid als launching customer kan bijdragen aan de ontwikkeling en opschaling van innovatieve digitale infrastructuur, waaronder AI-gerelateerde voorzieningen; verzoekt de regering om te inventariseren hoeveel rekenkracht de overheid naar verwachting in de komende tien jaar nodig heeft en op basis van deze inventarisatie te bezien op welke wijze de overheid als launching customer optreedt ten behoeve van de ontwikkeling van Al-infrastructuur, waaronder een Al-gigafabriek in Nederland.
17 juni | D66, VVD | Aangenomen: 136–13 |

Stemuitslag

Verkiezingsprogramma JA21

Stemverwachting: voor (erg zeker, 90%)

Argumenten voor: De partij streeft naar digitale soevereiniteit om de afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven uit de VS of China te verkleinen [1][3]. Er wordt gepleit voor investeringen in strategische technologie en digitale veiligheid [3]. Daarnaast wil de partij dat Nederland een topspeler blijft op het gebied van technologie en dat de overheid meebeweegt om de kansen van digitalisering en AI te benutten [2]. Het concept van de overheid als 'launching customer' om innovatie economisch levensvatbaar te maken, sluit aan bij de visie om via langetermijnorders economische levensvatbaarheid te creëren [4].

Argumenten tegen:

Bronnen:

  1. "De wereld verandert dankzij nieuwe technologie zoals kunstmatige intelligentie (AI) en opkomende robotisering in een razend tempo. Terwijl andere landen grote inves -teringen doen in digitalisering en kunstmatige intelligentie, dreigt Nederland achterop te raken. Het succes van ons bedrijfsleven hangt voor een groot deel af van of we meekomen op de digitaliseringsgolf, maar veel onderne -mers worstelen nog met de digitale transitie. Tegelijkertijd groeit onze digitale afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven en staat onze arbeidsmarkt voor een om -slag door automatisering en AI."
  2. "Digitalisering en kunstmatige intelligentie bieden enorme kansen voor onze economie, maar dan moet de overheid wel meebewegen en ondernemers de ruimte geven om te groeien en te innoveren. Nederland moet een topspeler worden op het gebied van technologie en heeft daartoe het potentieel."
  3. "Zorgen voor digitale soevereiniteit. Europa en Nederland mogen niet volledig afhankelijk zijn van Amerikaanse of Chinese techbedrijven. We investeren in strategische technologie en digitale veiligheid."
  4. "De krijgsmacht moet op innovatieve wijze de laatste tech -nologische ontwikkelingen toepassen in de organisatie, waaronder met de integratie van drones en AI. Ook ver -groten we het aantal oefenterreinen in Nederland om de geoefendheid van onze eenheden veilig en effectief op peil te houden. Defensie krijgt hiervoor een uitzonderings -positie op wet- en regelgeving. Daarnaast wil JA21 naast hoog- ook productie van laagtechnologische munitie in Nederland. Dit moet met het aangaan van lange-termijn orders economisch levensvatbaar worden gemaakt."